Pick of the week: The Boxer Rebellion – Diamonds

Op 14 mei komt het vierde studio-album uit van The Boxer Rebellion, genaamd Promises. Als teaser voor het album brachten ze deze week alvast de nieuwe single Diamonds uit. En dat was mijn kennismaking met de band. Liefde op het eerste gehoor: ik kan niet stoppen met het draaien van dit nummer.

The Boxer Rebellion staat voor melancholische rock met galmende gitaren en de ingetogen stem van zanger Nathan Nicholson. Wat mij betreft de perfecte combinatie. Wat vind jij?

Verstoppen in het schemerduister

Heb je enig idee hoe het voelt om ‘s ochtends niet je bed uit te willen omdat je gewoon geen zin hebt in weer een dag? Een dag waarin je weer beperkt bent, je niet jezelf kan zijn? Je niet kan doen wat je zou willen? Om je zo ontzettend alleen te voelen, ook al weet je dat er meer dan genoeg mensen zijn die om je geven en van je houden? Om zo verdomde moe te zijn? Moe van alles, moe van niets. Dat je je enkel en alleen in een balletje wil oprollen en je je wil verstoppen in het schemerduister, op zoek naar die ene plek waar je niet hoeft te voelen? Zodat je je niet meer hoeft af te vragen of er ooit nog een einde komt aan deze hel? Het gevoel van wanhoop? Je af te vragen hoe je in godsnaam deze dag door gaat komen, laat staan de volgende, zonder in te storten? Om geen energie en motivatie nog te hebben om nog maar iets te doen, omdat iets doen alleen maar betekent dat je pijn gaat hebben? Om je compleet waardeloos te voelen? Nutteloos? Om te haten hoe je je voelt, hoe je er nu uit ziet? Het gevoel te hebben dat je totaal geen controle meer hebt? Om vast te zitten in een leven waar je niet wil zijn? Om constant pijn te hebben? Om diep te moeten inademen voordat je gaat praten, omdat je weet dat je anders in huilen uitbarst? Alleen maar willen dat het eindelijk eens eenvoudig zou zijn, makkelijk. Maar je weet dat dat niet gaat gebeuren. Ondanks dat blijf je hopen. Wensen. En je blijft sterk. En vecht. Met tranen in je ogen. Je vecht.

Samen

Soms zie je het allemaal even niet meer zitten. Soms vraag je je af waarvoor je het allemaal doet. Waarom zou je die kar trekken, als het verder toch niemand interesseert? Waarom zou je je best doen, als niemand het ziet? Waarom zou je een tandje harder werken, als er niemand mee wil werken? Waarom zou je blijven vechten, als je de ene tegenslag na de andere krijgt? Waarom zou je proberen dingen te veranderen, als niemand de voordelen ervan inziet? Waarom zou je met goede voorstellen komen, als ze vervolgens liggen te verstoffen op een plank? Waarom zou je je boos maken, als er niemand om maalt?

Maar dan ontmoet je iemand die er net zo over denkt. Die ook die kar wil trekken. Die zich ook wil inzetten. Die ook wil vechten om dingen te veranderen. Die ook goede ideeën heeft en daarmee aan de slag wil, maar er – net als jij – mee worstelt om het voor elkaar te krijgen.

Dat gesprek met die gelijkgestemde ziel doet je beseffen waarom je je ook alweer zo druk maakt. Dat je dit doet omdat je gepassioneerd bent over het onderwerp. Omdat het je na aan het hart gaat. Opgeven is geen optie. Nu nog niet.

Met hernieuwde energie bedenk je plannen om het anders in te steken. ‘Gaat het niet linksom, dan doen we het rechtsom’, is niet voor niets een van je motto’s. En dat alles omdat je nu samen sterk bent. Samen krijg je nieuwe energie. Samen steek je de schouders eronder. Samen trek je het plan naar een nieuw niveau.

Soms heb je alleen maar even een duwtje nodig; soms besef je je dat je samen alles voor elkaar kunt krijgen.

Werk-e-mail

Nieuwsbrieven. Twittermeldingen. Spam. LinkedIn-verzoeken. Yammermeldingen. Nog meer nieuwsbrieven. En één verdwaalde mail aan mij met een vraag.

Vanochtend checkte ik mijn werk-e-mail. En nu voel ik me rot. De wereld draait door zonder mij. De wereld kan prima zonder mij. De wereld weet waarschijnlijk amper nog dat ik besta.
Maar wat had ik dan verwacht?! Ik ben verdomme al 14 maanden uit de running. Bovendien is het niet de eerste keer dat ik mijn mail check, kom op zeg. Maar stiekem wellen de tranen op in mijn ogen. Mijn lieve, fijne collega’s zitten in een spiksplinternieuw pand, op een nieuwe locatie en werken volgens een nieuwe methode. Collega’s die ik al jaren ken, verlaten het centrum. Alles verandert, behalve ik. Ik lig hier maar.

