“Maar dat mag toch helemaal niet gebeuren?! Dit is Nederland! Dat kan niet waar zijn!”

Een vergaderruimte. Een tafel met een koffie- en een theekan. De lamellen dicht tegen de zon, de airco aan. Een aantal mannen in pak. Misschien ook een vrouw in pak, maar in mijn gedachten zijn het mannen. Een stapel dossiers op tafel die besproken dienen te worden. En een vrouw die notuleert wat die mannen-in-pak zeggen.

Dat beeld heb ik in mijn hoofd. De afgelopen week heb ik aan niets anders kunnen denken. Die mannen-in-pak gaan namelijk vanmiddag beslissen over mijn toekomst. Of ik in de toekomst samen kan blijven met mijn kinderen. Want als die mannen-in-pak besluiten dat mijn geval niet schrijnend genoeg is voor een urgentieverklaring, dan ben ik door alle opties heen. Dan weet ik echt niet meer wat ik nog kan doen om ervoor te zorgen dat ik mijn kinderen bij me kan houden. Want zonder dak boven mijn hoofd moeten mijn kinderen bij hun vader gaan wonen, en mag ik me aanmelden bij de daklozenopvang. Zo simpel is het. Zo zijn de regels in Nederland.

“Maar waarom moet je dan je huidige woning uit?”
Het koophuis waarin we nu nog wonen, het huis waar mijn ex mede-eigenaar van is, wordt verkocht. In het scheidingsconvenant staat dat ik hier nog 2 jaar mocht blijven wonen, en die 2 jaar zijn bijna om. Ik ben dan ook al 1,5 jaar hard op zoek naar woonruimte voor mijzelf en mijn twee kinderen, tot op heden zonder resultaat. De situatie wordt echter steeds nijpender, want de verkoop komt nu wel erg dichtbij.

“Waarom lukt het je niet iets anders te vinden dan?”
Om een lang verhaal kort te maken, komt het erop neer dat verhuurders niet willen verhuren aan iemand met een tijdelijke uitkering (een WIA-uitkering om precies te zijn).

Voor degenen die voor het eerst een blog van mij lezen: ruim 5 jaar geleden, op 29 december 2011, raakte ik buiten mijn schuld betrokken bij een zwaar verkeersongeval, wat resulteerde in een gebroken heiligbeen (onderrug), een gebroken bekken, wat kleiner letsel en een zware hersenkneuzing met traumatisch hersenletsel als gevolg. Daarnaast zorgde het ongeval voor een posttraumatische stressstoornis (PTSS) en een zware depressie. Mijn leven verliep tot op het moment van het ongeluk voorspoedig: ik was een hoogopgeleide, hardwerkende, goed functionerende en gezonde vrouw die een week na het ongeluk haar studie communicatie zou afronden en zou starten in haar nieuwe functie bij GGZ Rivierduinen. Ik sportte graag en was druk met mijn 2 kleine kinderen en een goed gevuld sociaal leven. En toen sloeg het onheil toe…
Het herstel duurde veel langer dan ikzelf had verwacht. En elke keer wanneer het iets beter leek te gaan, ging er iets goed mis. Mijn liefste vriendin overleed bijvoorbeeld. Daarnaast had mijn echtgenoot het heel erg moeilijk met ons nieuwe leven en zijn nieuwe rol. Ik was er niet voor hem: ik was veel te druk met mezelf, mijn herstel en het gevecht tegen mijn depressie. Na een heel zware en nare tijd hebben we moeten besluiten een punt achter onze relatie te zetten. En dan nu mijn dreigende dakloosheid…

Mijn WIA-uitkering maakt namelijk dat ik niet alleen geen hypotheek kan krijgen, maar ook dat ik niet kan huren bij particuliere-woningverhuurders als Van ‘t Hof Rijnland, Vesteda of Interhouse. Ik heb gebeld, gesmeekt, gehuild, getweet en geblogd, maar het helpt niet: met mijn tijdelijke uitkering word ik niet geaccepteerd als huurder. Een tijdelijke uitkering maakt dat je een potentiele wanbetaler bent, ook al heb ik nog nooit huur of hypotheek te laat betaald, en heb ik op de hypotheek na, verder nog nooit schulden gehad. Bovendien stellen alle particuliere verhuurders de eis dat je minimaal 4 keer bruto de huur moet verdienen. Dat betekent dat je voor een woning van 900 euro dus minimaal 3600 euro bruto per maand moet verdienen, op één salaris. Dat red ik niet met mijn uitkering, maar zelfs zonder uitkering is dat een redelijk onmogelijke opgave. En van de week bleek dat zelfs de lokale huisjesmelker een lange wachtlijst heeft.

“Maar waarom wil je dan gelijk een groot huis, en zoek je niet iets kleiners?
Het maakt me niet uit hoe groot of hoe klein we gaan wonen, al zal het een uitdaging zijn om mijn puber van 12 en zijn kleine zusje van 8 een kamer te laten delen. Maar kleinere woonruimte (dan maar met z’n drieën in een studio of zomerhuisje) mag weer niet bewoond worden door meer dan 1 (werkend) persoon. Dat is een standaard eis. En anti-kraak is ook geen optie, want daar mogen geen kinderen wonen. Nederland bestaat uit regeltjes. Geloof me, ik heb ondertussen alle mogelijkheden onderzocht.

“En sociale huur? Lukt dat niet?”
Nee, ook sociale huur lukt niet. Ik stond jarenlang ingeschreven, zelfs toen ik al met mijn gezin in deze koopwoning woonde, maar tijdens mijn ziekbed zijn veel financiële zaken blijven liggen, waaronder de betaling aan Woonzicht in 2012. Ik heb het ruim een maand te laat betaald en ben daardoor uitgeschreven. Door mijn ziekte en de gevolgen ervan ben ik dus zelfs mijn puntenopbouw bij Woonzicht (nu WoningNet Holland Rijnland) kwijtgeraakt. De wachtlijst bedraagt zo’n 15 jaar hier in de regio, en ik bungel nu dan ook ergens onderaan de lijst.

