Je leeft maar één keer

Je leeft maar één keer. Voor zover ik weet dan. Ben jij je daarvan bewust? Dat elke hartslag, elke ademteug je dichter bij je dood brengt? En jouw dood mag dan misschien nog ver weg lijken – als je er al eens aan denkt is dat vast ergens ver weg in de toekomst, met alle kleinkinderen en achterkleinkinderen om je heen – maar besef je je ook dat een ongeluk in een klein hoekje zit? Niet alleen maar spreekwoordelijk; een ongeluk kan je echt elk moment overkomen. Misschien wel zo wanneer je naar huis rijdt, of wanneer je vanavond uit bad wil stappen. Misschien heb je de pech om een nare, gemene ziekte te krijgen, ook al komt het niet in je familie voor. En hoe goed jij ook oplet, hoe goed je ook voor jezelf zorgt, een ongeluk kan je zo overkomen. Denk je daar wel eens aan?

Wat zou je doen wanneer je erachter kwam dat morgen je laatste dag is hier op aarde? Of volgende week, misschien volgende maand? Zou je dan anders in deze dag staan? Zou je dan nog steeds doen wat je nu aan het doen bent? Werken waar je werkt? Mopperen op je kinderen omdat je zo druk bent en je helemaal geen tijd hebt voor hun geneuzel? En waarmee ben je dan zogenaamd zo druk? Is het erg belangrijk? Loont het de moeite? En luister je nu naar wat andere mensen over je zeggen? Pas je je aan naar wat ‘men’ van je verwacht? Ook al is dat misschien niet wat jou het meest gelukkig maakt? Het is goed dat je rekening met anderen houdt, maar denk jij weleens aan jezelf? Wanneer heb je voor het laatst iets gedaan wat jíj leuk vond? En natuurlijk moet er geld zijn voor de hypotheek, de boodschappen, de kleren van de kinderen, maar is het nodig daarvoor zo veel uur per week te werken? Is één vakantie per jaar met je gezin of geliefde naar een duur en exotisch oord van grotere waarde dan wat vaker doordeweeks thuis zijn? Dan wat extra aandacht voor je kinderen elke dag?

Ik sta er sinds mijn ongeluk steeds vaker bij stil. Ik wil LEVEN. En ja, dat betekent voor mij op het moment inderdaad ook dat ik klaar wil zijn met mijn revalidatie en dat ik de draad van mijn leven weer volledig kan oppakken, maar ook dat ik het leven volledig wil benutten. Genieten van elke seconde, voor zover als dat mogelijk is. Me niet meer laten afremmen omdat ‘het zo niet hoort’. Elke avond tevreden in bed liggen terwijl ik met een grote glimlach op mijn gezicht mijn dag overdenk.

Elk moment in jouw leven is belangrijk, voor jou, maar ook voor de mensen in je leven. Maak er dus het beste van! L E E F !

leef

Grootse plannen

Ik voel me goed. Nee, ik voel me fantastisch. Eergisteren heb ik met toestemming van de Sadist (voor de nieuwelingen onder jullie: fysiotherapeut E.) 5 minuten rustig mogen roeien op de roeimachine. En dat was héérlijk! Vermoeiend, zwaarder dan verwacht en mijn conditie was uitermate teleurstellend, maar ik heb het maar mooi gered. I did it! Nu, na 2 dagen wachten op de fysieke reactie op het roeien, mag het weer. Ik heb wat vermoeide spieren, ik voel duidelijk dat ik heb geroeid, maar de wervelkolomklachten blijven uit. Ik heb wel een lichte hoofdpijn, maar volgens mij is dat gewoon een hoofdpijn en heeft die niets hiermee te maken. Goed nieuws dus. Ik ga zo weer 5 waanzinnig lekkere minuten mijn frustratie van de afgelopen 8 maanden botvieren op de roeimachine. Kan niet wachten. Wanneer het roeien rustig aan is opgebouwd tot 15 minuten mag ik onder begeleiding gaan trainen in het medisch trainingscentrum. En dan raak ik eindelijk die 15 kilo extra lichaamsgewicht, nee, lichaamsvet, kwijt. Wat een mooie gedachte…

Nu, tweeëneenhalve dag later. Ik lig op bed en daar wil ik blijven. Niet omdat het ’s ochtendsvroeg is en ik wil uitslapen. Nee, ik wil hier blijven, met de gordijnen dicht, koude doeken in de buurt, alle geluid verbannen en heel veel ibuprofen, paracetamol en diclofenac in mijn bloedbaan. Niet dat het zal helpen. Dat heb ik de afgelopen maanden wel geleerd. Ik heb pijn. Enorme pijn. Ik voel het ergens tussen mijn schouderbladen beginnen, waar het zich langzaam en pijnlijk verplaatst via mijn nek tot boven mijn ogen. Er zeurt ook iets onderaan mijn rug, maar dat is hiermee vergeleken verwaarloosbaar.