Het is zuur. Ik wil zo veel meer dan dit. Als er iemand graag weer gewoon aan de slag wil, dan ben ik het wel. Zo’n feestje vind ik het nu niet. ‘Tuurlijk is het niet alleen maar ellende. No way. Dat laat ik niet gebeuren. Maar wat zou ik graag elke dag weer onder de mensen willen zijn. Me weer nuttig willen maken. Het gevoel weer hebben dat ik iets kan betekenen. Dat ik mensen kan helpen. Plooien gladstrijken. Zorgen dat zaken soepel verlopen. Overal een stap op vooruit zijn. Meedenken, brainstormen. En gewoon een praatje maken bij de koffieautomaat. Ik mis het.

Toen jij vanochtend  mopperend opstond om je klaar te maken voor je werk, besefte je je toen wel hoeveel geluk je eigenlijk hebt?

i heart work

Twitterlijsttwijfels

Ik beken. Ik heb nog nooit een Twitterlijst gebruikt. Nooit. Redelijk gênant voor een communicatiemuts.

Tot nu zag ik de noodzaak van het gebruik van Twitterlijsten niet in. Ik volg ‘slechts’ 250 mensen en/of bedrijven, en het was voor mij dus niet nodig hiervoor lijsten aan te maken; ik houd het prima bij. Maar waarom volg ik er maar zo weinig? Waarom is 250 voor mij echt wel het maximum? Omdat ik écht contact wil! Ik ben oprecht geïnteresseerd in wat de mensen die ik volg meemaken. Wat ze me te vertellen hebben. Wat ze doen, wat ze interessant vinden. En wanneer blijkt dat dat uiteindelijk toch niet aansluit bij mijn interesses, dan ontvolg ik. Zo simpel is het voor mij. Misschien wat naïef. Dat kan. Ik geloof namelijk ook nog steeds dat mensen on- en offline gelijk zijn (al zijn er vast uitzonderingen die de regel bevestigen). Zo ben ik namelijk ook: what you see (of ‘read’ in dit geval) is what you get. Zo blog ik, zo tweet ik, zo post ik, zo ben ik.

twitterlijstDuizenden mensen volgen op Twitter begrijp ik (nog) niet. Hoe kan je dat dan bijhouden zonder enkel en alleen te scannen of het zelfs helemaal niet te lezen? Waarom volg je dan? Is dat een vorm van netwerken? Jij volgt mij, dan volg ik jou terug, ook al stoppen we elkaar in een lijst die we eigenlijk niet inkijken omdat we daarvoor helemaal geen tijd hebben? Of ligt het aan mij en ben ik gewoon ontzettend slecht in timemanagement waardoor ik geen tijd heb zoveel tweets te lezen? (Al betwijfel ik dat: mijn timemanagementskills zijn best oké.)

Vandaag wilde ik toch maar eens die Twitterlijsten gaan uitvogelen. Ik volg steeds meer mensen en bedrijven die veel tweeten. En met die tweets ‘moet’ ik ook nog eens wat: ik vind ze interessant en wil het artikel uitgebreid lezen, de TED-talk op mijn gemak bekijken wanneer de monsters er niet doorheen lopen te gillen, er iets mee doen voor mijn werk, of ik wil de nieuwe muziek beluisteren en er iets over schrijven voor op Cortonville. Dus ik dacht de muziektweets, de communicatietweets, de geestelijkegezondheidstweets (werk), mijn innercircle en de mensen die ik nog nooit heb ontmoet, maar wel graag volg (en ooit hoop te ontmoeten), op te delen in respectievelijke lijsten. Met behulp van Twitlistmanager zette ik vinkjes achter de namen in de desbetreffende groep. Wat vond ik dat moeilijk! Het strookte gewoon niet met mijn gevoel. Ik ben bang dat ik door het aanmaken van die lijsten binnenkort ook 1000 mensen volg. Of nog meer. En dat ik dan hun tweets nauwelijks lees door gebrek aan tijd. Dit voelt voor mij op dit moment zo ontzettend oppervlakkig. En oppervlakkig en ik zijn geen goede combinatie. Ik houd van puur en oprecht.

Ik ben echt oprecht nieuwsgierig naar hoe dit werkt bij jullie. Wanneer jij nou heel veel mensen volgt en mij wil uitleggen hoe je dit doet, neem je dan alsjeblieft contact met me op? Dan trakteer ik op koffie.

En tweeps: sorry voor de Twitterlistmeldingen vandaag!

LC

 

 

 

De kracht van kwetsbaarheid

Soms gebeuren er een aantal dingen tegelijk in je leven die je dezelfde kant op sturen. Ken je dat? Zo praat je in een Starbucks met een mede-stuiterbal, en stelt hij je een aantal vragen. Vragen die je doen nadenken, die zelfonderzoek nodig hebben. Zo ontvang je een mail met een TED-talk met zo ontzettend veel aha-momenten dat je bijna denkt dat toeval niet bestaat.