“Tijdelijk bij je ouders wonen? Of bij vrienden?”
Dat lukt niet. Ik heb geen naaste familie meer, en mijn vrienden zijn aardig uitgedund in de afgelopen 5 jaar. De lieve mensen die ik nog om me heen heb, kunnen in ieder geval niet nog een gezin van 3 erbij huisvesten.

“Kan de gemeente niets doen? Of zijn er instanties die je kunnen helpen?”
De gemeente vond mijn situatie schrijnend, maar kon niets voor me betekenen. Ze verwezen me door naar de woningstichting. Overige instanties, zoals maatschappelijk werk of de sociale dienst, kunnen ook geen woning voor me regelen. Via een lieve vriendin kwam ik in contact met een wethouder uit een aangrenzende gemeente, die ons uitnodigde voor een gesprek. Dankzij hem heb ik nu in ieder geval de steun van het sociaal team in de regio.

“En nu? Wat nu dan?”
Mijn prachtige, sensitieve en pientere kinderen hebben in de afgelopen 5 jaar te veel ellende meegemaakt. Hun wereldje is al zolang onstabiel en onveilig. En ze willen niets liever dan blijven waar ze zich thuis voelen, in dit dorp, in een veilige woonruimte, en bij hun moeder. Dus daarom ging ik begin dit jaar aan de slag met een urgentie-verzoek. Het duurde 3 maanden voordat ik alle gevraagde stukken bij elkaar had, waarbij ik in het staartje van dit traject de steun kreeg van het sociaal team. En daar ben ik heel blij mee, want het aanvragen van een urgentie is een hel.

“Waarom is het urgentie-traject zo zwaar dan?”
De lijst van benodigde stukken voor een urgentie-aanvraag is lang, heel lang. En de gewenste stukken zijn ook best wel confronterend, wat het mentaal nogal pittig maakt. Instanties werken ook niet mee: zo moest ik bijvoorbeeld bewijzen dat de kinderen bij mij staan ingeschreven en dat ik kinderbijslag ontvang. Het SVB heeft daar dus niet een standaard uittreksel voor beschikbaar. Dat heeft ruim een maand, een aantal mailtjes en nog meer telefoontjes gekost voor ik dat in huis had.

“Hebben de kinderen geen inspraak dan?”
Uiteindelijk kon ik op 11 april mijn stukken voor de aanvraag indienen bij de woningstichting. Een medewerker van het sociaal team ging met me mee voor support. Gelukkig maar, want in dat gesprek werd erg stellig en behoorlijk afschrikwekkend verteld dat scheiden en gedwongen verkoop van de woonruimte geen reden tot urgentie geven. Op basis van acute dakloosheid kom ik niet in aanmerking voor een urgentieverklaring. Waarom niet? Omdat mijn kinderen bij hun vader kunnen wonen. Die een kleine 150 km verderop woont. Zelfs wanneer kinderen aangeven dat ze niet bij hun vader zouden willen wonen, of wanneer hun vader hen niet in huis zou willen nemen, vormt dat geen bezwaar voor de woningstichting. “Zo zijn de regels, mevrouw.” Ik verliet huilend het gesprek, en mijn begeleider stond met open mond. Ze geloofde niet wat er zojuist was gebeurd, en vooral niet hoe uitermate onvriendelijk het was meegedeeld.

“Dat meen je niet! Dat kan toch niet?!”
Mijn urgentie-aanvraag is niet op basis van acute dakloosheid, maar op psychosociale grond, dus we hebben nog een beetje hoop. Een heel klein sprankje, meer is het niet. Dus toen begin mei een brief kwam voor een gesprek met de MO Zaak, die door de urgentiecommissie was gevraagd om advies, was dat in ieder geval al beter dan een directe afwijzing. Op 1 juni zat ik met mijn begeleider van het sociaal team in de wachtruimte van de vergaderruimte gehuurd door de MO Zaak. En er kwam niemand. Helemaal niemand. We konden ook niemand telefonisch te pakken krijgen. De dag erop bleek dat de MO Zaak een week eerder failliet was verklaard. En dat zelfs de urgentiecommissie daar niet van op de hoogte was.

“Maar hoe nu verder dan?”
De dames van het sociaal team zijn vorige week als een gek aan het bellen geweest met de urgentiecommissie. Voor het aanvragen van een urgentie staat 6 tot 8 weken. Mijn aanvraag deed ik al 7 weken voor het adviesgesprek met de MO Zaak. Na het advies van de MO Zaak zou de urgentiecommissie nog steeds die 6 tot 8 weken nodig hebben om tot een besluit te komen. En nu moest ik eigenlijk eerst wachten op de doorstart van de MO Zaak, dan het adviesgesprek aangaan, en dan wachten op de urgentiecommissie. Dat betekent dat het hele traject voor mij zo’n half jaar zou duren. Hoe urgent is een urgentie? Maar gelukkig heb ik de dames van het sociaal team die voor mij in de bres springen. Ik moet er niet aan denken dat ik dit deel ook in mijn uppie had moeten doen. Vanmiddag komt de urgentiecommissie bijeen, en bespreken ze onder andere mijn casus. Zonder advies van de MO Zaak, wat het wel nog spannender maakt voor me.

