Over emmers, filters en stuiterballen

Ik ben veranderd. Verandering is goed, zou je denken. En voor een gedeelte is dat zeker waar. Ik heb veel geleerd de afgelopen 2 jaar. Over mezelf, over anderen, over hoe de wereld in elkaar steekt. De Chantal van vóór het ongeluk wil ik niet meer zijn, al heb ik daar in het begin erg naar terug verlangd. Ik sta nu anders in het leven en ben me veel meer bewust van de kostbaarheid ervan. En ik moet er niet aan denken om alle mooie en fijne mensen die ik de afgelopen twee jaar heb leren kennen, mede door mijn handicap, niet meer in mijn leven te hebben.

Maar er is ook een keerzijde. Niet alle veranderingen komen door levenslessen. Er zijn momenten waarop ik mezelf niet herken, waarin ik mezelf helemaal vast denk of ontplof omdat ik niet snel genoeg een oplossing kan vinden voor een probleem. Van de week werd me pas duidelijk dat die momenten er voortaan ook bij zullen horen, hoe beangstigend ik dat ook vind.

Van de week kreeg ik namelijk voor het eerst uitleg over hersenletsel. Ik wist dat ik mijn chronische vermoeidheid en mijn prikkelgevoeligheid daaraan kon wijten, maar nu blijkt dat er nog veel meer gedragsveranderingen op terug te voeren zijn. Let maar op:

Stel je een hoofd voor, met daarin de hersenen. Die hersenen regelen alles wat een mens doet, denkt en voelt. Daarvoor krijgen ze voortdurend informatie (prikkels) binnen via je zintuigen: boodschappen over de omgeving en over de rest van het lichaam. Die informatie wordt verwerkt en opgeslagen en vervolgens sturen de hersenen een passende boodschap terug.

De informatie komt binnen in je werkgeheugen (oftewel je kortetermijngeheugen). Dit is een grote emmer waarin alles prima past, zodat jij de informatie kan verwerken en kan bepalen welke actie je hangt aan de binnengekomen prikkel. Reageer je? Of wil je het bijvoorbeeld liever onthouden? Zodra je hersenen hebben besloten welke actie je wil ondernemen en je dit hebt uitgevoerd, gaat de informatie uit de emmer (het werkgeheugen) naar het (langetermijn)geheugen.

Om het nog makkelijker te maken is er een filter tussen je zintuigen en je werkgeheugen gezet. Dat filter zorgt ervoor dat je je ergens op kunt concentreren, je aandacht erbij kunt houden. Het geluid van de afzuiginstallatie, het drukke verkeer of de spelende kinderen op straat filter je bijvoorbeeld zo uit wat je wel wil horen.

Simpel toch?

Nou werkt het bij mensen met traumatisch hersenletsel dus net even iets anders. Die heel grote emmer, die is dus niet zo groot meer. Die is zelfs behoorlijk klein geworden. Je snapt dat daar dus heel wat minder informatie in kan worden opgevangen om te verwerken.
Het filter werkt ook niet meer. Alle geluiden kunnen bijvoorbeeld even hard binnenkomen, of het nu van de vriendin is met wie je zit te praten, de afzuigkap 10 meter verderop, of die heipaal 1000 meter verderop. Het kan zelfs zijn dat het filter zo is beschadigd dat informatie nu vervormd binnenkomt, denk aan hardere geluiden of scheller licht.

Dat die emmer kleiner is en daardoor al heel snel overloopt, is frustrerend. Dat het filter niet meer naar behoren werkt, maakt het onrustig. Samen zorgt het ervoor dat je minder snel informatie kunt verwerken, dat je denktempo trager is geworden en je je moeilijker kan concentreren.
Dat heeft weer effect op de volgende stap in het proces: de informatieverwerking. Mensen met hersenletsel hebben vaak meer tijd nodig om informatie te verwerken. Als er te veel informatie op hen afkomt, hebben ze ‘teveel aan hun hoofd’ en raken ze gestrest of overprikkeld. En dat zorgt voor prikkelbaar gedrag: sneller boos en geïrriteerd, maar ook emotioneler dan vroeger.
Met als gevolg dat de laatste stap in het proces, de uitvoering, al helemaal te maken heeft met een beperking. Meerdere dingen tegelijk doen zit er niet meer in, net als vooruit denken en inplannen.

