Wie ben ik nu helemaal?

Ik hoorde het mezelf zeggen. Of liever gezegd, ik zag het mezelf gisteravond typen.

“Weet je, je hoeft niets. Niéts. Echt niet. Alleen van jezelf. Dus kruip lekker nu al in je bed. En kom je er morgenochtend uit en besluit je na een uur dat je moe bent, kruip er dan gewoon in terug. Of pak een boek en ga lekker de hele dag liggen lezen. Geen afspraken, geen ‘ik moet toch wel even naar buiten, want de zon schijnt’, geen ‘niet aanstellen, maar doorgaan’, geen ‘maar ik moet toch echt even schoonmaken’. Niet verplicht je benen scheren omdat dat nou eenmaal hoort, maar wel lekker lang genieten van de warme stralen van de douche op je rug en je nek. Lekker in je joggingbroek met een feelgoodfilm op de bank. Of desnoods als je het echt niet kan laten, een lekkere strandwandeling op blote voeten en genieten van de zon, het briesje, het knerpen van het zand. MAAR JE MOET NIETS!”

Dat vertelde ik mijn vriendin. Heel lief bedoeld, recht uit mijn hart, maar ik vertelde dat. IK. Alsof ik alle wijsheid in pacht heb, zo klinkt het. Maar wie ben ik nu helemaal? Wat weet ik er nu van?

Want het gaat helemaal niet goed met mij. Erger nog, het gaat sinds het ongeluk al niet goed en het wordt steeds erger, het dal wordt steeds dieper. Ik heb het ontzettend moeilijk met het overlijden van mijn vriendinnetje, ook al is dat ‘al’ bijna 2 maanden geleden. Maar ik besef me nu opeens, door die suffe whapp-tekst, dat dat niet het enige is waardoor ik me zo verloren voel.

Na twee jaar ziekte ben ik sinds 2 januari 100% arbeidsongeschikt. Mijn contract met mijn werkgever is ‘ontbonden’, en ik krijg dus nu een uitkering. Daar heb ik het moeilijk mee. Ik wil helemaal geen steun trekken, ik wil werken verdomme. Ik kan bijna niets meer en voel me nergens goed voor. Ik fungeer op alle gebieden matig tot slecht, ik ben een matige moeder, een slechte partner, een matige vriendin, en dus nu ook een slechte werknemer. Met andere woorden: ik voel me nutteloos.

Daarnaast heb ik voor het eerst in de afgelopen 2 jaar geen therapie meer. Geen fysio, geen ortho-manueel, geen hapto, geen ergo of psycholoog. Helemaal niets. Mijn dagen zijn dus leeg. Maar dat is nog niet het echte probleem. Voor het eerst in 2 jaar heb ik geen hoop meer.

Geen hoop meer.

Het is op. Ik heb me rot geoefend, heb alles gedaan wat ik kon, alle handvatten die me werden aangereikt door de therapeuten met beide handen vastgepakt. Maar de dag nadat mijn vriendin stierf, was mijn laatste dag in het revalidatiecentrum. Ik ben gegaan, met dikke, gezwollen en rode ogen van het huilen, maar ik ben gegaan. Ik hoorde haar stem in mijn oor fluisteren te blijven vechten, door te gaan, ‘keep your head up’. Dus ik ging. Ergens opgelucht dat dit de laatste keer was, want het had me niet gegeven wat ik had gehoopt. Geen duidelijke diagnose, geen verdere onderzoeken, enkel tips over hoe te leren leven met de klachten. Ik wilde verder.

Toch besloot ik een week later dat het tijd was voor een pauze. Even een pas op de plaats. Bijkomen van de afgelopen 2 jaar. Het vechten, de teleurstellingen, de verliezen. Ik was moe, ik was op en ik denk dat ik op een soort burn-out afstevende. Dus even helemaal niets. Wennen aan een nieuwe dagindeling, mede doordat ik nu ’s middags ook de zorg voor de kinderen heb. En dan zou ik weer aan de slag gaan.

Maar nu merk ik dat 2 maanden rust niet heeft gewerkt. Rust is relatief. Ik merk dat ik nog steeds veel te veel doe. Veel te veel voor mijn doen en niet op een goede manier. Niet zoals de wijsheden die ik mijn vriendin wilde meegeven. Dus ik hoop met heel mijn hart dat het traject van mijn vriendin vele malen korter is dan het mijne. Dat zij leert te luisteren naar haar lichaam en haar geest. Dat ze niet koppig is, dat ze niet luistert naar haar eigen demonen, naar dat innerlijke stemmetje dat zegt dat je je niet moet aanstellen, dat je moet doorgaan, dat het allemaal wel meevalt. Dat ze zichzelf niet voor de gek houdt met het idee om later wel even rust te nemen, zodra ze dit of dat heeft gedaan ‘want als dat af is, dan kan ik ook echt genieten van de rust’. Ik hoop dat zij hoop blijft houden, dat ze erop vertrouwt dat het goed komt. Ik hoop echt dat ze dat beter doet dan ik.

Want mijn manier, die werkt niet.

Note to self, relax, you are enough