“Maar wat als je geen urgentie krijgt?”
Wanneer de urgentiecommissie vanmiddag besluit dat ik niet in aanmerking kom voor een urgentie, dan betekent dat dat ik afscheid moet gaan nemen van mijn kinderen. Mijn kinderen die voor mij de reden van mijn bestaan zijn. Mijn kinderen voor wie ik terug kwam uit mijn bijnadoodervaring. Mijn kinderen voor wie ik sterk genoeg was het de afgelopen jaren vol te houden, ondanks een heel zware depressie. Mijn kinderen moeten dan verplicht bij hun vader gaan wonen en ik mag me dan aanmelden bij de daklozenopvang in Leiden. Ook al heb ik gewoon geld om te huren. Niet de 1500 euro per maand die voor een woning in de particuliere huur wordt gevraagd, dat is waar. Maar 700 euro per maand exclusief vaste lasten lukt. Maar schijnbaar is dat niet genoeg. Niet genoeg om een gezin bij elkaar te houden.

“En als je je kinderen nu even bij hun vader laat wonen, tot jij woonruimte hebt gevonden?”
Mijn kinderen zijn geen meubilair. Wanneer ze moeten verhuizen naar Brabant, en daar naar school gaan, sporten en vrienden maken, dan kan ik ze toch niet weer na een jaar terugvragen? Ik doe dit hele traject niet voor mezelf, maar voor mijn kinderen. Zij zijn het allerbelangrijkst. Ik wil dat het hen goed gaat. En dat betekent dus niet dat ze maar heen en weer moeten blijven verhuizen van provincie naar provincie, van ouder naar ouder, omdat dat hun ouders beter uitkomt. Wanneer ze bij hun vader moeten gaan wonen, dan blijven ze daar. En dan zie ik ze voortaan om het weekend, hoe moeilijk ik dat ook vind. Want geloof me, ik wil niet zonder mijn kinderen. Nooit. Maar ze hebben het al zwaar genoeg gehad de laatste jaren. Ze hebben rust en stabiliteit nodig.

“Maar dat mag toch helemaal niet gebeuren?! Dit is Nederland! Dat kan niet waar zijn!”
Het is echt waar. En ik heb er heel wat slapeloze nachten van. Ik hoop dat ik sterk genoeg ben dit aan te kunnen, mocht het zover komen. Maar ik ben bang. Doodsbang.

Ik heb nog nooit eerder om hulp gevraagd en vind het dan ook ontzettend moeilijk om dat nu wel te doen. Zonder woning krijg ik niet de stabiliteit, de veiligheid, om verder aan mezelf te werken. Ik ben vol vertrouwen dat het me gaat lukken om weer te werken en het is iets dat ik zo ontzettend graag wil. Het gaat steeds beter met mijn lijf, al zal ik nooit meer pijnvrij worden. En geestelijk gaat het zo veel beter. Ik durf zelfs hardop te zeggen dat ik op dit moment niet meer depressief ben. Een vakantie met mijn monsters is geboekt, en ik heb ook nog eens verliefde kriebels in mijn buik. Ik wil niets liever dan een dikke vette streep onder de afgelopen 5 jaar trekken. Genoeg is genoeg. Maar alle regels in Nederland zorgen ervoor dat ik maar niet uit deze vicieuze cirkel, deze neerwaartse spiraal, kom. Ik wil zo graag weer een kans in het leven, voor mij en mijn monstertjes. Een kans. Een woning en werk, dat is alles wat ik nodig heb. Zodat mijn monstertjes eindelijk de stabiliteit krijgen die ik ze zo graag wil geven, naast alle liefde in mijn hart.

Dus duim voor me. Duim dat de urgentiecommissie me de urgentie toekent. En dat er dan ook nog een woning vrij komt in mijn dorp in de komende 4 maanden. Duim. Alsjeblieft.

 

UPDATE (14 juni, 14.30 uur)

De urgentiecommissie heeft besloten dat zij eerst meer advies moeten inwinnen voor zij een beslissing willen nemen. Ik heb dus geen urgentie gekregen, maar het is ook nog niet helemaal afgelopen. Wel moet ik nog heel veel langer wachten.

Nadat er niemand kwam opdagen bij mijn gesprek met de MO Zaak, zijn mijn begeleiders van het sociaal team regio Teylingen gaan bellen met de urgentiecommissie van WoningNet Holland Rijnland. Zij hebben veel contact gehad met de secretaris van de urgentiecommissie. Deze secretaris had toegezegd mijn zaak te bespreken tijdens het overleg op dinsdag. Vanmiddag bleek, nadat mijn begeleiders van het sociaal team zelf maar zijn gaan bellen, dat de secretaris ziek is. Ze heeft dus niet mijn casus kunnen toelichten tijdens de vergadering van de urgentiecommissie. Daarom heeft de commissie mijn casus op de standaard manier behandeld en besloten dat ze alsnog meer informatie nodig hebben voor zij een besluit kunnen nemen. Wanneer ik een afspraak heb hiervoor, en met welke partij, is nog niet duidelijk. Dat wordt door de secretaris geregeld. De MO Zaak schijnt een doorstart te gaan maken, dus waarschijnlijk moet ik daar op gaan wachten. Nadat ik dan een gesprek met hen heb gehad, zullen zij hun advies indienen bij de urgentiecommissie, die dan vervolgens mijn casus weer zal bespreken. Dus eigenlijk begin ik weer van voor af aan…

Het positieve nieuws is dus dat mijn urgentie-verzoek nog niet is afgewezen. Maar hoe lang het allemaal nog gaat duren, geen idee. En geloof me, het gaat me niet in mijn koude kleren zitten…

Wordt vervolgd.

Ellende creëert een sterk mens

Ellende creëert een sterk mens. Dat kreeg ik gisteren via een Twitter-DM toegestuurd in reactie op mijn tweet eerder die dag, met een hulpvraag over het maken van een cv.

