Fase 4: depressie

Ik denk dat-ie er is. Fase 4. Fase 4 van het rouwverwerkingsproces. Oftewel: de depressie. En ik haat het. Ik weet dat ik God op mijn blote knieën moet danken voor het feit dat ik nog leef. Als ik überhaupt op mijn knieën zou kunnen zitten. Maar ik haat mijn leven op dit moment. En dat gevoel, dat haat ik dus ook. Het voelt zo vreselijk ondankbaar.

Ik kan niet meer. Ik wil niet meer. Zo simpel is het. Maar ik beloof mezelf hierbij plechtig nog even mijn tanden op elkaar te bijten en door te vechten. Ik geef nog niet op. Ik ben er bijna. Toch?

Leef!

Gisteravond hoorde ik het opeens. Het was al een paar dagen aanwezig, zachtjes op de achtergrond. Hard genoeg om me een vervelend onderbuikgevoel te geven, maar nog niet luid genoeg om het te begrijpen. Maar gisteravond hoorde ik het. Gezeur. Geklaag. Gemopper. Ontevredenheid. Het ongeluk van 12,5 week geleden en de gevolgen ervan hebben mijn leven overgenomen. Of beter gezegd: ik heb het mijn leven laten overnemen. Natuurlijk is het constant nadrukkelijk aanwezig en uit het zich de hele dag door doordat ik beperkt word in mijn bewegen. Maar geeft het dat het recht om het mijn leven te laten bepalen? Om het mijn enige gespreksonderwerp te laten zijn? Om toe te geven aan de beperkingen die het me oplegt? Of besluit ik hierbij dat het genoeg is?

Het is genoeg. Ik leef en ga weer leven. Kom maar op!

LC

Vriend

Heb je weleens gehoord dat je in tijden van nood je je echte vrienden leert kennen? Nou, het is écht zo.

De mensen die er voor je zijn in het ziekenhuis. De mensen die na talloze weken nog steeds en nog een keer op ziekenbezoek komen. De mensen die bellen om te vragen hoe het met je is, ook al weten ze dat ze elke keer weer hetzelfde antwoord kunnen verwachten. De mensen die je kunt bellen op het moment dat je er even helemaal doorheen zit. De mensen met wie je ’s avonds ellenlange chat- en wappsessies hebt. De mensen die Wordfeud met je spelen. De mensen die je zoon en dochter wéér uitnodigen om bij hen te lunchen of na school te komen spelen met hun kinderen zodat jij kan rusten. De mensen die je kinderen meenemen naar de speeltuin zodat ze even uit je haren zijn. De mensen die lieve berichten voor je posten op Facebook en Twitter. De mensen die je laptop repareren wanneer die crasht. De mensen die hun dvd-collectie bij je afleveren zodat je je wat minder verveelt. De mensen die hun hulp aanbieden. De mensen die bereid zijn vrije dagen op te nemen om voor je kinderen te zorgen zodat jij dit jaar toch nog plezier kan maken op een festival. De mensen die je rolstoel duwen. De mensen die met jou in een rolstoel naar een concert gaan. De mensen die faciliteren dat je thuis je werk-e-mail kunt lezen zodat je het gevoel hebt er nog bij te horen. De mensen die vragen of je hen kunt helpen met hun werk. De mensen die een blokje met je lopen. De mensen die je helpen met alle juridische rompslomp. De mensen die al wekenlang voor je zorgen en dat nog steeds graag doen. De mensen die er nog steeds voor je zijn ook al hebben ze het zelf zo ontzettend druk. De mensen die je blijven motiveren en opbeuren. De mensen die zeggen dat ze trots op je zijn.

Die mensen noem ik vriend.

Dank jullie wel. LC

Deze blogpost is geschreven in het kader van WOT (Write on Thursday). Op het blog van Karin Ramaker lees je er alles over.

Openbaring

Ik heb vanochtend nee gezegd. En het laat me niet meer los. Het geeft een raar gevoel in mijn buik. Maar het is geen onplezierig gevoel. Vreemd en onwennig, dat wel.

Ik heb vanochtend nee gezegd. Tegen een collega. Een lieve en leuke collega die omkomt in haar werk. Normaliter was ik de eerste om ja te zeggen. ‘Geef maar aan mij, ik regel het wel’, ‘Ik los het wel even op’ of ‘O, dat heb ik zo gedaan’ zijn zinnen die mij niet vreemd zijn. Ik help graag, ik ben een doener en een regelneef, maar ik vergeet daarbij mezelf nog wel eens.

Ik heb vanochtend nee gezegd. Nee, omdat ik mijn grenzen aanvoelde. Grenzen die ik zelf graag en gemakkelijk overschrijd. Maar nu, als gevolg van de lichamelijke beperkingen door het ongeval, besef ik me dat mijn grenzen een limiet, een eindpunt, een afbakening geven voor mijn eigen bestwil. Ik, die normaal het liefst zo veel mogelijk ballen tegelijk in de lucht houd, wil nu niet teveel hooi op mijn vork nemen. Zodat ik op een zo goed mogelijke manier weer normaal kan gaan functioneren. En vanochtend besefte ik me dat zo goed mogelijk en zo snel mogelijk niet altijd samen op gaan.