Ik zit ergens in een proces waarbij ik mezelf weer wat beter ga leren kennen. Hoe het allemaal gaat verlopen, of wat het resultaat is, of zelfs de richting van wat ik ga ontdekken, het is me totaal nog onduidelijk. Maar het is wel duidelijk dat er iets aan het broeden is. Het kwartje is nog niet gevallen, maar het rolt wel al. Het doet me nadenken, voelen, aftasten.

In haar talk De Kracht van Kwetsbaarheid doet sociaal wetenschapster Brené Brown verslag van haar research naar de rol van schaamte en kwetsbaarheid in ons leven. Brené zelf is een nogal stoere dame. Kwetsbaarheid was niet bepaald haar ding en ze vertelt met de nodige humor over haar aanvankelijke weerstand tegen al dat kwetsbare gedoe.

Kwetsbaarheid is ook niet mijn favoriet.  En dat heb ik geweten het afgelopen jaar; ik word op alle mogelijke vlakken met kwetsbaarheid geconfronteerd. Brené praat ook over het loslaten van controle: nog zo’n punt. Het laatste jaar was de controle op mijn leven miniem.  Hoe ga je daarmee om?

Hoe het kwartje precies gaat vallen, vertel ik je  zodra ik het zelf heb ontdekt. Maar kijk deze TED-talk. Het is de moeite waard.

Weer. Verdomme.

Ken je die wasbakken bij de kapper? En dat je op de stoel gaat zitten, je je hoofd achterover legt in de wasbak, maar dat die wasbak net even iets te hoog staat afgesteld? Dat de U-vorm waarin je nek ligt veel te hard is en dat die punten eigenlijk best wel in je schedel duwen?

Dat gevoel heb ik dus al maanden. 14 om precies te zijn. Je zou denken dat je eraan gewend raakt, dat het op gegeven moment minder aanvoelt. Maar nee dus. Er komt geen einde aan. Mijn lijf doet standaard pijn tegenwoordig. Laag in mijn onderrug zeurt het, bij mijn kontje, maar daar valt mee te leven. Al is mijn sexy loopje erdoor overleden. En is mijn kontje ondertussen een dikkenijlpaardenkont. Tussen mijn schouderbladen zit er voor mijn gevoel echt iets niet goed. Dit is geen zeuren meer, maar zeiken. Hard en luid. De pijn straalt uit naar boven, naar mijn nek en dan verder omhoog, naar een punt tussen mijn kruin en mijn voorhoofd, waar het uit het mijn lichaam lijkt te willen barsten. Daarvandaan splitst de pijn zich op: een baan richting de bovenkant van mijn rechteroogkas, en een baan naar mijn bovenkaak. Hierdoor klopt en bonkt mijn rechteroog en trilt er zo’n vervelend spiertje in mijn blikveld, en voelt het alsof mijn bovenkaak gisteravond zo’n harde knal heeft moeten incasseren dat nu alle tanden en kiezen pijn doen en loszitten. Om het af te maken splitst de pijn tussen mijn schouderbladen zich niet alleen af naar boven, naar mijn hoofd, maar ook naar rechts, naar mijn rechterarm. Mijn arm voelt alsof ik erop heb liggen slapen. Loom en moe. Een tintelende baan loopt van mijn elleboog naar mijn hand en eindigt in mijn pink en ringvinger. Het voelt raar en zorgt ervoor dat ik moeilijker mijn hand kan sluiten en minder kracht kan zetten.

Vannacht was een slechte nacht en die zet zich door in vandaag. Ik was expres de hele ochtend op bed blijven liggen voordat ik onder de douche stapte om naar de haptotherapeut te gaan. En toen ging het mis. De douche was teveel. De pijn werd te hevig en ik eindigde spugend boven de wc-pot. Weer. Verdomme.

De afgelopen weken gingen redelijk goed. Of het nu door het stoppen met de pijnstillers en de cafeïne kwam, of door het feit dat ik ontzettend veel op bed lig met mijn nieuwe laptoptafeltje boven mijn snufferd, het maakt me niet uit. Het ging beter. Ik voelde me lekkerder en had minder pijn. Tot afgelopen zondag, denk ik. Geen idee wat het heeft getriggerd. De afgelopen dagen waren minder fijn met meer pijn en vandaag heb ik het gevoel dat ik weer terug bij af ben. En dat maakt me zo ontzettend boos en verdrietig. Ik ben zo boos! Boos op mijn stomme, suffe lijf dat maar niet wil meewerken. Dat maar niet beter wil worden. Dat maar niet wil wat ik wil. Dat maar pijn blijft doen. Boos op alle artsen en specifiek op de internist, die me maar niet beter willen maken. Ja, willen maken, je leest het goed. Er moet toch iets te vinden zijn, als ze iets beter hun best zouden doen?
Ik ben er gewoon zo ongelooflijk klaar mee. Ik wil dit niet meer. Zo voelt het. Niets rationeels bij, ik weet het. Gevoelens zijn niet rationeel. Net als pijn.