Zoekt werkWant ja, ik wil zo graag weer aan de slag. Ik ben mijn huidige situatie zo ontzettend beu en met passief afwachten verandert er helemaal niets, dat heb ik ondertussen wel geleerd in de afgelopen jaren. Ik wil niet langer bij de pakken neerzitten, ook al heb ik nog steeds geen woonruimte kunnen vinden, met alle nare gevolgen van dien. Ik heb er geen controle over. En van het thuiszitten word ik gek. Ik heb veel te veel tijd om na te denken over wat er allemaal mis zal gaan in de nabije toekomst. Ben ik weer helemaal beter, beter genoeg om weer aan het werk te gaan? Geen idee. Er zijn geen garanties in het leven. Een dooddoener, maar wederom een les waar ik de afgelopen vijfeneenhalf jaar continu met de neus op ben gedrukt. Maar ik voel in mijn onderbuik dat de tijd daar is, dat het tijd is om de sprong te wagen, dat het tijd is om te kijken wat ik wil, wat ik kan, en wie mij die kans wil geven om mezelf te bewijzen dat ik het inderdaad kan.

Dat dacht ik dus begin deze week. En alsof het universum me hoorde, werd ik de dag erop door iemand uit mijn netwerk benaderd, of hij me mocht voorstellen op een functie. Tijdens het lezen van de functie zag hij mij in gedachten al zitten glunderen, zei hij. De lieve schat. En hij heeft gelijk: dit is echt mijn droombaan. Terwijl ik aan het begin van de week – en al langere tijd – me nog afvroeg wat ik nu echt zou willen, van welk werk ik echt energie krijg, weet ik het nu. Deze functie combineert alles waar ik blij van word, waar ik goed in ben. Hier zou ik passen. En ik heb al zo lang het gevoel dat ik niet meer ‘pas’ in deze wereld; 5 jaar thuiszitten en revalideren is best pittig. Alles om me heen is weggevallen, van mijn werk, tot vrienden en mijn huwelijk en zelfs nu mijn woonruimte. En dan raak je jezelf ook een stukje kwijt, geloof me. Maar ik ben terug. Nog wat wankel en onzeker, maar ik ben terug.

En nu hopen dat de werkende wereld me een kans wil geven. Want ik ben me dus over mijn cv aan het buigen en ik vind het om te huilen. Het is overduidelijk dat er geen achterliggend plan zat achter mijn scholing of mijn loopbaan. Ik heb er lang over moeten doen om mijn draai te vinden, en nu, ruim 5 jaar na mijn laatste werkdag, weet ik vrijwel zeker dat het pad van toen niet de weg is die ik nu wil belopen. Ik weet nu wel wat ik wil, ik weet nu wel wie ik ben en waar ik voor sta. Ik weet dat ik een boel in me heb, en ik weet zeker dat ik een goede aanwinst ben. Maar dat moet ik dus vooral op de een of andere manier op papier zien te krijgen. Mijn persoonlijkheid. Mijn ‘skills’. Mijn waarde. Iets wat niet te vangen is in mijn gatenkaas-carrière. Maar wel in die ene zin die ik gisteren door W. toegestuurd kreeg via een DM nadat ik mijn twijfels had benoemd: “ellende creëert een sterk mens”.

Sterk, dat ben ik. Hoe kwetsbaar ik me ook kan voelen, hoeveel ellende ik ook heb meegemaakt, na het verduren van tegenslag op tegenslag: ik ben sterk. Nog wankel, maar sterk. En ik heb er alle vertrouwen in dat dat alleen nog maar sterker en daadkrachtiger wordt. Ik geef niet op.

Nu nog hopen dat de leukste werkgever me een kans wil geven met die leukste baan…Time for something new

(En dankjewel voor de lieve reacties en vooral de aangeboden hulp naar aanleiding van mijn tweet!)

 

Vicieuze cirkel

Ik ben het zo zat mezelf zo teleur te stellen. Ik ben het zo zat zo hard te falen. Ik ben geen sterke vrouw die maar blijft vechten, zo voel ik het in ieder geval niet wanneer het me wordt gezegd. Ik voel me een grote mislukking die maar niet hard genoeg doorzet zodat het nu bij deze poging of de volgende verdomme wel lukt om er weer bovenop te komen. Lichamelijk lukt het me maar niet het vol te houden en mentaal heb ik het idee dat ondertussen echt alle poten onder mijn stoel zijn weggezaagd. Tegenslag op tegenslag op tegenslag. Ik kan niet meer. Ik kan echt niet meer. En ik wil ook niet meer, zo voelt het.

“Fall down seven times, stand up eight”, is een quote die je vaak voorbij ziet komen. En ik dacht altijd dat ik dat moest blijven doen, volhouden, doorgaan, net zolang tot ik niet meer zou vallen, maar zou blijven staan. Desnoods wankel, want er zijn in het leven altijd kleine tegenslagen, dat snap ik ook wel. Maar na de afgelopen jaren ben ik knock out geslagen. Ik wil rust. Ik wil me terugtrekken om me te kunnen herpakken. En daarvoor heb ik rust nodig, zo voel ik het heel sterk. Ik loop al zo lang niet eens meer op mijn laatste tandvlees, maar op het bot. De accu is helemaal leeg. Rust. Me opladen door gewoon even niets te hoeven en te moeten. Me niet zo verdomde opgejaagd te voelen. Ik kan niet meer harder. De enige manier nu nog is rust. Laat me aansterken door complete rust. Alsjeblieft.

Maar helaas, rust zit er niet in. Nog steeds niet. En ik ben zo moe. Fulltime voor 2 kinderen zorgen vind ik gewoon veel. En het zorgt dat ik zo’n 3 uur per dag heb om iets te doen dat mijn herstel zou kunnen bevorderen. Maar helaas heb ik na fysieke inspanning nog altijd heel veel tijd nodig om te herstellen. Dat gaat tegenwoordig wel sneller dan 4 jaar geleden, of zelfs een jaar geleden, maar het duurt nog steeds lang. En toch sta ik een uur later weer op het schoolplein, of speel ik taxichauffeur. Wassen, strijken, poetsen, koken, een lieve, zorgzame, geduldige moeder zijn, ik vind het verdomde moeilijk te combineren met fysiek en mentaal herstel. Ik ben 24 uur per dag kapotdoodmoe, ik ga naar bed met pijn in mijn lijf, een zwaar hart en hier en daar een paniekaanval, en zo word ik ook weer wakker.

