Mister and Mississippi, Paradiso, 20 februari 2013

Mr Mississippi Paradiso

In de bomvolle, uitverkochte bovenzaal van Paradiso liet Mister and Mississippi afgelopen woensdag horen waarom 2013 hun jaar wordt. Eerder wisten ze het publiek al te betoveren in de voorprogramma’s van Blaudzun en Patrick Watson, maar in Paradiso kregen ze de zaal vanaf het openingsnummer zelfs muisstil. Er worden dan ook excuses aangeboden in het publiek wanneer een bekertje luid op de grond valt.

Net als op het album laten de bandleden live ook zien hoe goed ze zijn, als muzikant, maar vooral ook samen als band. De beheersing van hun instrumenten is overduidelijk, maar nog meer hun liefde, hun passie voor muziek. Ze genieten zichtbaar en lijken zelfs verbaasd dat het publiek met volle teugen en helemaal stil staat te genieten. Hun stemmen vullen elkaar prachtig aan, wat zorgt voor een prachtige samenzang en meerdere malen kippenvel. En uitbreiding van die kippenvel krijg je wel bij de kleine, fijne, intieme liedjes van Mister and Mississippi die groots en vol eindigen.

Mister and Mississippi is niet alleen een genot om naar te luisteren, maar ook om naar te kijken en live te ervaren. Ga ze zien!

Kun je niet zo lang wachten, kijk dan de 3voor12-registratie van het concert:

Pick of the week: Local Natives

Mijn pick van week 8/2013  is:

Local Natives – Heavy Feet

Local Natives maakt frisse, melodieuze en emotievolle indierock en dat is wederom te horen op het onlangs verschenen tweede album Hummingbird. Met dit album vallen ze nog meer in dezelfde categorie als The National, Arcade Fire en Grizzly Bear, en dat is wellicht ook een verdienste van de producer van het album, The National-gitarist Aaron Dessner.

Heavy Feet is samen met het eerder uitgekomen Breakers door de jagende drums vol rimshots, de iele gitaren, de melancholische samenzang en de catchy handclaps een van de mooiste nummers van de plaat.

Local Natives speelt in maart op het uitverkochte Where The Wild Things Are-festival.

3 lange maanden

De zoete smaak vol kruidige aroma’s en karamelextracten, met de bittere nasmaak en de prik die je verhemelte doet tintelen, bij voorkeur geserveerd in het ijskoude rode blikje. Ik ga het missen. Vandaag is namelijk de laatste dag dat ik cola drink.

Maar wat heeft dat nou te maken met mijn bezoek aan de neuroloog vanochtend? Ik ga het je uitleggen.

Ronde 1 vanochtend was een onderzoek door een arts-in-opleiding. Zij stelde me een heleboel vragen. Waarvoor kwam ik? Hoe vaak had ik hoofdpijn? Waar zat de hoofdpijn? Was het altijd hetzelfde? Had ik nog meer klachten? Welke medicijnen gebruikte ik? En ga zo maar door. Vervolgens liet ze me allerlei oefeningen doen. Van op mijn tenen door de kamer lopen tot met ogen dicht mijn vinger mijn neus aan laten raken. Na ongeveer 45 minuten had ze genoeg informatie en mocht ik weer plaatsnemen in de wachtkamer terwijl zij mijn casus besprak met de neuroloog-in-opleiding.

In ronde 2 sloot de neuroloog-in-opleiding aan bij het gesprek. Zij stelde een aantal vragen nog een keer en herhaalde ook een aantal testjes. En weer mocht ik in de wachtkamer plaatsnemen zodat de neuroloog-in-opleiding mij kon bespreken met de neuroloog.

Vervolgens werd ik weer de spreekkamer ingeroepen. De uitslag. Wat zouden ze verder met me gaan doen? Hadden ze dat knopje in mijn hoofd waar ze op moeten drukken om alles weer goed te maken gevonden? De neuroloog-in-opleiding startte haar verhaal. En ik haakte af. Ik hoorde alleen maar: ‘blablabla… pijnstillers… veroorzaken… hoofdpijn…blablabla… 3 maanden… blablabla’. Geen knopje gevonden dus. De sluizen gingen open; watervallen van stille tranen stroomden over mijn wangen. En een enorme boosheid nam de overhand. Wilde zij nu echt beweren dat de pijnstillers die ik onregelmatig slik mijn hoofdpijn veroorzaken? Ook de killing koppijn waardoor ik dagen aaneengesloten op bed lig in het donker met de gordijnen dicht en een emmer naast me? No way! Helaas had deze neuroloog-in-opleiding wel de cursus slechtnieuwsgesprekken gevolgd, maar had ze de hele essentie van de training gemist. Mijn communicatie met haar werd er dus niet beter op.

Waar het in het kort op neerkomt is dat ik de komende 3 maanden geen pijnstillers mag gebruiken, dus zelfs geen paracetamolletje. Langdurig frequent gebruik van pijnstillers kan leiden tot hoofdpijnklachten. En met frequent gebruik wordt bedoeld 8 of meer dagen per maand. Die 8 dagen haal ik inderdaad. En zonder eventuele bijverschijnselen van medicijngebruik is het voor de neuroloog beter te onderzoeken waar de hoofdpijn vandaan komt en wat er aan kan worden gedaan.
Daarnaast mag ik geen cafeïne meer drinken. Slik! Geen pijnstillers meer wordt pittig, maar dat lukt me. Gemakkelijk, denk ik nu (dat zullen we nog wel eens zien, zegt de rest). Zeker de dagen na een ‘activiteit’, waardoor de hoofdpijn wordt getriggerd, zullen pittig zijn. Maar dat lukt. Dat kan ik. Ik ben een bikkel. Toevallig. Cafeïne wordt echter een ander verhaal. Onder cafeïne valt namelijk ook cola. Koffie drink ik überhaupt niet, maar hoe ga ik het redden zonder mijn dagelijkse ijskoude blikje Coca-Cola? En een lekker kopje thee mag ik ook op mijn buik schrijven, want ook thee valt onder de cafeïne-houdende dranken.
Ten slotte is me gevraagd de komende periode onder begeleiding van een verpleegkundige  een pijndagboek bij te houden en dan mag ik me over 3 maanden weer melden op de afdeling neurologie.

