Opperdepop

Op. Ik ben op. Opperdepop. Klaar. Fini. Afgepeigerd. Gevloerd. Kapot. Uitgeput. Total loss. Met andere woorden: het gaat niet zo goed met me.

Lichamelijk verandert er weinig. Twee keer in de week manipuleert fysio B mijn hoofd en nek. Dat is niet echt prettig. De rest van die dag lig ik dan ook op bed. Vaak met oordoppen in tegen elk geluidje, en in het donker. Pijn maakt moe. De hoofdpijn op de overige dagen is wel iets afgenomen, vandaar dat we stug blijven doorgaan. Van een gemiddelde hoofdkracht 9 ben ik gedaald naar hoofdkracht 7 (ik meet de hoofdpijngradatie in een schaal van 0 tot 10, waarbij 10 extreem heftig is). Op zich mooi, maar dat is dus de behaalde winst in 11 maanden. Hiep hoi. Volgende week start ik weer met sporten onder begeleiding van de fysio E. Nu enkel nog beenoefeningen, omdat arm- en centrumoefeningen de hoofdpijn doen toenemen. Ik hoop zo dat het dit keer wel gaat lukken: ik heb totaal geen conditie meer en weeg ondertussen 18 kilo zwaarder dan voor het ongeluk. Ik mis het sporten. Niet alleen voor de broodnodige lichaamsbeweging, maar ook om mijn hoofd te legen. Dat is namelijk ook hard nodig. Ik zie dan wel tweewekelijks een psycholoog, maar dat helpt niet bij de dagelijkse frustraties. En eindelijk is bekend geworden dat ik pas half februari 2013 word verwacht bij de neuroloog voor een eerste gesprek. Nog maar een kleine 3 maanden. Jeuj.

Geestelijk gaat het steeds slechter. Ik kan niet meer. Ik wil niet meer. Ik wil of kan ook niet meer doen alsof het allemaal wel gaat, zodat mensen die me dierbaar zijn zich niet zulke zorgen maken om mij. Ik loop al maanden te doen alsof het allemaal wel meevalt. En dat doet het dus stiekem helemaal niet. Zo. Het hoge woord is eruit: het valt niet mee. Niet. Ik haat mijn leven op dit moment. Ondanks mijn fantastische gezinnetje, alle lieve vrienden, ontzettend fijne communicatiecollega’s en leuke, lieve en gekke (nieuwe) digitale vrienden, haat ik het feit dat ik praktisch aan mijn huisje gekluisterd ben. Ik ben het hier zo zat. Ik ben mijn lijf zo zat. Na 11 maanden uitvoerig naar mijn interieur te hebben gestaard, wil ik het alleen nog maar kort en klein slaan, in andere kleuren verven, of nieuwe meubels aanschaffen. En nieuwe kleren kopen. Iets dat wel past. Iets dat geen oversized joggingbroek of sweatshirt is. Niet dat ik daar iets aan heb. Maar ik blijf dromen. Dromen van geld voor een schoonmaker, een schilder, nieuwe kleren. Dromen van beter worden, weer kunnen hardlopen, weer 18 kilo lichter zijn. Dromen van leuke dingen kunnen doen met mijn gezinnetje, dromen van vakanties, van vrijheid. Ja, zelfs dromen van weer mogen werken. Tot die tijd kruip ik in mijn joggingbroek in mijn bed, met mijn oordoppen in en de dekens ver over mijn hoofd. Maak mij maar wakker wanneer de zomer begint.

Vrolijk liedje van de dag (205)

Okay. Hierbij een voorspelling. Dit nummer wordt de ‘Hello’ van Serious Request 2012. Zie je Gerard, Giel en Michiel al voor je, vrolijk hun energiedip weg springend in het Glazen Huis? Ik heb er niet zo veel voorstellingsvermogen voor nodig. Wat denk jij?

Icona Pop is een Zweeds DJ-duo dat elektropop maakt met wat house-, punk- en indiepop-invloeden. Ondanks dat het debutalbum nog moet verschijnen, is het de twee dames (Aino Jawo en Caroline Hjelt) al aardig gelukt wat aandacht te trekken in de Amerikaanse hitlijsten met de EP Iconic. Wat mij betreft breiden ze het komende jaar hun festivalervaring uit naar Nederlandse bodem. ‘I don’t care, I love it’ lijkt me de perfecte slogan voor de ultieme festivalbeleving.

Wat is jouw vrolijke liedje? Welk liedje zet jij op om er weer even tegenaan te kunnen? Laat het me weten!

Enjoy!

LC

Vrolijk liedje van de dag (206)

Lowlands 2011. Op een zonoverladen grasveld vol met brakke, vermoeide, maar vooral dolgelukkige mensen spring ik mee op dit nummer. Het ultieme, vrolijke festivalnummer. Een fijne herinnering aan een prachtig festival, leuke vrienden en nieuwe vriendschappen.