Tel daarbij ook nog alle zorgen op voor de nabije toekomst: het huis waar ik in woon met mijn 2 kinderen en 2 katten moet nu echt worden verkocht. Ik kan namelijk geen nieuwe hypotheek afsluiten op mijn naam (de 10 jaar is bijna bereikt) aangezien ik nog niet kan werken. Dat je wel de maandelijkse lasten kan betalen, maakt daarbij helemaal niets uit. Voor sociale huurwoningen moet ik minimaal nog 10 jaar op de wachtlijst staan wil ik in aanmerking komen voor een woning. Vandaag bleek dat ook particuliere huur niet mogelijk is, want daar eisen ze dat je bruto 4 keer de huur verdient, terwijl de goedkoopste huurwoning rond de 900 euro per maand kost. Dat red ik niet met mijn uitkering en ik vermoed dat het UWV ook niet de benodigde werkgeversverklaring zal verstrekken. En dat terwijl ik zo’n woning dus wel kan betalen. Ik heb verdomme mijn hele leven lang geen schulden gehad, op een hypotheek na. Dus ja, ik sta eerdaags op straat met mijn kinderen, maar nee, ik kan geen huis kopen en ik kan geen huis huren vanwege de regeltjes. Ik ben aardig in paniek. Gelukkig komt de zomer eraan, dus dan gaan we maar kamperen in het park. Al moet ik wel uitzoeken of dat mag zonder vergunning. En of ik nog wel recht heb op een uitkering wanneer ik geen adres meer heb.

Ik weet het niet meer. Ik probeer te blijven ademen en nog harder te watertrappelen, maar eigenlijk verlang ik er steeds meer naar te stoppen met trappelen, een laatste ademteug te nemen en me dan zachtjes te laten opslokken door het water. Ik heb rust nodig. Woonruimte en een klein beetje meer tijd voor mezelf zouden al zo fijn zijn. Meer dan fijn: geweldig. Zo geweldig dat de tranen op dit moment hard over mijn wangen stromen. Ik kan niet meer. Knock out. De laatste redmiddelen lijken niet haalbaar. Geen idee waar ik woonruimte vandaan kan halen, en geen idee waar ik meer tijd voor mezelf en dus voor mijn herstel vandaan haal. En zonder mogelijkheid tot herstel blijf ik de rest van mijn leven in deze vicieuze cirkel ronddraaien, deze hel.

Ik ben zo verdomde moe.

Over waarom ik ondertussen een hekel heb aan mijn ex-werkgever

Afgelopen december werd ik door het UWV voor het derde jaar op rij afgekeurd voor werk. Voor mij was dit ditmaal een opluchting, want hoe graag ik ook weer wil werken (en geloof me, dat is echt héél graag), het feit is dat ik op dit moment nog even nodig heb voordat ik weer aan het werk kan. Het ongeluk is nu 5 jaar geleden, en de eerste jaren lag alle aandacht bij mijn fysiek herstel, maar nu is het mentale herstel aan de beurt. En de depressie in combinatie met de PTSS is zwaar, heel zwaar. Zodra ik daarin weer wat meer ademruimte weet te krijgen, kan ik verder met het laatste restje fysiek herstel. Het gaat me lukken, dat weet ik zeker, maar ik heb echt nog even nodig, dus dat jaartje respijt voelde zó fijn. En ik hoop dat ik eind 2017 het UWV kan vertellen dat ik geen uitkering meer nodig heb, dat ik beter-der ben. Dat is mijn allergrootste wens.

Toch ontving ik gisteren een brief die me vertelde dat mijn ex-werkgever wederom bezwaar maakt tegen het besluit van het UWV. Het was te verwachten, want dat doen ze iedere keer. En ik ben het zo ontzettend beu dat ze dat doen.

Twee jaar na het ongeluk werd ik ontslagen door mijn ex-werkgever GGZ Rivierduinen en als arbeidsongeschikt beoordeeld. Rivierduinen schakelde Robidus in, een extern bedrijf dat “werkgevers ondersteunt bij de benutting van regelgeving, financiering en schadebeheer op terrein van sociale zekerheid”. Rivierduinen is namelijk 10 jaar verantwoordelijk voor mijn uitkering.

Maar heeft iemand van Robidus in de afgelopen 3 jaar met mij contact opgenomen? Op een enkele standaardbrief na: nee. Heeft er iemand geïnformeerd naar hoe het met me gaat, of hoe er geholpen kan worden om mijn ‘inzetbaarheid te vergroten’, zoals Robidus dat op hun website noemt? Nee. Heb ik een reactie gehad op mijn verdrietige en boze brief aan hen vorig jaar over dit onderwerp? Nee, geen enkele reactie zelfs. Waar ik Robidus dan wel van ken? Van het feit dat ze ieder jaar een herkeuring voor mij aanvragen bij het UWV, en vervolgens iedere keer weer bezwaar indienen tegen de beslissing van het UWV om mij (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt te verklaren. En zodra Robidus alle stukken heeft ingezien, trekken ze het bezwaar weer in. Waarom? Ik dacht eerst dat het te maken had met het feit dat dit voor Robidus een makkelijke manier was om al mijn medische gegevens in te zien, zonder daar zelf veel moeite voor te hoeven doen: dat laten ze het UWV voor ze doen. Maar nu denk ik dat het eerder te maken heeft met het feit dat Robidus op hun website met het volgende schermt: “Robidus voert jaarlijks circa 1.000 succesvolle bezwaar- en herbeoordelingsprocedures uit met een gemiddelde besparingswaarde van € 50.000.” Dat geeft mij het gevoel dat het ze helemaal niet gaat om mijn herstel en op die manier de kosten zo laag mogelijk te houden voor mijn ex-werkgever, maar enkel om de kosten voor die ex-werkgever zo laag mogelijk te houden, punt. En hoe ik dan in dat plaatje pas, zal ze voor mijn gevoel aan hun reet roesten.