Ik ben dus even niet zo blij. En dat is een understatement. Ja, ik had meer verwacht. En ja, ik baal van het feit dat ze me bij aanmelding ruim 4 maanden geleden niet alvast hebben gevraagd te stoppen met het innemen van pijnstillers of het drinken van cafeïne-houdende dranken. Had me nu zomaar weer 3 maanden gescheeld… 3 heel lange maanden…

 

Deze blog is een vervolg op Morgen komt alles goed.

Morgen komt alles goed

Een klein knopje, meer is het niet, maar hij ziet het. Een klein alarmknopje knippert nu voor hem duidelijk zichtbaar op de scan. De neuroloog slaakt een zucht. Het is hem weer gelukt. Weer zal een patiënt tevreden naar huis gaan, bevrijd van haar lasten. Het enige dat hij nog maar hoeft te doen is op het knopje te drukken. Glimlachend bedenkt hij zich hoe goed hij toch is in zijn werk. Eén eenvoudige ingreep van zijn kant en de sores is gefixt. De dagelijkse hoofdpijnen van de patiënt zijn dan na vele maanden eindelijk voorbij. Over. Uit. Opgelost. Damn, wat is hij toch goed.

Dit is niet reëel, ik weet het. En toch hoop ik er op. Stiekem. Mijn hoop is al maandenlang gevestigd op de afspraak van morgenochtend bij de neuroloog. Ik heb mezelf continu voorgehouden dat het rond deze tijd allemaal beter zou gaan (niet dus) en zo niet, dat de neuroloog het probleem dan wel zou vinden en fixen. Dat de kans dat de neuroloog morgen niets vindt honderden, duizenden, nee, miljoenen malen groter is, daar wil ik liever niet aan denken. En ik negeer de gedachte dat hij iets vindt dat niet kan worden gerepareerd. Al is die gedachte als een dreinend-kind-met-een-woede-aanval-in-het-volgende-gangpad-van-de-supermarkt luid en duidelijk aanwezig. Voor nu loop ik er met een grote boog omheen.

Dagdromen vervuld van hoop zijn rot. Hoop is eigenlijk überhaupt heel naar en vervelend. Hoop zorgt dan wel voor je op de dagen waarop de pijn zo erg is dat de tranen maar blijven stromen en je jezelf moet smeken om vol te houden, om niet op te geven. Hoop maakt dat je vecht, dat je je niet zomaar gewonnen geeft. Maar hoop zorgt niet voor acceptatie. Hoop zorgt niet voor loslaten. Zaken die de psycholoog wel van me verwacht. Zaken die beter voor me zouden zijn.
Nee, hoop zorgt dat ik verlang naar mijn oude leven, van voor het ongeluk, en de wens dit weer terug te krijgen. Hoop zorgt ervoor dat ik verder wil gaan en deze hele periode wil afsluiten. Deze hele periode waarin ik niet mezelf heb kunnen zijn. Dus ik hoop. Ik hoop dat ze morgen iets vinden, iets dat gemakkelijk en zorgeloos te verhelpen is. Iets dat ervoor zorgt dat ik snel weer een gedeelte van mezelf mag terugvinden, het gedeelte dat ik zo ontzettend mis: de Chantal die vol energie rent en springt en huppelt.

Maar ik ben bang. De spanning in mijn buik neemt sinds vanmiddag steeds meer toe. Het is geen fijne spanning, maar een grote, borrelende, misselijkmakende angst. Angst voor de uitslag van morgen. Angst voor de grote kans dat ze niets vinden om mij van mijn knallende koppijn te verlossen. Angst dat ik de rest van mijn leven liggend op bed moet doorbrengen. Angst dat ik nooit meer beter word. Angst dat mijn leven zo blijft, mijn loopbaan hierbij tot een stoppen komt, mijn sociale leven enkel nog digitaal zal plaatsvinden en mijn gezin voor de rest van mijn leven rekening moet houden met mij. En dan is er nog de angst dat ze wel iets vinden, iets naars, iets vreselijks, iets dat nooit meer beter kan worden gemaakt, met dezelfde gevolgen als resultaat.

Ik laat de hoop winnen van de angst. Angst sucks. Hoop. Ik blijf hopen. Het moet gewoon een keer goedkomen. Waarom zou dat niet morgen zijn?

Hold On Pain Ends HOPE

Pick of the Week: MS MR

De pick of the week is van MS MR, een New Yorks duo dat net als bijvoorbeeld Florence + the Machine donkerdere emoties weet te vangen in een eigentijds popliedje. De stem van zangeres Lizzy Plapinger is vol en lieflijk en het pianoriedeltje en het handklappen werken aanstekelijk.

Fantasy is de eerste single van het debutalbum Second Hand Rapture, dat op 14 mei verschijnt. MS MR debuteerde al eerder met de EP Candy Bar Creep Show. Dit jaar staan ze op SXSW, volgend jaar op de Nederlandse festivals? Mijn mening: veelbelovend!