Allesverterend

Het broeit al een tijdje in mijn maag. Kleine prikjes van onvrede, elektrische stootjes van boosheid, grote scheuten van frustratie. En nu, beetje bij beetje, vreet het zich een weg naar mijn hart, naar mijn hoofd, naar buiten: allesverterende woede.

Ik wil keihard schreeuwen en ik wil dingen kapot slaan. Ik wil schoppen en bijten en krabben. Ik wil gaten in de muren rammen en alle serviesgoed op de grond in stukken gooien. Ik wil stoelen door ramen gooien, ik wil met grote koeienletters ‘rechts heeft voorrang, LUL’ op een auto krassen.

Aangezien ik niet vermoed dat de verzekering dit vergoedt, houd ik me in. Het nadeel hiervan is dat het nu doorsijpelt in mijn dagelijkse leven. Ik snauw de mensen die me dierbaar zijn af, onverdiend. Ik barst zonder duidelijke redenen in huilbuien uit. Ik wil alleen maar in mijn bed liggen met de dekens over mijn hoofd, zelfs op de spaarzame momenten waarop mijn hoofd niet uit elkaar knalt van de hoofdpijn. Ik ben lusteloos en heb nergens meer zin in. Het kan me allemaal gestolen worden. Ik kan niet meer. Ik wil niet meer. Ik haat dit alles. Ik haat mijn leven op het moment, ook al weet ik dat ik blij hoor te zijn dat ik nog leef…

Help?

 

Op het moment

Op het moment waarop je het eventjes niet meer ziet zitten,

op het moment waarop je jezelf eventjes een zielig hoopje ellende vindt,

op het moment waarop je spuugmisselijk bent van de pijn,

op het moment waarop je je afvraagt of er ooit nog een eind aan gaat komen,

op het moment waarop je eventjes geen puf, geen energie meer hebt om door te vechten,

op het moment dat eventjes niet meer even lijkt, maar een eufemisme voor oneindig lang,

op dàt moment hoor je dat je op de gastenlijst bent gezet voor opnames van That’s Live. En dan niet voor zo maar een opname, maar voor de intieme opnames van The Gaslight Anthem – een van je favoriete bands – , voorafgaand aan hun concert in Paradiso.

Op dat moment krijg je weer zoveel zin, zoveel energie, zoveel wilskracht erbij om nog even je tanden op elkaar te zetten en door te vechten.

Thnxx Eric & Edwin. You rule!

Na de uitzending vind je de opnamen hier terug.

Grey’s

Natuurlijk wist ik dat de eerste aflevering van seizoen 9 van Grey’s Anatomy me aan het huilen zou maken. Dus ik had mezelf voorbereid. Een doos tissues stond binnen handbereik. De reep chocola lag klaar, met een verse pot thee ernaast. Mijn vriendinnetje stond stand-by via de telefoon voor de zware momenten.

Toch was ik er minder goed op voorbereid dan ik had gedacht. De dood van de overheerlijke McSteamy maakte dat ik de tissues hard nodig had. Tuurlijk. Dat had ik al verwacht. Het was een trieste, sombere en verdrietige aflevering. Maar vooral zwaar. Pittig. Confronterend. Voor mij dan.

Er was een moment waarin McDreamy naar zijn hand kijkt. Vol frustratie, woede, ongeloof en verdriet. Tijdens zijn eerste operatie na het vliegtuigongeluk laat hij een instrument vallen. Zijn hand is gevoelloos, veroorzaakt door de operatie die hij zelf aan zijn arm heeft moeten ondergaan na het ongeluk. Ik kon me op dat moment zo goed in hem verplaatsen. Want wat zou ik ook graag willen dat mijn lichaam weer doet wat ik wil. En hoe frustrerend is het dat je er geen grip op hebt. Hoe boos je je ook maakt, hoe zeer je het jezelf ook voorneemt, je lichaam doet niet wat jij wil. Je hoofd geeft een opdracht aan je lijf en is gewend dat dit wordt uitgevoerd. Maar nu luistert je lichaam niet, het sputtert en gromt, gooit zijn kont tegen de krib en neemt uiteindelijk wraak met een enorme hoofdpijn. De gekooide frustratie die Derek liet zien, was zo pijnlijk herkenbaar voor mij.