Ik baal. De laatste weken had ik hoop gekregen. Grote hoop. Sterke hoop. Krachtige hoop. De Sadist verrichtte in mijn ogen wonderen. Ik was zelfs al een paar weken hoofdpijnvrij! Maar nu wil ik huilen. Boos zijn. Woedend. Twee keer 5 minuten roeien met een rustdag ertussen was me teveel. Sinds lange tijd heb ik weer last van die krankzinnigmakende hoofdpijn en de bijbehorende misselijkheid. Rationeel weet ik dat het gewoon even een stapje terug is. Ik was er dus nog niet klaar voor. Doorademen, even een pas op de plaats en weer verder gaan. Maar ik had hoop. En hoop… Hoop maakt meer kapot dan me lief is.

Brief aan Tegenpartij

Beste Tegenpartij,

Ik snap het niet. Ik snap het werkelijk niet.

Ik reed op een voorrangsweg én kwam van rechts. Toch zag u mij over het hoofd. Dat kan gebeuren, dat begrijp ik. Ik ben zelf ook automobilist. Toch trok u gelijk in twijfel dat u verantwoordelijk was. Uit het proces verbaal maak ik zelfs op dat u zelfs eerder het licht van mijn scooter checkte dan dat u zich druk maakte over mijn toestand. Aangezien ik geen 16-jarig scootertuig ben, maar een volwassenen vrouw die verstandig deelneemt aan het verkeer, geen opgevoerde scooter rijdt, altijd verlichting voert en zelfs een fluorescerend reflectiehesje draagt in de winter, ervaar ik uw gedrag als kwetsend. Een eenvoudig ‘sorry’ uwerzijds verlicht mijn pijn of alle ongemakken weliswaar niet, maar ik kan u vertellen dat ik dit toch zeer had gewaardeerd. In plaats daarvan beschuldigde u mij ten onrechte.

Nu, 7 maanden later, ben ik nog steeds niet hersteld. Iets waar ik verschrikkelijk verdrietig om ben. Want wat zou ik graag weer willen LEVEN. Vooralsnog staat mijn leven stil. Mijn gezin, mijn werk, mijn studie, mijn privé-leven, alles heeft te lijden onder dit ongeluk. Ik zou niets liever dan deze zomer eenvoudig hebben gekampeerd met mijn gezin in Frankrijk. Iets waar wij na het afgelopen half jaar hard aan toe zijn, zoals u begrijpt. Mijn man heeft naast zijn nieuwe functie ons hele gezin draaiende gehouden met daarbij de extra complicatie van een vrouw die niets tot weinig kon. Mijn kinderen zijn door het ongeluk ontzettend geschrokken. De impact op hun leventjes is groot. Mijn dochter vraagt nog steeds of de dokter mijn been weer gaat open knippen, iets dat zij tot op heden ook nog steeds bespreekt op haar opvang. Mijn zoon is sindsdien panisch voor artsen én als de dood dat ik hem verlaat. Hij is zich rot geschrokken door de sterfelijkheid van zijn ouders en heeft het daar nog steeds moeilijk mee. Wij zijn dus best toe aan een verzetje. Helaas ben ik de spelbreker: ik kan dit nog niet aan.

Doordat uw verzekeringsmaatschappij naar mijn gevoel alle gemaakte kosten in twijfel trekt, en dus weigert op korte termijn voorschotten te betalen, zorgt dit voor een financieel onhoudbare situatie voor mijn gezin. Op dit moment weet ik niet hoe ik de volgende rekening van de fysiotherapeut of de psycholoog moet vergoeden. En dan heb ik het nog niet eens over de dagelijkse boodschappen, aangezien ik het idee heb dat u zich hiervoor al helemaal niet verantwoordelijk zult voelen. Snapt u niet dat dit zorgt voor geestelijke stress? En dat dat niet bijdraagt aan een sneller herstel? Snapt u niet dat de gemaakte kosten leiden tot een sneller herstel mijnerzijds én uiteindelijk dus voor lagere kosten uwerzijds?

