Gevangen

Ik zit gevangen. Dikke staven van metaal sluiten mij in. Bewegingsruimte is er niet; ik kan geen kant op. De ruimte is donker, angstig donker. Ergens in de verte is wel iets van licht, van een raam misschien, maar het is ver, heel ver weg. Het is stil. Angstig stil. Alleen het geluid van een vallende druppel echoot keer op keer en af en toe hoor ik zacht voetstappen weerklinken. Of is dat mijn fantasie? Word ik langzaam gek? Ik schreeuw hard, zo hard als ik kan. Mijn stemt weerkaatst tegen de muren. Ik wil hier zo graag uit. Paniekgevoelens overmeesteren me. Waarom hoort niemand mij? Ik begrijp niet waarom ik hier zit. Gevangen, in het donker, alleen. Wat heb ik verkeerd gedaan? Waarom? Ik schreeuw de longen uit mijn lijf tot ik geen stem meer over heb. Ik huil rivieren van tranen. Ik rammel aan de tralies tot de blaren op mijn handpalmen staan. Het helpt niet. Niets helpt.

Nachtenlang dezelfde droom. Iedere nacht weer.

Bloed kruipt

Ben jij een vechter of een vluchter? Denk je daar wel eens over na? Weet jij hoe je reageert in een negatieve situatie? Die basisreactie zit diep in ieder van ons geworteld. Eigenlijk heb je zelf niet eens een keuze: je vecht of je vlucht. Zo simpel is het. Een heel primaire reactie.

En waarom zou je dit niet doen? De vijand vernietigen? Of heel hard voor hem wegrennen? Dan ben je er vanaf. Klaar. Alleen zo werkt het natuurlijk niet: die vijand is overal. Net als je denkt dat je gewonnen hebt, steekt hij weer de kop op en bekogelt je met sombere gevoelens, paniekaanvallen, huilbuien of lichamelijke pijn. Je moet het gevecht opnieuw aangaan. En weer. En weer. En weer. Net zolang totdat je beseft dat vechten niet werkt.

Maar wat dan? Daar sta je dan met je vlucht- of vechtgedrag. Verstandelijk weet je dat er nog maar een mogelijkheid is: accepteren. Acceptatie is een houding waarbij je de vijand (negatieve gedachten, gevoelens, omstandigheden) omhelst, zodat hij je niet kan slaan. Maar waarom zou je? Het voelt onnatuurlijk om stil te blijven staan en het maar over je heen te laten komen. Je wilt immers maar een ding: de negatieve gevoelens verminderen. Hoe kan dat beter dan door ‘iets te doen’, door te vechten of te vermijden? En dus juist niet door het toelaten van de gevoelens die je liever niet wilt ervaren.

Het is zo verdomde moeilijk om de vijand te accepteren, te omhelzen en toe te laten in je leven. Tolereren gaat nog, maar zelfs dan blijf je voorzichtig en op je tenen lopen. Het voelt als opgeven, jezelf gewonnen geven. Ga je dan niet veel liever strijdend ten onder? Ja, totdat je weer op je bek gaat en je uiteindelijk wordt gedwongen onder ogen te zien dat jouw tactiek niet werkt. Het is een zinloze strijd die al veel te lang heeft geduurd. Ondanks het feit dat het bloed kruipt waar het niet gaan kan, wordt het tijd je over te geven aan een nieuwe tactiek: accepteren.

Acceptatie van alles wat je niet wilt voelen en denken, ook al betekent dat meer somberheid en onverklaarbare huilbuien. Acceptatie van de paniekaanvallen, zonder boos te zijn op jezelf omdat je zo’n aansteller bent. Acceptatie van het feit dat een helingsproces tijd en rust nodig heeft en dat je de onrust, de kriebels, die onderdrukte schreeuw in je hoofd nog even langer moet laten bestaan. Accepteren dat je zo veel meer wilt dan dat je lichaam nu kan, ook al word je er gek van. Accepteren dat die vijand niemand minder is dan jijzelf. Juist, je hoort het goed, die vijand maakt onderdeel uit van jou, het deel dat je niet wilt ervaren. En wil jij vechten met jezelf?

De volgende stap dus. Accepteren, al blijft het bloed kruipen…

Deze blogpost is geschreven in het kader van WOT (Write on Thursday). Op het blog van Karin Ramaker lees je er alles over.