En dat is dus slikken. Heel erg slikken. Maar ik geef me nog niet gewonnen. Niet zomaar. Komende week start ik met de module ‘Niet rennen, maar plannen’. Ja, ik moest ook heel hard lachen toen ik het hoorde: Chantal de Stuiterbal die niet meer mag rennen… pffff. Maar net als heel veel andere mensen met hersenletsel merk ik pas dat ik over mijn grenzen ben gegaan op het moment dat ik stop met de betreffende activiteit. Te laat dus. Dus kom maar op met die tijdschema’s en planningen. Ik heb ze nodig. Voor nu, zegt het koppige stemmetje in mijn hoofd.

En dan daarnaast ga ik aan de slag met de PRET-strategie, ook al staat het haaks op de manier van leven die ik gewend ben:
Pauzeren, omdat een leven met hersenletsel schijnbaar veel energie kost.
Rustige omgeving, met weinig prikkels zodat de klachten niet verergeren.
Eén ding tegelijk, omdat twee dingen tegelijk ten koste gaat van mijn aandacht en concentratie.
Tempo, omdat zaken me makkelijker af zullen gaan wanneer ik mezelf voldoende tijd gun (en dat werkt weer motiverend).

En je zal zien dat wanneer ik de slag te pakken heb, wanneer ik meer inzicht heb gekregen in mijn klachten en wat ik er wel en niet mee kan doen, ik weer een heel stuk dichter bij Chantal de Stuiterbal kom… Mijn doelstelling voor 2014!

hersenletsel, ongeluk, hoofd, hersenen, trauma, letsel

 

Tattoo nr. 5: Gregjes tattoo

tatoeage, vogels, buizerds, buizerd, buzzard, buzzards, tattoo, shoulder, schouder,

Een warme nazomerdag, ergens in september. We zitten in de tuin. Jij leest een boek, ik lees mijn timeline. Af en toe praten we wat, maar onze stiltes zijn aangenaam. We hoeven niets te zeggen. Wij begrijpen elkaar, jij en ik. Met een enkele blik, met een gebaar; woorden zijn niet nodig.
Ik hoor het schelle gefluit en ik kijk op, de hemel afspeurend. Twee buizerds cirkelen hoog in de blauwe lucht, spelend met de thermiek. ‘Konden wij maar zo zweven,’ zucht ik. Jij knikt. ‘Wat zou ik dat graag willen,’ zeg je. ‘Vrij, zonder zorgen, zweven in de lucht.’ Zoals altijd snap ik precies wat je bedoelt. Geen pijn, geen beperkingen. Alleen maar je vleugels uitslaan en gedragen worden door de wind. Wat moet dat mooi zijn. ‘Dan vlieg ik naast je, net als die buizerds. Voor altijd.’

Pukkelpop 2012. Zo kort ken ik haar nog maar. Maar in dat bloedhete weekend sloot ik haar volledig in mijn hart. Wij snapten elkaar, als like minded souls, ondanks ons leeftijdsverschil, ook al kenden we elkaar nog maar een paar uur. We maakten plezier. Genoten van de muziek en de mensen om ons heen. In de schaduw van haar tent mocht ik rusten. Op mijn beurt overtuigde ik haar ervan dat ze zonder pruik nog mooier was. Bij haar mocht ik mezelf zijn; ik hoefde me even niet groot te houden. Zij begreep het. En op het moment dat zij op haar beurt in mijn armen uithuilde, voelde ik dat onze vriendschap werd geboren. Een hechte vriendschap. Tot op de dag van vandaag, voor zolang het mag duren.

Mijn 5e tatoeage is voor haar, voor mijn liefste Gregje. Een extra speciale tattoo doordat Gregje erbij kon zijn toen ik het liet zetten. Naast alle andere mooie herinneringen zal ik die blik op haar snoetje toen de tattoo klaar was, nooit meer vergeten. Vanaf nu heb ik Gregje voor altijd bij me, ook wanneer de dag komt dat ik haar niet meer kan knuffelen. Wij samen, zwevend op de thermiek, op mijn schouder. Voor altijd.

 

Friends, vriendschap, ziekte, tattoo