Holy fuck! Ik heb een diagnose!

Ja, echt: ik heb een diagnose! Ik ging vanochtend naar het ziekenhuis met de verwachting dat ze niets hadden kunnen vinden, maar in ieder geval zou ik uitsluitsel krijgen. Na 3 jaar pijn, en na ruim 2,5 jaar gesteggel met artsen en behandelaars, was zelfs dat van harte welkom. Want dan kan ik verder. Verder met het traject om uit te zoeken wat er aan de hand is, waarom ik zo’n pijn heb.

Dus op het moment dat de (uitermate vriendelijke) neuroloog van het Diaconnessenhuis me vertelde dat de MRI-beelden duidelijk lieten zien wat er aan de hand was, snapte ik er even helemaal niets van. Nog steeds niet eigenlijk. Er is gewoon duidelijkheid, een logische verklaring. Wow.

En dat terwijl de vorige neuroloog, mevrouw Datema van het Leids Universitair Medisch Centrum, me op een uitermate onvriendelijke manier wist te vertellen dat ik zeer waarschijnlijk een coffeïneverslaving had (ik drink echter geen koffie), en dat ze geenszins van plan was een röntgenfoto of CT-scan te laten maken van mijn nek. Bij het ongeluk was immers al een foto gemaakt, en daar was niets op te zien. Het zat vast tussen mijn oren, zei ze. En op die mededeling had ik dan een jaar moeten wachten.

Bij het LUMC kunnen ze dus nog wel wat leren van het Diaconessenhuis Leiden. Op 2 februari startte ik daar mijn secondopiniontraject. Drie dagen later had ik een MRI. Vandaag kreeg ik de uitslag. In 2 weken tijd ben ik dus geholpen. En de wachttijd voor het eerste gesprek bedroeg ook maar 2 weken. En nu is het duidelijk.

Ik heb een nekhernia.

Er valt weinig aan te doen, aan de nekhernia. Wel word ik doorverwezen naar een nieuw revalidatiecentrum voor behandeling. En dat, samen met mijn nieuwe fysiotherapeut, geeft weer hoop. De nieuwe fysiotherapeut die overigens bij zijn anamnese afgelopen vrijdag vaststelde dat mijn bekken scheef staat, net als mijn nek (en dat is dus fysiotherapeut nummer 5, die dat als eerste opmerkt, ongelooflijk). Een scheefstaand bekken zorgt voor pijnuitstraling in heel je rug, een nekhernia zorgt voor pijn in de nek, schouders en armuitval, dus nu alleen de hoofdpijn nog. Aan de rest gaat gewerkt worden. Omegodje. Zou het dan nu toch?…

Ik heb weer hoop. En dat voelt zo ontzettend, waanzinnig fijn!

Hoop

 

Wat is nou een datum?

Opeens het besef. Ik probeerde mezelf voor te houden dat het maar een datum is, en wat is nou een datum? Een kleine stip in de tijd, bestaande uit een reeks cijfertjes, meer niet.

Maar deze dag is er exact een jaar verstreken en nog steeds vergeet ik weleens dat ze dood is. Dat ik nooit meer met haar kan praten, dat ik nooit meer een moment als dit met haar kan delen. Ik kan haar contactgegevens nog steeds niet uit mijn telefoon verwijderen, hoe raar of macaber dat misschien ook is. Ik wil het ook gewoon niet verwijderen. Waarom zou ik? Als een symbolische daad om te bewijzen dat ik verdergegaan ben en ik me prima kan redden? Ik wil domweg nog geen afscheid nemen van die schakel met haar.

Ik mis haar. Nog steeds, iedere dag. En ja, er zijn momenten waarop ik even niet aan haar denk, waarop ik druk ben met andere zaken, of andere mensen, of mezelf. Maar er gaat geen dag voorbij waarop ik niet aan haar denk, en elke dag voel ik haar nog wel even bij me. En ja, ik praat zelfs elke avond tegen haar terwijl ik in de tuin naar de sterren kijk, en vaak kijk ik haar foto op de kast – die ene waarop ze haar tong uitsteekt, want zo herinner ik me haar het liefst: haar tong uitstekend en genietend van de zon en live-muziek – diep in de ogen en vertel ik haar alles.

Haar moeder vertelde me ooit beschaamd dat ze blij was dat ik mijn ongeluk had gehad. Want zonder dat ongeluk was ik Gregje niet tegengekomen. En het deed me beseffen dat, wanneer ik de mogelijkheid zou krijgen om terug te gaan in de tijd om op die ene dag een andere weg naar huis te mogen rijden, ik het niet zou doen. Ja, ik vervloek veel van de gevolgen van het ongeluk, absoluut. Maar mijn vriendschap met Gregoline hoort daar niet bij: die vriendschap was het ongeluk meer dan waard.

Ik mis je, pop.

 

Gerelateerde blogs: Voor mijn allerliefste Gregje, 6 maanden en 1 dag, Gregjes tattoo

Kiezen voor de toekomst (oftewel: het verslag van het bezoek aan de neuroloog)

Ik dacht dat ik er vrede mee begon te krijgen. Ik dacht echt dat ik begon te accepteren dat het is zoals het is, en dat er geen grote veranderingen meer zullen plaatsvinden. Enkel nog wat ik er zelf van kan maken en maak. En toch voelde ik me gistermiddag immens rot en huilde ik stiekem onder mijn dekbed.

Gisteren had ik namelijk mijn eerste gesprek met een nieuwe neuroloog in een ander ziekenhuis: de start van het secondopiniontraject. Ik had geen verwachtingen meer. Het enige wat ik wilde was een MRI, om te kijken naar de slijtage in mijn nek, en om uit te sluiten dat het een nekhernia is. Dacht ik. De MRI krijg ik, over 2 dagen zelfs al. Dus waarom was ik na afloop dan zo verdrietig? Waarom zat ik er helemaal doorheen?

De conclusie is eigenlijk heel eenvoudig: onbewust moet ik nog steeds de hoop hebben gehad dat de neuroloog iets zou vinden dat alle pijn kan verklaren. En dan bij voorkeur ook nog iets dat kan worden verholpen. Hoe heerlijk zou dat zijn geweest? Maar helaas concludeerde ze dat mijn klachten geen neurologisch probleem zijn, maar restverschijnselen van het ongeluk. Zo simpel is het.

Gelukkig kan ik er vandaag weer tegenaan. Ik weet dat ik op de goede weg ben met de rest van het traject, zoals ik al beschreef in mijn vorige blog. Dus ik geniet op dit moment van de spierpijn in mijn buik, door de pilatesles van afgelopen maandag. Buikspieren: ik heb ze gewoon nog! Hoe heerlijk! Dus ik ga verder met pilates, bouw dat verder uit, en uiteindelijk zie ik mezelf ook wel weer in de sportschool belanden, of dagelijks op mijn eigen roeimachine.

Want sommige dingen kun je niet veranderen. Maar je hebt wel in de hand wat je zelf doet. Je kunt kiezen voor je eigen toekomst. En die toekomst, daar werk ik hard aan. Ik kom er wel, met wat geduld en doorzettingsvermogen. Dat weet ik ondertussen zeker. Ik kan dit. Punt.