Ik ben vanochtend voor mezelf opgekomen. En ik ben er nog stil van.

LC

Bitterzoet

Heb jij wel eens last van tegenstrijdige gevoelens? Vandaag heb ik het heel sterk. Vandaag is namelijk de dag waarop mijn studiegenootjes hun diploma voor de communicatieopleiding waar ze het afgelopen jaar zo hard voor hebben gewerkt, feestelijk krijgen overhandigd bij Beeld en Geluid in Hilversum. En ik had er zo graag bij willen zijn. Natuurlijk had ik niets liever dan dat ik mijn diploma vandaag zelf in ontvangst had mogen nemen. Maar doordat ik mijn examen heb moeten missen door de gevolgen van de aanrijding, is daarvan echter geen sprake. En dat vind ik niet leuk, maar ik heb er vrede mee. Mijn tijd komt nog wel; dat examen mag ik in juni alsnog doen. Tegen die tijd ben ik echt wel weer ter been. Dat komt goed.

Toch was ik zo graag bij deze feestelijke afsluiting van ons gezamenlijke streven geweest. Mijn studiegenoten en ik hebben zo hard gewerkt het afgelopen jaar. Alleen thuis, maar ook met zijn allen tijdens de lessen in alle uithoeken van het land. We hebben samen gelachen, maar ook gehuild. Elkaar een hart onder de riem gestoken of bemoedigend toegesproken. En wanneer nodig, elkaar duwtjes in de rug gegeven. Het aantal ‘top’s’ was altijd groter dan het aantal ‘tips’.

Ik ga ze missen, die lieve en leuke studiegenoten van me. En dat is de reden dat ik vandaag bitterzoete gevoelens heb. Ik ben zo blij voor ze dat ze zijn geslaagd, dat ze vandaag eindelijk dat welverdiende papiertje in ontvangst mogen nemen. Maar ik had zo graag onderdeel willen zijn van het feestgedruis, het met ze willen delen. Voor een laatste keer iedereen willen zien en spreken. Voor een laatste keer groep CM71 bijeen…

Gefeliciteerd kanjers. Geniet met volle teugen van deze dag; dit is jullie moment. In gedachten ben ik bij jullie. LC

Vrij

Wat betekent vrij voor jou? Staat het voor vrije tijd, een vrije dag van werk, het weekend? Of misschien zelfs wel voor vakantie? Voor plezier maken, lekker doen waar je zin in hebt, zelf je tijd indelen? Onbelemmerd en onbeperkt je gang kunnen gaan?

Voor mij staat vrij op dit moment voor totaal iets anders. Vrij betekent voor mij verlost te zijn van het wachten. Het wachten tot ik weer kan gaan doen wat ik wil, dat ik niet meer aan mijn bed gebonden ben, niet meer continu na de kleinste inspanning moet rusten. Niet meer gevangen in een lichaam dat nog even niet wil wat mijn geest het vraagt.

Maar vooral wil ik vrij zijn in mijn hoofd. Vrij van de stem in mijn hoofd die mij de hele dag door aan het verdedigen is tegen de valse beschuldigingen van de tegenpartij. De stem die zegt dat ik geen zestienjarig scootertuig ben dat zo nodig te hard moet rijden omdat het stoer is. Dat te hard rijden sowieso niet mogelijk is op het stuk fietspad voor de plek van het ongeluk. Het had niet alleen net geregend en er reden fietsers, maar de weg heeft ook nog een aantal scherpe bochten en de kuilen op dat stuk zijn zo groot dat ze je lanceren wanneer je te hard rijdt. Bovenal is het een gevaarlijk stuk omdat automobilisten vaak vergeten hier naar rechts te kijken bij het invoegen…

Vrij van de stem die schreeuwt tegen de tegenpartij dat ik ALTIJD mijn verlichting aan heb. Niet alleen omdat je bij mijn scooter niet anders kan; zodra je contact maakt, gaat het licht branden. Maar ook omdat ik dat veiliger vind. Ik rijd in de auto overdag ook altijd met het licht aan. En bovendien droeg ik op de scooter ook nog eens een afschuwelijk geel reflecterend hesje zodat ik nog beter zichtbaar ben voor het overige verkeer. Ook ’s ochtends, wanneer het eigenlijk niet meer nodig was. Dus hoe is het mogelijk dat iemand dan verklaart dat ik mijn licht niet aan had? Hoe durft hij het te beweren? Hoe durft de tegenpartij te zeggen dat ik mijn licht niet aan had en te hard reed? Als hij dit inderdaad zou hebben gezien, hoe fout is hij dan geweest? Dan heeft hij opzettelijk zijn auto voor mij op het fietspad gezet, ondanks het feit dat hij mij zonder verlichting en met een te hoge snelheid aan zag komen rijden. Zou dat niet vreselijk zijn?

Ik ben zo boos. Ik voel me zo machteloos. En wat wil ik graag vrij zijn.

LC

Deze blogpost is geschreven in het kader van WOT (Write on Thursday). Op het blog van Karin Ramaker lees je er alles over.