Doodsbang

“Ik ben bang,” zei ik. “Voor de tests?” vroeg ze. “Ja,” antwoordde ik. “Straks blijkt dat ik helemaal geen hersenletsel heb.”

Op de dag af exact zes maanden nadat de neuroloog van het LUMC me vertelde dat ze niets voor me kon doen, dat ik er maar mee moest leren leven, had ik afgelopen woensdag eindelijk mijn intakegesprek bij de neuropsycholoog. De bedoeling is dat ik met haar de stappen ga maken om inderdaad te leren leven met traumatisch hersenletsel. Aan het einde van het gesprek besloten we dat we nu als eerste met behulp van een aantal neuropsychologische tests de aard en de ernst gaan vaststellen van de beschadigingen in mijn hersenen die ik  heb opgelopen door de hersenkneuzing. En dat is eng. Heel eng.

De reden waarom ik het zo ontzettend eng vind is misschien nog wel raarder dan je denkt. Ik ben namelijk als de dood dat straks uit die tests blijkt dat ik helemaal geen hersenletsel heb. Op zich een fantastisch iets natuurlijk: ik zit echt niet te wachten op hersenletsel en heb veel liever een letselvrij hoofd. Maar toch zit voor mij de grote angst daarin. Want een letselvrij hoofd betekent dat ik nog steeds niet heb ontdekt wat er sinds het ongeluk met me mis is. En nog erger: dan word ik weer aan mijn lot overgelaten. De botbreuken zijn geheeld, dus de botjesartsen waren klaar met me, ook al was ik nog steeds niet beter. De neuroloog kon me alleen maar vertellen dat mijn hoofdpijn te verklaren is door “hoofdletsel veroorzaakt door een trauma met hoog-energetische impact” en dat was dat. Al bijna twee jaar ben ik op zoek naar iemand die me kan en wil helpen. Een arts of behandelaar die tegen me zegt dat ik last heb van probleem X en dat wanneer we dit, dit en dit doen, ik weer beter word. Of dat ik last heb van probleem Y, dat dat nooit meer beter wordt, maar wanneer ik dit, dit en dit doe, ik weer – op een aangepaste manier – verder kan met mijn leven.

In het revalidatiecentrum heb ik de afgelopen vijf weken veel geleerd over hersenletsel en mijn problemen passen bijna perfect in het rijtje met veelvoorkomende klachten. Met mijn therapeuten werk ik nu hard aan oplossingen, aan verbeteringen. Met een duwtje in de rug, een zetje in de goede richting en een paar handvatten voor de toekomst moet ik er kunnen komen. Het geeft hoop. Hoop die ik de afgelopen maanden aardig aan het verliezen was. Hoe gek het ook klinkt: door de diagnose van traumatisch hersenletsel kan ik me eindelijk gaan richten op de toekomst. En dat is alles wat ik wil: verder met mijn leven, in welke hoedanigheid of vorm dan ook. Ik wil dit hoofdstuk afsluiten. Deze twee jaar hebben me lang genoeg geduurd, ik wil verder. Gewoon leven. Vandaar dat ik doodsbang ben voor de uitkomsten van de neuropsychologische tests… Voor mij bepalen die uitkomsten mijn toekomst.

Zak er in

Ik ben boos. Boos op mezelf. Boos omdat ik me laat kwetsen door wat andere mensen vinden. Boos omdat ik de laatste tijd een aantal keer via-via te horen heb gekregen dat er mensen zijn die totáál niet snappen dat ik al mijn zielenroerselen opschrijf op mijn blog. Die vinden dat ik mezelf daarmee veel te kwetsbaar opstel, mezelf belachelijk maak en dat er geen werkgever is die mij ooit nog wil aannemen wanneer ik weer aan de slag kan. Rationeel weet ik dat het om mensen gaat die zelf behoorlijk gesloten zijn, die waarschijnlijk alles doen ‘omdat het zo hoort’, die enkel bezig zijn met wat anderen van ze vinden en – vooral – die niet het lef hebben dit soort opmerkingen recht in je gezicht te maken. Dus wat zou ik me ervan aantrekken, toch?

En toch merk ik dat ik dat wel doe. Het remt me af. De afgelopen weken ben ik al zo vaak gestart met een blog, maar halverwege haakte ik af. Mijn laatste blogpogingen waren namelijk inderdaad nogal persoonlijk. Zoals alles op mijn blog, maar nu misschien nog wel meer door de fase van het revalidatieproces waar ik nu in zit. En omdat ze zo persoonlijk waren, hoorde ik constant zo’n stemmetje in mijn hoofd bij het teruglezen: ‘Wie wil haar nou nog aannemen als ze de gevolgen van haar hersenletsel zo duidelijk beschrijft?’ Of ‘Ze vraagt alleen maar om aandacht.’ En ik heb echt ontzettende behoefte om het van me af te schrijven. Heel erg extreem die behoefte. Echt lekker gaat het namelijk niet met me op het moment.

Ik heb hierdoor serieus overwogen te stoppen met bloggen. Maar ik heb besloten dat ik dat helemaal niet wil. Ik stop niet voor anderen. Ik blog zoals ik ben: open, eerlijk, oprecht. Mijn leven is te kort en te kostbaar om mezelf anders voor te doen. Kun je je daarin niet vinden, dan is dat jammer. Voor jou. Dan scheiden onze wegen zich.

Dus, lieve mensen die deze mening zijn toegedaan: zak er in. Punt. Lees het dan niet. Simpel.