Maar Chantal, je snapt toch wel dat jouw ex-werkgever aansprakelijk is voor jouw kosten voor 10 jaar, en dat ze die kosten graag binnen de perken houden? Ik hoor het je denken. En ja, dat snap ik. Snap ik dat ze daarvoor een bedrijf als Robidus inschakelen? Een bedrijf dat alleen maar herkeuringsverzoeken en bezwaarprocedures indient, maar verder totaal geen contact zoekt met de arbeidsongeschikte ex-werknemer zelf? Een bedrijf dat niet eens reageert op een verdrietig schrijven van die ex-werknemer? Nee, dat snap ik niet. Ik snap niet dat je zo met mensen om gaat.

En weet je wat nog het ergste is? Ik kost mijn ex-werkgever helemaal niets. NIETS. Want mijn ex-werkgever verhaalt – net als het UWV – alle kosten met betrekking tot mijn persoontje sinds het ongeluk op de verzekeraar van de tegenpartij, de man die mij aanreed. De verzekeraar van de tegenpartij betaalt dus mijn uitkering, naast alle andere kosten. Voor Rivierduinen en Robidus ben ik eigenlijk enkel en alleen een naam op een lijstje met arbeidsongeschikte ex-werknemers, eentje die ze helemaal niets hoeft te kosten, behalve de inktkosten van mijn naam gedrukt op dat lijstje.

Dus ik heb meerdere instanties achter me aan zitten die me maar manen tot spoed, tot sneller herstel. Ik heb meerdere instanties die ik continu moet bewijzen dat ik ziek ben en hoe ziek ik ben. Helpt dit bij mijn herstel? Werkt het bevorderend bij een depressie of een posttraumatische stresstoornis? Elke maand ontvang ik wel weer een brief die me het gevoel geeft dat ik een luie nietsnut ben die de kantjes eraf loopt. Ik begin eindelijk te leren mijn eigen lat wat minder hoog te leggen, omdat veel te hard willen gaan (en daar heb ik een aardig handje van) mijn herstel alleen maar in de weg zit. Ik ben diep ongelukkig dat ik al 5 jaar ziek ben. Ik ben diep ongelukkig dat mijn leven voor mij al 5 jaar als een hel voelt, omdat ik de pech had in een verkeersongeval betrokken te raken, eentje die niet eens mijn schuld was. Sindsdien staat mijn leven stil en ben ik alleen maar aan het vechten om te overleven, zoals je kunt lezen in alle andere blogs. En toch doe ik in de ogen van Robidus en Rivierduinen blijkbaar niet hard genoeg mijn best. Dus dienen ze maar weer een herkeuringsverzoek en een bezwaar in, zodat ik me weer een halfjaar lang zorgen kan maken over de afloop.

Daarom vind ik dat mijn ex-werkgever, een geestelijkegezondheidszorginstelling notabene, zich kapot moet schamen dat ze een bedrijf als Robidus heeft ingeschakeld. Want in mijn ogen helpt Robidus mensen niet terug op de werkvloer, integendeel. Voor Robidus heb ik nochtans geen positief woord over. Zo ga je niet met mensen om. Punt.

Wat ik hoop te bereiken met deze blog? Ik weet het niet zo goed. De boosheid die ik voel richting beide partijen moet er na 3 jaar echt uit; het kost me energie en het vreet me op, en ik wil verder met mijn leven. Voor mij helpt het om dan een blog te schrijven en het op die manier van me af te schrijven. Is het handig voor mijn carrière om een negatieve blog te schrijven over een ex-werkgever? Vast niet. Let wel: dit heeft geen betrekking op de 7 jaar die ik werkzaam was voor Rivierduinen, maar op de afhandeling nu. Maar waarom noem ik dan expliciet de namen van mijn ex-werkgever en de HR-dienstverlener die ze inschakelden, waarom houd ik het niet anoniem? Ik denk dat dat te maken heeft met de wens dat ze inzien dat dit geen constructieve aanpak is, dat de stress die ze hiermee keer op keer bij mij weten te bewerkstelligen ten koste gaat van mijn herstel. Een eerder schrijven van mijn kant hielp niet, en door dit anoniem te houden kan ik mijn boosheid niet kwijt en doet het hun geen zeer.

Dus Rivierduinen en Robidus: ik denk dat we ALLEMAAL willen dat ik zo snel mogelijk herstel, dus geef me alsjeblieft de tijd en de ruimte in plaats van extra zorgen en spanning. Ik beloof met mijn hand op mijn hart dat ik echt mijn best doe om beter-der te worden (van de psycholoog mag ik daar geen ‘zo snel mogelijk’ meer aan toevoegen, omdat de nadruk ligt op het zo goed mogelijk herstellen, en niet op de tijdsperiode waarin dat gebeurt; ik heb al genoeg het gevoel dat ik faal). Geloof me, ook voor mij geldt liever vandaag dan morgen. Al was het alleen maar om van dit gedoe af te zijn.

–*–

UPDATE:

Robidus heeft een week na het verschijnen van deze blog contact opgenomen. Zij gaven aan dat het UWV hen bericht dat het weer tijd is voor een herkeuringsaanvraag. De eerste aanzet tot een herkeuring komt dus niet bij Robidus vandaan, maar bij het UWV. Omdat Robidus geen medische gegevens mag verwerken, en daardoor ook geen details in de dossiers mag noteren, kunnen zij dus ook geen uitzondering maken. Je bent en blijft een nummertje. Wel gaan ze onderzoeken of ze meer rekening kunnen houden met mijn situatie, door me bijvoorbeeld eerst uit te nodigen bij een bedrijfsarts alvorens een herkeuringstraject bij het UWV wordt gestart. Ik ben benieuwd (al heb ik er nog steeds een hard hoofd in, om eerlijk te zijn: je blijft een nummertje).