Een paar maanden later. In het donker en de kou rijden we de lange weg terug van weer een opleidingsdag communicatie. Charlie en de Angels. Uit volle borst zingen we dit nummer mee. Dit nummer houden we voor altijd gemeen. Ons nummer.

Het nummer waar ik het over heb is natuurlijk Plage van Crystal Fighters: het ultieme zomernummer van 2012. Het voldoet aan alles waaraan een zomerhit moet voldoen: de tekst die uit volle borst kan worden meegezongen, dat gitaarriedeltje dat niet meer uit je hoofd wil en natuurlijk de hoge dansbaarheids- (of spring!) factor.

Crystal Fighters werkt druk aan een nieuw album dat volgend jaar moet verschijnen. Op vrijdag 17 mei 2013 staan ze in Paradiso. Wie weet staan ze ook wel weer op Lowlands?

Wat is jouw vrolijke liedje? Welk liedje zet jij op om er weer even tegenaan te kunnen? Laat het me weten!

Enjoy!

LC

Vrolijk liedje van de dag (207)

Verlang jij ook naar zonnige weiden, duizenden mensen om je heen in festivalstemming, biertjes met vrienden op het gras, vol energie staan springen bij die ene band, slapen in tentjes, maar vooral naar de ZON?

Ik wel. En vandaag ben ik het grauwe, grijze en sombere weer zat. Ik klim op de barricade. Ik start met een vrolijk liedje en jaag die koude, kille herfstdag hierbij weg.

Wat is jouw vrolijke liedje? Welk liedje zet jij op om er weer even tegenaan te kunnen? Laat het me weten!

Mijn liedje vandaag is van Peter, Bjorn and John, een indieband uit Zweden. Hun lied Young Folks van het album Writer’s block werd in 2006 een kleine hit in Europa. Zodra ik het begin hoor, vormt mijn mond zich in een grijns en droom ik even weg.

Enjoy!

LC

Een opblaasbal van zeven pond

Het begon met een film. Een indrukwekkende film. Ik heb mijn oogballen eruit gehuild. Seven Pounds. Een oudje uit 2008. Totaal andere situatie, maar toch confronterend. En ik besef me dat ik me al zo lang aan het groot houden ben.

Nu, na bijna 11 maanden, vloeien de eerste tranen om wat is gebeurd. Wat voelt het goed. Pijnlijk goed. Al ruim 10 maanden zeg ik tegen mezelf dat ik niet moet zeuren, mijn tanden op elkaar moet zetten en door moet gaan. Heeft het gewerkt? Het was voor mij mijn survivalmode. Mijn manier om te overleven. Niet denken, maar doen. Alles moet snel en vlug, en het liefst sneller. Mensen die me in het voorbijgaan vertelden dat ik blij moet zijn dat ik nog leef, wilde ik op hun gezicht timmeren. Ik ben helemaal niet bezig met blij zijn. Het is er vast wel ergens in mijn achterhoofd, maar ik had alle energie nodig om mijn lichaam aan te sterken en niet in te storten. Want wat was ik graag ingestort. Gewoon de dekens over mijn hoofd, in het donker en de stilte. Laat me met rust. Ik kom er wel weer uit wanneer ik klaar ben met helen. Geestelijk en lichamelijk. Letterlijk en figuurlijk. Maar dat kan niet. Ik heb een gezin. Een man die hier zijn stinkende best doet om het hele zootje al 10 maanden draaiende te houden. Twee monstertjes die zich rot zijn geschrokken. Die er nu nog steeds mee bezig zijn. Deze week hield ik nog een grote kleine man in mijn armen omdat hij steeds droomt dat zijn mama dood gaat en hem alleen achter laat. Hoe kan ik nu instorten?

Het kost me alleen steeds meer moeite me groot te houden. En ik besef me, nu de eerste tranen vloeien, dat groothouden niet de juiste manier is. Instorten ook niet. Maar voelen, ja, voelen mag. Tuurlijk staken emoties al eerder de kop op. Steeds meer, steeds vaker. Maar ik ben een meester in wegstoppen. Nu even niet, was mijn mantra. En emoties wegstoppen is net als een opblaasbal in een zwembad onder water duwen. Dat houd je maar voor een beperkte tijd vol. Nu is het tijd om te beseffen dat die bal niet meer onder water hoeft. Dat die er mag zijn. Gezien mag worden door anderen. En misschien, na lange tijd, loopt die bal dan uiteindelijk een beetje leeg in de warmte van de zon. Maar dat is voor de toekomst. Eerst het nu.

Het voelt onwennig. Er zit een zware brok van opluchting in mijn borst. Ik weet me nog geen raad hiermee. De eerste gierende uithalen van een huilbui om wat mij is overkomen. Om de oneerlijkheid van de situatie. Om de pijn die ik heb. Om hoe lang het al duurt. En hoe lang het nog gaat duren. Om dat ik nog leef, liefheb en geliefd ben. Maar vooral omdat het nog steeds IS.