15 redenen waarom ‘zevenendertig’ zo’n vies woord is

  1. Je ziet tegenwoordig op tegen je verjaardag, hoeveel cadeaus er ook in het verschiet liggen. Vroeger kon je niet wachten tot de grote dag.
  2. Je denkt tegenwoordig in een ‘nu’ en een ‘vroeger’, waarbij het laatstgenoemde er veel beter vanaf komt.
  3. Je realiseert je dat er slimme, volwassen mensen bestaan met 1990 als geboortejaar.
  4. Je kunt toegeven dat jij een walkman had in plaats van een iPod, een telefooncel gebruikte in plaats van een gsm en je scriptie schreef op een typemachine of ‘tekstverwerker’ in plaats van een computer.
  5. Je betrapt jezelf op de volgende uitspraak tegen jonge mensen: ‘Toen ik zo oud was als jij, was er nog geen internet.’
  6. Bij enquêtes moet je tegenwoordig het vakje ‘35 – 50 jaar’ aankruisen (oftewel het vakje ‘middelbare leeftijd’).
  7. Je mist de toegift bij een rockconcert omdat je gezelschap de drukte voor wil zijn en op een redelijk tijdstip thuis wil komen.
  8. De behandelend arts is jonger dan jij.
  9. Binnenin jou schuilt een jonger persoon, die zich afvraagt wat er in godsnaam is gebeurd.
  10. Je leeftijd wordt steeds zichtbaarder om je middel.
  11. Je zit nu in dezelfde leeftijdscategorie als mensen die naar een hobbybeurs gaan of die een olieverfschilderij met een hond erop kopen.
  12. Het ik-ben-net-wakkergezicht van je dertigste is het hele-daggezicht van je zevenendertigste.
  13. Als vrienden om halftien ’s avonds hebben gereserveerd, kun je ze wel door hun kop schieten.
  14. Je gewrichten en littekens zijn beter in het voorspellen van regen dan Buienradar.nl.
  15. Aan een compliment over je uiterlijk, wordt nu ‘voor je leeftijd’ toegevoegd. Ouch!

Flexibel

Flexibel: je kunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden. Maar hoe pas je je aan omstandigheden aan wanneer die omstandigheden door jou absoluut niet gewenst zijn? Wanneer ze je tegen de borst stuiten? Wanneer je je ontevreden voelt door die omstandigheden, ja, zelfs ongelukkig? Wanneer je niet bij machte bent die omstandigheden te veranderen of te beïnvloeden?

Het helpt om de positieve kant in te zien van die vervelende en ongewenste situatie. Elk probleem heeft een lichtpuntje. Misschien leer je er iets van; ontdek je sterke karaktertrekken bij jezelf of leer je hierdoor bewust te tonen wat je normaal liever verbergt. Vind je jezelf opeens gesteund door mensen van wie je het niet had verwacht of merk je dat je in staat bent niet het probleem, maar de mogelijkheid als startpunt te nemen.

Het is misschien niet de meest spectaculaire methode, maar het werkt vaak wel. Stug volhouden, ergens voor gaan en in geloven. Soms met vallen en opstaan, maar altijd met het doel voor ogen. En dan kan het zomaar gebeuren dat situaties kantelen, in je voordeel uitpakken en dat het ene na het andere succes zich als vanzelf aandient.

Maar om met de woorden van psycholoog Hans te spreken: ‘Soms zijn dingen gewoon klote en blijven ze klote. En klote doet pijn.’ Soms valt er niets positiefs te halen uit een ongewenste omstandigheid. Soms is het een kwestie van (leren) accepteren. En daar kan ik dus nog wel wat flexibiliteit in gebruiken.

Geef me de kracht om te veranderen wat ik kan veranderen,

de berusting om te accepteren wat ik niet kan veranderen

en de wijsheid om het verschil te zien.

Deze blogpost is geschreven in het kader van WOT (Write on Thursday). Op het blog van Karin Ramaker lees je er alles over.

Spannend maar lekker

Vanaf een uur of twaalf vanmiddag kwamen de kriebels. Onrust, zenuwen, spanning… Ik kon mijn ogen niet losmaken van de klok, ook al hoefde ik nog lang niet weg. Ik vertelde mezelf dat het maar een klein stukje met de trein was. Dat het echt niets voorstelde. Dat ik het al honderden keren eerder had gedaan. En toch kreeg ik die onrust in mijn buik niet tot bedaren.

Vandaag was het een beetje anders dan anders. Vandaag ging ik voor het eerst na het ongeluk alleen op pad. Ja, ik was de afgelopen zes maanden wel al vaker de deur uit geweest, maar ik bleef veilig in mijn eigen buurtje voor mijn revalidatieloopje, en daarbuiten stond er altijd iemand paraat om mijn hand vast te houden. Nu moest ik het alleen doen. En ik zou het ook alleen doen!

De voorbereiding had ik goed ingezet: ik had de hele dag extreem rustig aan gedaan, de afspraken voor morgen waren afgezegd, en alles was gereed voor vertrek. En toen was het zo ver. Van de spanning vergat ik bijna mijn helm (nogal gênant wanneer buren staan te kijken), onderweg naar het station reed ik bijna verkeerd en op het station heb ik 10 minuten lopen aarzelen op zoek naar een perfecte plek om mijn scooter te stallen (want wat nou als-ie gestolen zou worden?). Bij elke stop van de sprinter was ik benauwd dat ik mijn halte zou missen en dan nog al die mensen om me heen: hellup! In Den Haag vergat ik uit te checken, waardoor ik op de terugreis dus uitcheckte en niet meer kon inchecken. Gelukkig had de controleur meedelijden en na een zware preek bleef de boete voor zwartrijden (35 euro) me bespaard (voor de volgende keer: er moeten 3 minuten tussen uit- en inchecken zitten). Na een overstap op Leiden om daar onder dwang van de controleur alsnog in te checken (staan er nou echt geen paaltjes daarvoor op de perrons?) en een enorme run omdat de overstaptrein opeens op een ander perron stond (en rennen gaat klaarblijkelijk nog niet zoals ik gewend ben) eindigde ik EINDELIJK weer op de startplek: thuis. Kapot en moe, maar voldaan.