Van Rivierduinen of het UWV heb ik tot op heden niets gehoord.

Depressie is een misbruiker

depression

Depressie heeft een stem. Depressie is een misbruiker die constant lelijke dingen tegen je zegt. Het vertelt me dat ik een slechte moeder ben, een slechte vriendin, een slecht persoon in het algemeen. Het zegt me dat ik niet hard genoeg mijn best doe om te herstellen van de lichamelijke klachten die ik heb sinds het ongeluk. Op sommige dagen realiseer ik me dat die dingen niet op waarheid zijn gebaseerd, maar op de meeste dagen ben ik gewoon te moe, te zwak, om ze te weerleggen. De depressie maakt dat ik me zó moe voel dat ik amper kan functioneren, terwijl het tegelijkertijd ervoor zorgt dat ik me schaam en me ontzettend schuldig voel dat ik niet meer energie heb.

De depressie isoleert me van alles wat ik lief heb en maakt dat ik geloof dat de mensen om me heen serieus beter af zijn zonder mij. Mijn leven voelt als overleven; elke stap is zwaar, elke dag kruipt voorbij. Kleine dagelijkse klusjes voelen als monumentale taken. Eten smaakt niet meer, sporten of enige vorm van beweging lijkt onmogelijk en de dingen die ik moet doen (zoals die twee telefoontjes die ik vandaag echt had moeten plegen) lijken zo groot, zo zwaar, zo eng, zo benauwend dat ik een paniekaanval voel opkomen wanneer ik er aan denk. De depressie vertelt me dat ik nutteloos, lui en waardeloos ben. Het maakt me prikkelbaar en geïrriteerd, en ik kan elk moment in woede of in tranen uitbarsten. Het is een vacuüm dat het plezier uit elke activiteit zuigt, hoe fijn, plezierig, liefde- of waardevol die activiteit ook mag zijn. Het versterkt elke zware emotie tienvoudig. Verdriet wordt wanhoop, boosheid wordt woede, en zorgen (en die zijn er genoeg) worden hyperventilerende paniekaanvallen.

Depressie heeft me kreupel gemaakt; het heeft zich aan me vastgezet en zuigt al het leven uit me. Tegelijkertijd, terwijl ik me uitgeput voel, hebben mijn kinderen, het huishouden, de rekeningen, mijn lichamelijk herstel, het leven in het algemeen, aandacht nodig. Maar wat moet ik doen wanneer ik niet meer verder kan? Vaak wordt me verteld even door te bijten, mezelf te vermannen en door te zetten, alsof ik de depressie kan negeren, net kan doen alsof het er niet is. Maar geloof me, dat is echt onmogelijk.

Het voelt alsof mijn lichaam is vastgelijmd aan mijn bed of de bank. Met iets sterker nog dan lijm, eerder cement, loodzwaar. Ik kan niet bewegen, niet eten, niet slapen, niet douchen. Alles gaat moeizaam. In mijn hoofd maak ik hele stappenplannen om een taak uit te voeren en dan nog kost het me uren om het te doen, als het me al lukt om het te doen. Vaak lukt het me niet, en het schuldgevoel dat daar bij komt kijken is immens. Ik voel me niet alleen rot en naar en verdrietig, maar ook ontzettend schuldig omdat ik weer een dag weggooi. Weer een dag waarop ik voor mijn gevoel niets doe, weer een dag waarop er niets constructiefs uit mijn handen komt.

Depressie maakt dat ik me voel als een belemmering, dat ik het niet verdien om het leuk te hebben, dat ik er niet bij hoor. Het maakt dat ik me voel als een probleem zonder oplossing. Het maakt dat ik me voel alsof ik continu aan het falen ben in elk aspect van mijn leven. Ik weet dat ik dankbaar moet zijn voor alles wat ik nog heb, dat ik geluk heb gehad. Ik ben me er ten volle van bewust. Maar ik weet ondertussen ook dat het maken van een paar lijstjes met dingen waar je dankbaar voor bent niet helpen bij een serieuze depressie. En ook sporten en het aanpassen van mijn dieet werken niet, niet afdoende in ieder geval. Het versterkt vooral het idee dat ik kapot ben, dat er iets mis is met me.

En toch blijf ik proberen. Ik vecht elke dag een zwaar gevecht tegen depressie en paniek omdat ik een liefdevolle en attente moeder en vriendin wil zijn, die in de toekomst ook weer kan werken om zo haar steentje bij te dragen. Maar vooral omdat ik, net als alle vrienden die ondertussen zijn verdwenen, die depressie zo fucking zat ben…

Ik wil leven, verdomme!

depressed, depression, depressie, eenzaam, lonely

Vallen en opstaan (2016)

29 december was een zware dag. Het was de dag waarop het ongeluk verjaarde. Vijf jaar alweer. Vijf jaar geleden werd ik aangereden en stopte mijn leven zoals ik dat kende. Het klinkt dramatisch, maar zo voelt het. Mijn leven is drastisch van richting veranderd en gevormd door het trauma van het ongeluk. Mijn leven van voor het ongeluk is niet meer, en dat is nu duidelijker dan ooit. Automatisch stond ik stil bij het afgelopen jaar, en om eerlijk te zijn: 2016 was een uitermate zwaar kutterig tyfusjaar. Punt.