Ik hoop dat u zich toch wilt gaan verplaatsen in mijn schoenen. Ik wil niets liever, en dan ook écht niets liever, dan morgen mijn leventje weer terug te hebben. Dat morgen dit alles achter de rug is. Dat ik weer gewoon kan werken, kan studeren, kan sporten, leuke dingen kan doen met mijn kinderen en man, plezier kan maken met vrienden. Geloof mij. Op dit moment is mijn leven echt geen pretje. Begrijp mij niet verkeerd: natuurlijk ben ik blij dat ik nog leef, maar de afgelopen 7 maanden waren een hel. En helaas is het nog niet voorbij. Nog steeds niet.

Kunt u begrijpen dat alle juridische getouwtrek uwerzijds mijn herstel geen goed doet? Dat door het schrijven van uw jurist dat ik vandaag heb mogen ontvangen, ik vandaag nog niet heb kunnen stoppen met huilen? Ik krijg het gevoel dat u vindt dat het ongeluk niet alleen mijn schuld was, maar dat u nu ook nog eens vindt dat ik een aansteller ben. Of dat ik niet goed genoeg mijn best doe snel genoeg te herstellen. Op dit soort momenten wens ik bijna dat ú degene was die het lichamelijke letsel had opgelopen. Dat ú al 7 maanden thuis zat om te herstellen. Dat ú een dergelijke tegenpartij had. Dat zou alleen nooit het geval zijn, aangezien ik wél sorry was komen zeggen en er alles aan had gedaan u te steunen in uw herstel.
Had u ook zo moeilijk gedaan als het niet dat haartje had gescheeld en u mij een dwarslaesie had gereden? Of erger: u mij dood had gereden? Had u dan ook zo moeilijk gedaan?

Ik beloof u hierbij dat wanneer u mij – op uw kosten uiteraard – morgen een arts of iets van die strekking stuurt, die ervoor zorgt dat ik overmorgen weer helemaal beter ben, ik dat met beide handen aangrijp. Want wat mij betreft kan dit niet snel genoeg voorbij zijn. En dan hoop ik met elke cel in mijn lichaam dat ik nooit en dan ook nooit meer iets met u te maken zal hebben.

Getekend,
Chantal Verhulst

Nu even niet!

‘Mama’. ‘Mama’. ‘Mama’. ‘Mama’. De hele dag. ‘Mama’. ‘Mama’. ‘Mama’. Echt de hele dag door. Je verwacht dat er dan een vraag op volgt, maar nee. Mijn kinderen hebben de behoefte om de hele dag te weten waar ik ben en wat ik aan het doen ben. En vooral, waarom ik op dat moment niet bij ze ben. Ik hoef niet met ze te spelen, alleen mijn aanwezigheid in dezelfde kamer als waarin zij op dat moment verblijven is al voldoende.

Vier uitgestrekte armen. De hele dag. Vier uitgestrekte armen, de hele dag door. Het smekende verzoek in twee paar ogen om te knuffelen. Alsof ze nog nooit geknuffeld zijn. Knuffelen is heerlijk en knuffelen is fijn. Samen op bank, bij thuiskomst, of in bed. Maar niet de hele dag door.

Niet op de wc. Niet bij het tandenpoetsen, of het douchen. Niet bij het inruimen van de vaatwasser. Niet wanneer ik net een boterhammetje voor mezelf heb gemaakt. Niet bij het ontharen van mijn benen. Niet in de winkel of bij de kassa. Niet tijdens de 100 meter vrije slag op de tv. Niet wanneer ik net iets voor mezelf aan het doen ben. Niet tijdens de 2 minuten van een spelletje Ruzzle op mijn telefoon. Niet voor de tigste keer tijdens dezelfde alinea in mijn boek. Niet tijdens het schrijven van een blog. Niet tijdens de fysiotherapie of de sessie met de psycholoog. Niet tijdens telefoongesprekken, al helemaal niet tijdens telefoongesprekken met de bedrijfsarts of de jurist. Niet door het ene kind wanneer je in gesprek bent met de juf over het andere kind. Niet wanneer ik net moet rusten. Niet wanneer ik pijn heb doordat ik veel heb gedaan of na een sessie bij de fysio. Niet door de een, wanneer ik net bezig ben met de ander. Niet wanneer ik het gewoon allemaal even zat ben.

Mijn kinderen zijn doodsbang sinds het ongeluk. Sinds ze hebben begrepen dat hun moeder sterfelijk is en dat het weinig heeft gescheeld. Elke dag vertel ik ze hoeveel ik van ze hou en laat ik ze merken hoe speciaal ze voor mij zijn. Dat er wel wat meer voor nodig is om ons uit elkaar te halen. Maar soms, soms wil ik gewoon even tijd voor mezelf. Soms is zo’n huis vol, gewoon té vol. Soms wil ik gewoon even rust, dus NU EVEN NIET!