Hemels

tree, field, heaven, near death experience, boom, hemel, bijnadoodervaring, bijna dood ervaring

Kleine dauwdruppels spatten op mijn blote benen terwijl ik door het veld loop. Een kleurenzee aan veldbloemen en grassen omringt me. Kleine sprinkhanen springen voor me uit, alsof ze me de weg willen wijzen. De zon verwarmt me en koestert me. Insecten zoemen, vlinders fladderen, vogels fluiten. De wereld is mooi. Ik ben blij en gelukkig. Schaterlachend draai ik keer op keer pirouettes in het hoge gras. Nu, hier, op dit moment, is alles goed in mijn wereld. En ik loop door, met af-en-toe een huppelpasje, op weg naar die hele mooie, grote, krachtige boom die een stukje verderop in het veld staat. Daar wil ik naartoe. Het lijkt wel alsof ik daar naartoe word getrokken, als door een onzichtbare kracht. Die boom, dat is mijn eindbestemming.

Terwijl ik loop hoor ik wat geroezemoes, stemmen ergens in de verte, maar ik zie niemand. Hoe dichter ik bij die prachtige boom kom, hoe sterker de stemmen lijken te worden. Ze verwelkomen me, ze moedigen me aan. “Kom maar, Chantal, het is goed” schijnen ze te zeggen, maar het is meer een gevoel dan dat ik ze kan verstaan. Een warm en fijn gevoel. Veilig. Puur. Vol van liefde. En het wordt me steeds duidelijker: voorbij die boom is het hiernamaals. Daar mag ik naartoe. Niks geen licht of tunnels, niks geen wolken en hemelpoorten, maar een grote majestueuze boom op een prachtig bloemenveld op een nog mooiere zomerse dag. En ik lach. Ik ben gelukkig. Hier wil ik zijn.

Opeens wordt het geroezemoes aan stemmen bij de boom verstoord door twee kleine stemmetjes. De stemmetjes van twee kleine mensjes die me ontzettend dierbaar zijn. Het lijkt alsof ze van de andere kant vandaan komen, van achter mij. Ze klinken verdrietig en bang. Ik draai me met een ruk om. Ik wil naar ze toe. Ik wil ze troosten en in mijn armen nemen. Ik kan ze niet alleen laten. Niet mijn twee wondertjes. Die horen bij me! Ik wil mijn geluk met ze delen. Hoe dacht ik nou hier gelukkig te kunnen zijn zonder ze? Nog een keer draai ik me om naar de boom. Ik laat hem smekend weten dat ik moet gaan, dat het nog niet kan, dat het nog niet mag. En het lijkt alsof de boom het snapt. De wereld om me heen wordt een beetje kouder en somberder en de onzichtbare kracht die me naar hem toe trok is opeens verdwenen…

En dan wordt het zwart. Helemaal zwart. En een hele poos niets. Tot ik stemmen hoor zeggen: “Stop! We zitten in haar blaas. Opnieuw. Stukje terug…” Ik raak in paniek omdat ik me niet kan bewegen. Ik lig helemaal ingesnoerd en kan geen kant op. Mijn hoofd zit vast in iets dat aanvoelt als een bankschroef. Mijn benen klapperen zoals tanden dat kunnen. Comfortabel is het absoluut niet. Een stem vertelt me dat ik in het ziekenhuis ben. Daarna wordt het weer zwart.

Advertenties

5 gedachtes over “Hemels

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s