Beter-der

Haal eens diep adem.
Toe maar. Zuig je longen zo goed mogelijk vol.
En nu inhouden.
Blijf het inhouden.
Waarschijnlijk loopt je gezicht nu rood aan en blaas je na een minuut de lucht uit om snel en gretig diep door te ademen.
Dat is dus de behoefte.
Mijn behoefte om te leven.

Exact twee jaar geleden werd ik aangereden. Twee jaar. Het stemt me verdrietig. Het maakt me boos. Twee hele jaren leef ik al met de gevolgen ervan. Twee hele jaren waarin ik eigenlijk niet leef, maar overleef.

Dat ik werd aangereden zit me niet meer dwars, besefte ik me gisteren. Een mooi besef. Ik ben niet meer bezig met het ongeluk. Ik stel me geen andere scenario’s meer voor. Wat als ik nou een andere route had genomen? Wat als ik nou wel eerst naar de wc was gegaan op werk? Wat als het verkeerslicht net wat langer rood was geweest? Wat als… Het heeft geen zin. Het verandert helemaal niets. Het heeft geen zin iemand de schuld te geven, het is en blijft uiteindelijk een tragisch ongeval. Het leven is hard en soms doet het pijn. Maar het is niet altijd duidelijk waarom.

Bovendien heeft het ongeluk me naast alle frustratie, pijn en tranen, ook veel mooie dingen gebracht. Waardevolle vriendschappen. Vrienden voor het leven. Een nog grotere liefde voor en een nog sterkere band met mijn kleine monsters. Héél veel zelfinzicht en zelfkennis. Het besef wat ik wel en wat ik niet wil met de rest van mijn leven, maar vooral waardering voor het leven zelf. Want het scheelde een haartje, maar ik ben er nog.

Maar er zijn ook dagen waarop ik het allemaal niet meer weet. Waarop de pijn en de frustratie overheersen. Dagen waarop ik me afvraag hoelang ik zo nog door moet gaan. Ik wil gewoon weer leven, verdomme! Waarom moet dit al twee jaar duren? Waarom niet een herstel van een halfjaar of een jaar desnoods? Waarom twee? En langer?

Het maakt dat ik begin te leren hoe ik mijn adem moet inhouden, hoe ik voor de helft kan leven om de pijn op afstand te houden. Maar wil ik wel voor de helft leven?

Het antwoord is nee. Volmondig en hartgrondig nee. Als ik me concentreer op het hier-en-nu beland ik in een snelle, neerwaartse spiraal. Dus ik denk aan alles wat me hoop geeft. Irreëel of niet, het maakt me niet uit. Zolang ik maar niet vast zit in het heden. Ik leef op de hoop. Al is leven op hoop alsof je water vasthoudt met je handen en wordt het een steeds schaarser artikel in mijn omgeving. Maar ik ga door, ik geef niet op. Ik heb een goed gevoel over de toekomst door de handvatten die ik krijg aangereikt in het revalidatiecentrum. Waarschijnlijk word ik nooit meer beter, maar beter-der, daar ga ik voor. Met babystapjes zet ik mijn weg voort. 2014 wordt een goed jaar. 2014 wordt beter-der.

Gerelateerde blogs: De laatste werkdagHemels en Waarom

Overvragen

Bonkende, kloppende hoofdpijn. Pijnlijke schouders en nek. Trillende armen en benen. IJskoud. Huilen. Maar vooral moe, zo ontzettend moe. En dus wil ik het liefst de hele dag in een warm bed liggen, in een donkere en stille kamer, waar de hele wereld me met rust laat.

De therapeuten labelen het als een depressie. En dat snap ik wel. De meeste symptomen wijzen daar ook op.

Ik weet alleen dat dit soort dagen volgen op heel drukke dagen. Dinsdag had ik bijvoorbeeld een neuropsychologisch onderzoek, die me zwaar viel, zelfs al tijdens de testen. Bij thuiskomst moest ik echt mijn bed in en ’s avonds sliep ik al voor de monsters op bed lagen. De dag erop begon ik met een pittig en lang intakegesprek bij de psychiater van het revalidatiecentrum, vervolgens een uur lang ergotherapie en daarna weer een neuropsychologisch onderzoek van bijna 2 uur. Ik ging dus zwaar over mijn grenzen heen, waardoor ik ontzettend hyper thuiskwam. ’s Avonds kwam de klap en stortte ik in. Weer ging ik tegelijk met mijn kinderen naar bed. En nu, na een halfuur met een doodsbange dochter op mijn armen naar Sinterklaas en zijn Pieten op het schoolplein te hebben gekeken, wil ik alleen nog maar oordoppen in en mijn bed in. Rust. Ik wil geen therapie vandaag, ik wil alleen maar slapen. Ik kan niet meer.

Dus ik weet het nog zo net niet met de diagnose depressie. Volgens mij is het gewoon overvraging, zoals we dat op mijn werk met met mensen met autisme noemden. Overvraging. Het is teveel. Mijn koppie kan het niet bolwerken. Ik ben moe, zó moe…

Dus vandaag duik ik mijn bedje in en ga bijslapen. Het is nodig. Weltrusten.