Pick of the Week: Empire of the Sun – Alive

Je hebt de nieuwe Empire of the Sun misschien al ergens voorbij horen komen, maar nu is ook de clip officieel verschenen. Reden te meer om er even aandacht aan te besteden.

Alive is het eerste nummer van het nieuwe album, het vervolg op Walking on a Dream uit 2008. Het is inderdaad dus even stil geweest rond het Australische dance-duo.

Voor mij doet Alive verlangen naar warme zomeravonden vol feestende mensen, cocktails en heel veel plezier. Met dit nummer op kan ik niet wachten tot het festivalseizoen echt begint. Helaas kunnen we Empire of the Sun dit jaar niet bewonderen op de Nederlandse festivals.

Ice on the Dunes – het nieuwe album – verschijnt op 18 juni.

TEDtalk: Joshua Prager – In search for the man who broke my neck

En dan vind je zomaar opeens dit TED-filmpje in je inbox. Ik ben er even stil van.

Joshua Prager: In search for the man who broke my neck

‘When Joshua Prager was 19, a devastating bus accident left him a quadriplegic for several years. He returned to Israel twenty years later to find the driver who turned his world upside down. In this mesmerizing tale of their meeting, Prager probes deep questions of nature, nurture, self-deception and destiny.’

 

 

Pick of the week: Wolf Alice – Bros

Wolf Alice is een vierkoppige indierockband uit Londen onder leiding van Ellie Roswell. Ze brachten in 2012 hun eerste EP uit en het nummer Fluffy kreeg aardig wat airplay op BBC radio. Muziekmagazine Clash beschreef de band als “the lovechild of folk and grunge”.

Veel inleiding voor gewoon een ontzettend lekker nieuw nummer van deze band. Smaakt het je zo naar meer? Check ze dan live op London Calling op zaterdag 18 mei in de Tolhuistuin.

Enjoy!

Watertrappelen

verdrinken verzuipen drowning

Gisteren logeerde ik bij een vriendin. Een heel goede vriendin. Normaal praat je dan honderduit, stort je je hart uit, vertel je je ups en downs, bespreek je alle gemeenschappelijk vrienden, filosofeer je over het leven, over mannen… Ik merkte alleen dat ik op slot zit. Dat ik me groot houd. Dat wist ik natuurlijk wel, maar ik houd me dus ook groot voor mezelf. Praten over koetjes en kalfjes valt me moeilijk. Praten over mijn leven valt me nog moeilijker. Ik houd de schijn op. Ik lach, met opeengeklemde kaken. Naar de buitenwereld, naar mezelf.

Oppervlakkig gezien gaat het goed met me. Natuurlijk is er die rotrevalidatie die maar niet opschiet, en de dagelijkse – best pittige – pijn. Maar er gebeurt ook heel veel leuks.
Dat leuks houdt me nu op de been. Zonder dat leuks stort ik in, denk ik. Die leuke dingen, hoe vermoeiend en hoe pijnlijk die ook mogen zijn voor mijn lichaam, geven me geestelijke energie. De energie om door te vechten. Om nog even sterk te zijn. Om nog wat langer die lichamelijke pijn aan te kunnen. Om niet op die lange dagen op bed gillend gek te worden van onmacht, van frustratie, van pijn.

Het sterk-zijn lukt me alleen bijna niet meer. Het water staat heel hoog en ik ben moe gestreden. Ik wil niet meer watertrappelen. Ik kan niet meer watertrappelen. Eigenlijk wil ik gewoon stoppen. Nog een blik werpen op de kant naar iedereen die me aanmoedigt, en me dan zachtjes in het water naar beneden laten glijden. Dieper en dieper tot de vergetelheid me opslokt. Hoe groot de consequenties ook zullen zijn.

Dus ik sluit me af. In mij zijn twee oerkrachten aan het strijden; overlevingsdrang en depressie. Hoop en wanhoop. En dat kost verdomd veel energie.

Ik vraag me af hoeveel langer ik nog kan watertrappelen. Dus laat alsjeblieft de leuke dingen blijven komen; ik heb ze zo hard nodig.

LC

Pick of the week: The National – Demons

The National is een indierockband uit de Verenigde Staten, bestaande uit twee paar broers en zanger Matt Berringer. De band maakt heerlijk donkere en melancholische muziek.

Op 20 mei kunnen we eindelijk de opvolger van het succesvolle en bejubelde album High Violet verwachten: het zesde studioalbum Trouble Will Find Me. Vandaag is de eerste single Demons uitgekomen.

 

The National speelt dit jaar op Rock Werchter en staat in het najaar in de HMH.

467

467 dagen. 66 weken, als dat je wat meer zegt. Of 1 jaar, 3 maanden en 11 dagen.

Hoe dan ook: het is te lang. Al 467 dagen heb ik pijn. Al 467 dagen lig ik plat. Al 467 dagen staat mijn leven stil. En ik wil niet meer. Ik ben het zat, ik ben er klaar mee.

Ik wil niet meer liggen. Niet meer liggen op bed, niet meer liggen op de bank. Niet meer liggen waar dan ook. Ik haat liggen. Ik heb genoeg gelegen voor de rest van mijn leven.

Ik wil geen therapie meer. Geen fysiotherapie, hoe leuk mijn fysio ook is. Geen haptotherapie meer. Ik voel al genoeg, dank je. Geen suffe psycholoog meer, ook al moet het van de bedrijfsarts. Sodemieter maar gewoon een eind op met je ‘accepteren’.

Maar wat ik echt niet meer wil is wachten. Ik wacht al 467 dagen op een arts die mij kan vertellen wat er aan de hand is. Op een arts die mij beter wil maken. Ik wacht nu al 7 maanden op de neuroloog en ik moet nog een maand. En ik wil ook geen wachtlijst van 3 maanden voor ortho-manuele therapie. Pas eind juni ben ik aan de beurt. Nee, ik heb NU pijn. Snap dat dan. Ik wil niet wachten; ik wil geholpen worden.

Ik heb liever dat een arts me nu vertelt dat het gewoon niet meer beter wordt, dan dat ik nog langer in onwetendheid moet zitten. Ik wil weten waar ik aan toe ben, dan kan ik mijn leven daarop gaan inrichten. Ik denk gewoon liever in oplossingen. En als het zo moet blijven, dan is het rot en nog veel meer scheldwoorden, maar dan kan ik tenminste verder met mijn leven. Dan kan ik weer proberen mezelf nuttig te maken, in plaats van me een blok aan het been te voelen. Werk organiseren dat ik voor het grootste gedeelte vanuit huis kan doen. Een invalidenkaart regelen voor de momenten waarop ik de deur uit mag. En me aanmelden voor bejaardengymnastiek, zodat ik tenminste nog een beetje beweging krijg.
Maar vooral: dan kan ik verder met mijn leven.

Ik wil gewoon verder. Dat is alles…

Move on, move the fuck on, moving on