Fysiek ging het dit jaar met grote sprongen vooruit (ik startte in februari met CBD-olie: WAT EEN VERSCHIL!). Ik deed voor het eerst weer een festival zonder rolstoel, en zelfs zonder partner om op te leunen, ik bedoel maar. Maar vooral merk ik het in het dagelijkse leven: ik kan weer enkele uren bezig zijn zonder naderhand dagenlang bij te moeten komen. Sporten gaat nog steeds moeizaam en met heel veel vallen en opstaan, maar ik geef niet op. Ik ben er heilig van overtuigd dat ik de chronische pijn drastisch kan verminderen met sterkere spieren: spierpijn is de pijn van mijn voorkeur. En dan is het me ook gelukt om dit jaar 10 kilo af te vallen: nog maar 2 kilo en ik ben weer op mijn gewicht van voor het ongeluk. Dag plofkop!

De grootste horde die ik in 2016 moest nemen was mentaal: ik voer een dagelijkse strijd met een complexe posttraumatische stressstoornis en een zware depressie. Met mijn fantastische traumacoach ben ik alle oude coping-strategieën onder de loep aan het nemen. Dat blijkt voor mij de beste therapie te zijn, al is het verdomde zwaar om laagje voor laagje die oude overlevingsmechanismes af te pellen. De kern voor mij zit in het niet meer vermijden of vluchten voor gevoelens, maar in het aangaan, voelen en accepteren. Het maakt dat ik bepaalde situaties en mensen los moet gaan laten, en man, wat vind ik dat moeilijk. Maar soms zijn dingen nodig om zelf verder te kunnen groeien.
Ik besloot te stoppen met de antidepressiva, omdat ik wist dat dit voor mij niet werkte, het niet zorgde voor een permanente verbetering, maar enkel fungeerde als pleister. 175 dagen ben ik nu clean, en ik sta ondanks het feit dat het mijn leven niet makkelijker heeft gemaakt, nog steeds achter dit besluit. Ik kan het zonder pillen. Ik kan de pijn aan. Ik ben sterker dan ik denk. En dat is een mooie gewaarwording.

Het zorgde wel dat ik me in de tweede helft van dit jaar meer en meer terugtrok, enerzijds doordat de diepe dalen van de depressie aan me trokken, anderzijds omdat ik de rust en de stilte steeds meer nodig had. Ik sloot me af. Elke dag voelde als een worsteling. Ik heb mezelf niet van het leven beroofd, al heb ik er heel hard naar verlangd mezelf te vernietigen. Noodgedwongen ging ik door op de automatische piloot – ik heb immers twee kinderen waar ik voor moet zorgen – maar ik wist mezelf nauwelijks staande te houden en ging veel dagen bijna kopje onder. Er zijn periodes geweest waarop zelfmoord de enige manier leek om uit deze ellende te komen. Ik heb me nog nooit zo alleen, zo machteloos, zo verlaten gevoeld.
Toch lijkt dit levensstadium, dit stadium in de revalidatie, een noodzakelijk proces. Ik heb tijd nodig om te rouwen om alles wat ik ben kwijtgeraakt door het ongeluk, incluis mijn oude ik, maar ook om mijn lieve vriendin, om het mislukken van mijn huwelijk, om het verlies van mijn gezondheid.

Vallen en opstaan, dat is toch wel waar het om draaide dit jaar, mentaal en fysiek. Het was een ontzettend naar en zwaar jaar, maar ook een jaar waarin ik het gevoel kreeg dat ik ondanks alles, en misschien wel juist door alle zware lessen die ik aan het leren ben, ik de goede kant op aan het gaan ben. Ik leef en ik ben sterk. Ik voel me moe, verdrietig en toch hoopvol. Ik heb geen idee wat er voor me ligt, maar het leven accepteren zoals het is, daarin ligt voldoening. Ik zal de verliezen dragen en genieten van wat er is, en de lessen leren die er te leren vallen. Mentaal word ik steeds sterker en ook fysiek heb ik steeds meer vertrouwen in mijn lijf.

En nu hoop ik, met het begin van dit nieuwe jaar, dat het leven langzaam maar zeker verder zal gaan en dat het vanaf nu milder zal zijn voor me.

17678f63e6722aad21f773dbb8bbbb31

Nog een paar daagjes, en dan zijn ze weer thuis…

Een foto op Facebook. Een familie samen op een trap, poserend voor een redelijk spontane familiefoto met de kerst. Opa en oma, hun kinderen met hun aanhang en de kleinkinderen. Iedereen lacht, en het komt oprecht over. Een fijne foto.

Op de voorgrond staan links en rechts van een vrouw een jongen en een meisje. De vrouw ken ik niet. Ze lijkt wel als twee druppels op een van de andere vrouwen op de foto, de vrouw die in de armen van mijn exgenoot zit: de bonusmoeder van mijn monsters. Want die jongen en dat meisje op de voorgrond, die ken ik maar al te goed. Die twee horen bij mij; mijn prachtige monsters.

Ik ben blij dat mijn monsters deze kerst genieten van alle liefde die ze in mijn ogen verdienen. Kerst hoort een tijd te zijn van liefde, van familie, van vriendschap. Zelf heb ik geen familie meer, en ik kan ze dat dus niet geven. Vandaar dat ze nu voor het tweede jaar op rij deze dagen doorbrengen bij hun vader, en gezamenlijk met hun opa en oma, ooms en tantes en neefjes en nichtjes onder de boom zitten.

En nu maken ze dus ook deel uit van een andere familie: de familie van hun bonusmoeder. En ja, ik noem haar bewust zo. Ik ben blij dat ‘mijn’ monsters zo liefdevol door haar worden opgenomen en dat zij op hun beurt overduidelijk zo gek op haar zijn. En dat haar familie hen daardoor ook opneemt in hun schoot is geweldig. Ze verdienen het. Absoluut. Liefde is waar het leven om draait.

En toch… toch doet het stiekem ook een beetje pijn. Mijn monsters hebben nu ook een leven waar ik geen deel van uitmaak, waar ik niets van weet, met mensen die ik niet ken. En dat voelt, om eerlijk te zijn, best wel kut. Sommige dingen moeten schijnbaar nog een beetje slijten.

Maar nog maar een paar daagjes, en dan zijn ze weer thuis…