Maar dit moment haalde het niet voor mij bij het einde van de aflevering. De hele aflevering lang vraag je je af hoe het is afgelopen met Arizona. Is ze dood? Waarom zien we haar niet in beeld? Waarom spreekt iedereen zijn medeleven uit tegen haar vrouw, Callie? En dan, uiteindelijk, zie je Callie hun slaapkamer in gaan. En daar ligt Arizona lamlendig in bed. Depressief en woedend omdat, naar blijkt, Callie haar been heeft moeten afzetten na het vliegtuigongeluk.

De afgelopen weken heb ik me bedacht dat ik er heel veel voor over zou hebben om verlost te zijn van de martelende hoofdpijn die ik dagelijks ervaar. Elke dag weer. Dagenlang lig ik op bed in het donker een beetje voor me uit te staren. Niet kunnen lezen door de hoofdpijn, geen tv kunnen kijken door de hoofdpijn, niet kunnen sporten door de hoofdpijn, niet achter de laptop kunnen kruipen door de hoofdpijn, niet met je kinderen kunnen spelen door de hoofdpijn, niet verder kunnen revalideren door de hoofdpijn… het is zo fokking frustrerend. Ik ben op het punt gekomen waarin ik mijn been wil geven om voor de rest van mijn leven van de hoofdpijn af te zijn. Mijn been. Met alle gevolgen die erbij horen. Dus op het moment waarop ik Arizona zo boos, zo woedend zag reageren naar Callie toe omdat haar been is geamputeerd, op dat moment wilde ik door de televisie heen Arizona heel hard in haar gezicht slaan. Haar vol frustratie door elkaar rammelen. Om haar duidelijk te maken dat ze verdorie blij moet zijn dat dat alles is. Er zijn mensen die met haar zouden willen ruilen… Maar ja, ik weet natuurlijk niet hoe het voelt om je been te verliezen. Dat geluk heb ik dan weer…

Net als Derek en Callie laveer ik op het moment tussen een gevoel van gekooide frustratie en woeste lamlendigheid. Wat een aflevering van Grey’s Anatomy al niet bij je kan losmaken…

Slak

Mijn lichamelijke vooruitgang is voor mij niet merkbaar. Voor mijn gevoel kruip ik als een trage slak het pad naar de eindstreep. De eindstreep waarvan ik me afvraag of ik het ooit ga halen. Die eindstreep is voor mij in ieder geval zo ver dat het niet zichtbaar is. De hoop het snel in zicht te krijgen heb ik laten varen. Keer op keer dacht ik dat ik er bijna was, dat ik alleen nog dit ene heuveltje over moest en dan het beloofde land zou vinden. Keer op keer blijkt er na dat heuveltje er weer een te zijn. Sommigen noemen dat het leven, sommigen denken dat je hierdoor de belangrijke lessen in het leven leert. Ik merk dat ik er alleen maar vermoeider van word. Ik ben moe. Zo ontzettend moe. Ik wil slapen, ongestoord. En het lukt me niet. Niet alleen door de fysieke klachten, de nachtmerries die mijn nachten doorbreken of de bijwerkingen van mijn medicijnen, maar ook omdat er nog zoveel ‘moet’. Alles is blijven liggen de afgelopen maanden. De administratie, de studie, de betalingen, de belasting en nog veel meer. Het geeft onrust, heel grote onrust in mijn buik. Daarnaast is er de Hoofdpijn die ervoor zorgt dat ik me wil verstoppen in een donkere en geluidloze ruimte. Die zorgt dat ik apathisch voor me uit staar gedurende de hele dag, niet in staat te bewegen of te denken. Ik ploeter maar voort, over die lange, lange weg. De weg waar geen einde aan lijkt te komen. Met hier en daar een kiezelsteentje op mijn weg, maar ook grote heuvels en bergen en hopen stront. Alles lijkt wel een gevecht. En ik ben het vechten moe. Ik wil niet meer. Ik wil niet meer vechten. Ik dacht dat ik rust wilde, maar nu bij de vijfde aaneengesloten dag op bed met Hoofdpijn besef ik me dat ik geen rust wil. Ik ben aan een verzetje toe. Ik wil weer leven. Want dit, dit is geen leven.