De molensteen om mijn nek

Ik dacht dat het wel goed met me ging. Ik was weer een beetje aan het opkrabbelen na de dood van Gregje, genoot van de relatieve rust in mijn hoofd door mijn oordoppen, was ein-de-lijk een beetje gewicht aan het verliezen, en had plezier op een aantal festivals zonder helemáál dood te gaan van de pijn in de weken erop. Ik heb zelfs een kleine, vrijwillige communicatieklus gedaan. Iets waar ik zo blij mee ben, omdat het voelt als de eerste voorzichtige stap naar werk. En ik wil zo graag weer werken, weer nuttig zijn en me niet meer kapot vervelen thuis of in het donker op bed liggen weg te rotten door de pijn. Met kleine babystapjes ging ik vooruit, de goede kant op. Dacht ik.

Vorige week had ik zelfs tijd gemaakt voor een kostenoverzicht voor de jurist. Iets wat ik al maanden voor me uitschoof. Het is namelijk nogal confronterend. Ik wil niet meer bezig zijn met het ongeluk; ik wil verder met mijn leven. Streep eronder en door. Zo eenvoudig is het. Het is gebeurd, het is niet anders en nu verder. Punt.

Maar nee, de jurist denkt er anders over. Zojuist ontving ik zijn standaardmail retour; de correspondentie bestaat namelijk elke keer weer uit praktisch dezelfde tekst. Dat hij naar aanleiding van een gesprek van een maand terug de opdracht gaat uitzetten bij zijn medisch adviseur om bij mijn behandelaars mijn medische status op te vragen. Waarom? Waarom heeft hij dat al niet gelijk gedaan ná dat gesprek? En waarom worden dan al mijn behandelaars aangeschreven, ook degenen bij wie ik allang ben uitbehandeld? Drie keer raden wie die behandelaars dan bellen omdat ze het niet snappen. Juist. Ik begrijp wel dat wij maar een nummer zijn, maar moet het echt op deze manier?

Daarnaast klaagde hij de afgelopen 2,5 jaar over mijn te gedetailleerde kostenoverzichten. Ik houd namelijk alles netjes bij in een spreadsheet. Logisch: zo ben ik nu eenmaal. Dit keer deed ik het op zijn manier (wat extra werk inhield, want ik moest exporteren vanuit Excel en dat in een jipenjanneke-document begrijpelijk maken. Ik had er zelfs een .pdf van gemaakt omdat ze het anders niet kunnen printen bij Achmea) en nog steeds is het niet goed. Vandaag besloot hij namelijk dat hij de kosten nu wél gespecificeerd wil hebben. Verdomme. Ja, ik weet dat ik de hele dag toch niets anders te doen heb, maar dit hoeft echt niet van mij. Het gaat me dus weer tijd kosten, maar vooral veel verdriet door het oprakelen van herinneringen. Ik wil niet meer geconfronteerd worden hiermee. Ik wil door met mijn leven. Ik wil dit afronden. Dit gezeur met de tegenpartij helpt mij totaal niét bij mijn herstel. Ik wil door, maar dat gaat niet met die molensteen om mijn nek.

De afgelopen maanden had ik mezelf al teruggetrokken uit de medische molen, omdat ze niets meer voor me konden doen. En het ging de goede kant op. Of het nu door ‘loslaten en accepteren’ komt, door de oordoppen, door de rust of door de alternatieve therapieën, het maakt me niet uit, maar het ging met kleine stapjes steeds een beetje beter. En ik wil op dat pad doorgaan. Die rottige tegenpartij en mijn eigen jurist lijken dat proces echter in de weg te zitten. Wéér ben ik aan het huilen en helemaal overstuur. Ik. Wil. Dit. Niet. Meer. Ik wil rust. Ik wil in ieder geval niet meer keer op keer geconfronteerd worden met de hel van de afgelopen jaren. Genoeg is genoeg.

Dus weet je een goede letselschade-advocaat, laat het me weten. Rechtsbijstand via Achmea zet namelijk geen zoden aan de dijk. Dus weg ermee. Ik ga verder. Punt.

Waarom die oordoppen?!

Sinds een kleine maand draag ik oordoppen. Overdag. Terwijl het relatief rustig is. Of bij het boodschappen doen. Bij de kapper. Maar ook bij festivals en concerten, terwijl er helemaal geen band speelt. En dat roept vragen op. Ondanks het feit dat ze niet heel erg zichtbaar zijn (en er wordt zelfs gewerkt aan een setje dat praktisch niet zichtbaar zal zijn), krijg ik rare blikken en veel vragen. Dus hierbij de uitleg.

Ik draag op maat gemaakte oordoppen die van alle geluid 15 dB afhalen. En voor mij is dat een uitvinding. Ik wou dat ik ze een jaar – of zelfs twee – eerder had gehad. Ik kan veel meer doen zonder gillend gek te worden en het scheelt me veel hoofdpijn. Sinds het ongeluk heb ik namelijk last van overprikkeling. De filters die bij “gezonde” mensen zorgen dat ze geroezemoes kunnen buitensluiten, werken bij mij niet meer. En daar word je gek van, kan ik je vertellen!

Ze noemen het ook wel Sensory Overload. Ik heb het sterk met geluid en gelukkig iets minder met beeld, al zal je mij vaak zien met een zonnebril op, ook wanneer het regent, of gewoon in huis. Het licht is me dan gewoon te fel. En kleding draag ik tegenwoordig ook liever los en wijdvallend.

Dus zie je mij met mijn oordoppen in, kijk dan niet raar op. Ze maken mijn leven een stuk fijner. Ik hartje mijn oordoppen!

Ik kwam een tweetal filmpjes tegen die het misschien iets kunnen verduidelijken:

 

 

(Sensory Overload komt veel voor in combinatie met autisme. Let op: ik heb geen autisme, maar hersenletsel)

Gerelateerde blog: Over emmers, filters en stuiterballen