Het mag even zijn. Gewoon laten zijn. Het was rot, het komt goed. Maar nu is het gewoon even. Het kan niet beter, het kan niet slechter. Het is. Hier en nu.

 

De valkuil van het slachtoffer

Vandaag sprak ik een vriend die in scheiding ligt. Een vechtscheiding ondertussen, ook al zijn er kleine kinderen in het spel. En waarom? Zij heeft een ander. Zij is dus de schuldige. Zij was zo a-sociaal om alleen aan zichzelf te denken. Zijn woorden, niet de mijne. Ik heb moeite met het feit dat van mij wordt verwacht dat ik partij kies. Mij interesseert het namelijk niet wie de schuldige is. Als er überhaupt al een schuldige is, want een relatie heb je met z’n tweeën. Terwijl ik duidelijk probeerde te maken waarom ik geen partij kies, had ik een ‘aha-momentje’ over de valkuil van het slachtoffer.

Hoe raar het ook lijkt, zijn situatie en de mijne hebben iets gemeen. We zijn slachtoffer. Hij is slachtoffer van de beslissing van zijn vrouw om voor een ander te kiezen, waardoor heel zijn leven overhoop ligt. Ik ben slachtoffer van een mede-verkeersdeelnemer die niet oplette, waardoor mijn leven stil staat. Wat ik me echter al een tijdje besef en mijn vriend (nog) niet is dit:
In mijn situatie heeft de andere partij – na vele maanden weliswaar – schuld erkend. Op zich mooi met het oog op een toekomstige financiële afhandeling, maar wat ben ik ermee opgeschoten? HELEMAAL NIETS. Maakt het mijn situatie anders? Wordt het minder erg? Heb ik minder pijn? Vind ik het minder vervelend dat ik 24/7 aan huis ben gebonden? Heeft mijn gezin minder hinder van deze situatie? Het antwoord op alle vragen is nee. Volmondig NEE.

En hier ligt de valkuil van het slachtoffer:  slachtoffers willen erkenning. Slachtoffers willen gehoord worden. Willen een ‘sorry’ en klampen zich daardoor vast aan de veroorzaker van hun onheil. ‘Het is haar schuld!’ Ja. Dat weet jij. Dat weet ik. Dat weet de wereld om je heen. Al ontkent de veroorzaker. Maar wat is het nut van het bewijzen van de schuld? Maakt het aanwijzen van de  schuldige het minder erg? Minder pijnlijk? Tuurlijk mag je in een dergelijke situatie boos zijn. Dat lijkt me zelfs goed. Maar geef niet al je energie weg aan die boosheid! Wat wil je daarmee bereiken? Heb je je dat wel eens afgevraagd? Ik ben er in ieder geval niets wijzer van geworden. Dus mijn advies is al je energie te gebruiken voor je herstel. Of dat nou geestelijk of lichamelijk is. Waarom zou je dat verspillen aan de schuldige? Gebruik het voor jezelf. Maak je leven beter. Stop met lijden… Stop met slachtoffer zijn!

Het leven gaat door

Ik lig op bed. In het donker. Met oordoppen in mijn oren om alle geluid buiten te sluiten. Er ligt een ijspakking op mijn hoofd. Mijn hoofd doet zo’n zeer dat dat nodig is. De kou laat de pijn wat minder zijn. Het gewicht van de ijspakking is alleen weer vervelend en drukkend op mijn hoofd. Eigenlijk moet ik het eraf halen, maar ik wil me niet bewegen. Bewegen doet zeer. Dus laat ik het maar zo. Ik hoor het kloppen van mijn hart in mijn oren, maar nog meer hoor ik het rondpompen van het bloed in mijn hoofd. Het swoejsh-swoejsh maakt me gek. Teveel lawaai. Mijn bovenkaak voelt alsof alle tanden en kiezen zojuist zijn getrokken en de verdoving is uitgewerkt. Bij de jaarlijkse controle kreeg ik gisteren een pluim van de tandarts, dus daar kan het niet aan liggen. Het moet zenuwpijn zijn.

Ik wil hier niet zijn. Mijn gezinnetje is net thuisgekomen: ik wil naar beneden. Bij hun zijn. Vragen hoe hun dag was. Knuffelen. Maar beneden brandt licht en dat doet pijn aan mijn ogen. Beneden staat de afzuigkap aan en dat doet zeer aan mijn oren. Laat staan het geluid dat wordt voortgebracht door mijn monstertjes. Om te knuffelen moet ik bewegen. En bewegen doet zeer. Geen goed plan dus om naar beneden te gaan. Dus blijf ik maar liggen. Alleen. In het donker. Terwijl het leven door gaat. Zonder mij.