Stiekem ben ik wel een beetje trots ondanks al mijn vreselijke gemuts: ik confronteerde mijn angsten, nam deel aan de grote boze buitenwereld en was een vriendin tot steun (de reden van mijn uitstapje). I F*KKING DID IT!!! En dat geeft best wel een lekker gevoel…

Nu alleen nog zonder gemuts 😉

Zware dobber

Ik hoor het haar nog zeggen, afgelopen dinsdag: ‘We maken een nieuwe afspraak voor begin augustus. Tot die tijd ben je gewoon nog 100% arbeidsongeschikt’, waarbij ze me op het hart drukte meer aan mezelf te denken door rustiger aan te doen. Dit had ik natuurlijk kunnen verwachten. De whiplashklachten zijn zo hevig, dat de pijn die ik nu dagelijks heb een ontzettende stap terug is in het revalidatieproces. Dus waarom schrok ik dan zo? Had ik nu serieus verwacht – ALWEER – dat ik op korte termijn weer zou kunnen werken? Dat ik snel weer volledig belastbaar zou zijn? Zoals ik er nu voor sta? Het antwoord is: JA. Schijnbaar is de wens groter dan het besef van de werkelijkheid.

Struikelen over gedragspatronen

Ik weet het allemaal dondersgoed, maar ik stop mijn kop diep in het zand en verberg me voor de werkelijkheid. Met mijn vingers in mijn oren neurie ik zo hard dat ik zelfs mezelf overstem. De laatste maanden word ik steeds vaker geconfronteerd met dit gedrag van mezelf. Menig blogpost heb ik er aan gewijd. Niet alleen spelen mijn bewustzijn en onderbewustzijn graag verstoppertje met elkaar, maar ook mijn grenzen komen pas tevoorschijn om heel hard BOE te roepen, wanneer ik ze al lang ben gepasseerd. Maar waarom hou ik mezelf zo voor de gek? Welke overlevingsstrategie zit hier achter? Of is het een gedragspatroon waar ik nu keer op keer over struikel?

Doelstelling van de week

Voor nu denk ik dat het probleem zit in het feit dat ik dienstverlenend en behulpzaam wil zijn. Altijd. Nee (kunnen of willen?) zeggen zit er gewoon niet ingebakken. Prima, maar ik moet het vooral niet te ver doorvoeren, zeker nu niet. Daar heb ik niet alleen mezelf mee, maar ook anderen hebben daar last van. Mijn doelstelling voor de komende week is dan ook vooral NIET te zeggen: ‘O, dat doe ik wel even.’

Dat wordt een heel zware dobber…

Iemand die iedereen tevreden wil stellen, stelt uiteindelijk niemand tevreden.

S T U K

Soms wil ik zo graag dat ik helemaal in het gips zat. Dat elke plek die pijn doet – en dan heb ik het echt niet over een pijntje, een krampje, een steekje, nee, over PIJN – helemaal omwikkeld was met verband. Zodat de buitenwereld kon zien dat ik nog niet beter ben, ook al kan ik weer lopen. Dat ik nog niet klaar ben om aan de wensen en verwachtingen van iedereen te voldoen. Want dat is waar ik voor mijn gevoel alleen nog maar mee bezig ben: het anderen naar de zin te maken, omdat ik me zo ontzettend schuldig voel dat ik nog steeds niet ben gerevalideerd. Maar ik kan niet meer. I K  K A N  N I E T  M E E R.

Ik voel me zo gefrustreerd, zo boos, zo machteloos! Ik wil schreeuwen, slaan, schoppen, smijten! Ik kan nog niet meer uren arbeidstherapeutisch werken, ik kan nog niet een hele dag voor twee kinderen zorgen, ik ben er nog niet klaar voor om een kostenoverzicht te maken voor de verzekering. Ik kan nog niet de BOB zijn, ik kan nog niet studeren, ik kan nog niet meer het huishouden doen dan dat ik nu doe, ik kan nog niet een hele avond de deur uit. En geloof me, ik zou niets liever willen dan dit alles. Echt. Maar ik kan het nog niet. Hoe rot ik het ook vind het toe te geven. Aan jou, en aan mijzelf. Naast het feit dat ik nog wel eventjes bezig ben met revalideren, zit ik gewoon helemaal tot de grond toe stuk. S T U K. Letterlijk en figuurlijk.

Ik ben zo ontzettend moe. Ik wil slapen. Ongestoord. Zonder schuldgevoel.