Morgen komt alles goed

Een klein knopje, meer is het niet, maar hij ziet het. Een klein alarmknopje knippert nu voor hem duidelijk zichtbaar op de scan. De neuroloog slaakt een zucht. Het is hem weer gelukt. Weer zal een patiënt tevreden naar huis gaan, bevrijd van haar lasten. Het enige dat hij nog maar hoeft te doen is op het knopje te drukken. Glimlachend bedenkt hij zich hoe goed hij toch is in zijn werk. Eén eenvoudige ingreep van zijn kant en de sores is gefixt. De dagelijkse hoofdpijnen van de patiënt zijn dan na vele maanden eindelijk voorbij. Over. Uit. Opgelost. Damn, wat is hij toch goed.

Dit is niet reëel, ik weet het. En toch hoop ik er op. Stiekem. Mijn hoop is al maandenlang gevestigd op de afspraak van morgenochtend bij de neuroloog. Ik heb mezelf continu voorgehouden dat het rond deze tijd allemaal beter zou gaan (niet dus) en zo niet, dat de neuroloog het probleem dan wel zou vinden en fixen. Dat de kans dat de neuroloog morgen niets vindt honderden, duizenden, nee, miljoenen malen groter is, daar wil ik liever niet aan denken. En ik negeer de gedachte dat hij iets vindt dat niet kan worden gerepareerd. Al is die gedachte als een dreinend-kind-met-een-woede-aanval-in-het-volgende-gangpad-van-de-supermarkt luid en duidelijk aanwezig. Voor nu loop ik er met een grote boog omheen.

Dagdromen vervuld van hoop zijn rot. Hoop is eigenlijk überhaupt heel naar en vervelend. Hoop zorgt dan wel voor je op de dagen waarop de pijn zo erg is dat de tranen maar blijven stromen en je jezelf moet smeken om vol te houden, om niet op te geven. Hoop maakt dat je vecht, dat je je niet zomaar gewonnen geeft. Maar hoop zorgt niet voor acceptatie. Hoop zorgt niet voor loslaten. Zaken die de psycholoog wel van me verwacht. Zaken die beter voor me zouden zijn.
Nee, hoop zorgt dat ik verlang naar mijn oude leven, van voor het ongeluk, en de wens dit weer terug te krijgen. Hoop zorgt ervoor dat ik verder wil gaan en deze hele periode wil afsluiten. Deze hele periode waarin ik niet mezelf heb kunnen zijn. Dus ik hoop. Ik hoop dat ze morgen iets vinden, iets dat gemakkelijk en zorgeloos te verhelpen is. Iets dat ervoor zorgt dat ik snel weer een gedeelte van mezelf mag terugvinden, het gedeelte dat ik zo ontzettend mis: de Chantal die vol energie rent en springt en huppelt.

Maar ik ben bang. De spanning in mijn buik neemt sinds vanmiddag steeds meer toe. Het is geen fijne spanning, maar een grote, borrelende, misselijkmakende angst. Angst voor de uitslag van morgen. Angst voor de grote kans dat ze niets vinden om mij van mijn knallende koppijn te verlossen. Angst dat ik de rest van mijn leven liggend op bed moet doorbrengen. Angst dat ik nooit meer beter word. Angst dat mijn leven zo blijft, mijn loopbaan hierbij tot een stoppen komt, mijn sociale leven enkel nog digitaal zal plaatsvinden en mijn gezin voor de rest van mijn leven rekening moet houden met mij. En dan is er nog de angst dat ze wel iets vinden, iets naars, iets vreselijks, iets dat nooit meer beter kan worden gemaakt, met dezelfde gevolgen als resultaat.

Ik laat de hoop winnen van de angst. Angst sucks. Hoop. Ik blijf hopen. Het moet gewoon een keer goedkomen. Waarom zou dat niet morgen zijn?

Hold On Pain Ends HOPE

Advertenties

2 gedachtes over “Morgen komt alles goed

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s