“Want met mij gaat alles best goed”

Ik heb net zware onzin zitten verkondigen. Echt. Zware onzin. Pffff.

Vanochtend had ik op verzoek van het UWV het tweede onderzoek in een sessie van drie: een neuropsychologisch, een psychologisch en een psychiatrisch onderzoek. Dit keer was dus de psycholoog aan de beurt. Nou ja, psycholoog; een psycholoog die jou, aan de hand van een vragenlijstje, in een uur tijd in een hokje probeert te stoppen. En dat de hele dag doet met mensen die hij daarna nooit meer zal zien. (En ja, daar vind ik wat van.)

Zijn eerste vraag was hoe oud mijn broertje is en hoe vaak ik hem spreek. Ik wist even niet hoe te reageren. Wat heeft dat in hemelsnaam te maken met mijn situatie nu? En vanaf daar ging het dus mis: ik zette gelijk mijn masker op. Die ene met die grote glimlach die de vochtige ogen moet maskeren. Het masker ‘Er is helemaal niets aan de hand met mij; alles is goed’. Dat masker.
Want ja, ik ben gebrouilleerd met mijn familie. Mijn broertje heb ik weliswaar twee jaar geleden nog even vluchtig gesproken via de mail, maar verder heb ik hem en mijn moeder al zo’n 15 jaar niet meer gezien of gesproken. Net als mijn ex-stief/adoptievader, die ik al zeker 20 jaar niet meer heb gezien of gesproken, of mijn biologische vader, van wie ik eigenlijk alleen de naam weet. Maar wat heeft dat te maken met mijn situatie NU? Dit zijn oude koeien. Oude, en vooral prima verwerkte koeien. Koeien die hun littekens hebben achtergelaten op mijn ziel, maar die me ook sterker hebben gemaakt en waar ik prima mee kan leven. Behalve wanneer ze door iemand die wat moet gaan vinden van mijn psychische staat, uit de kast worden getrokken. Want ik voel me gelijk in een hokje gestopt worden. En daar ben ik allergisch voor. Heel erg allergisch zelfs. Ik haat hokjes.

Dus op ging mijn masker. En dat masker zorgde ervoor dat ik met een grote glimlach zijn vragen beantwoordde. “Ja, het gaat helemaal goed met me.” Nee, muts, het gaat helemaal niet goed met je! Waarom vertel je niet eerlijk dat je het gevoel hebt geleefd te worden? Dat je alleen maar achter de feiten aan het aanrennen bent? Dat iedereen wat van je wil, en dat je van alles aan het doen bent om maar beter-der te worden, maar dat je daardoor het gevoel hebt dat je er zelf bij inschiet? Dat er geen tijd meer is voor jou, om jezelf op te laden? Dat je het liefst een gat in je bed wil graven en er nooit meer uit wil komen? En dat je gedachten vaak nog veel somberder zijn dan dat?

“Nee, ik heb totaal geen problemen met mijn huidige leefsituatie. Ja, ik woon nog steeds samen met mijn ex, maar dat gaat helemaal prima hoor.” Waarom vertel ik dan niet gewoon eerlijk dat het inderdaad best goed gaat voor een stel dat wil gaan scheiden, maar dat er momenten zijn – zoals nu bijvoorbeeld – waarop ik het ook heel fijn zou vinden om in een leeg huis thuis te komen of waarbij ik en mijn ex niet zo op elkaars lip zouden zitten?

En zo ging het maar door. Ik wilde hem het liefste een stomp op zijn neus verkopen, toen hij concludeerde dat het feit dat ik ’s nachts vaak niet kan doorslapen te maken heeft met het feit dat ik ’s middags een slaapje moet doen. Maar nee, ik bleef vriendelijk glimlachen, terwijl ik vanbinnen borrelde van woede, omdat ik weet dat ik ’s nachts gillend wakker word van de nachtmerries, gerelateerd aan het ongeluk. Dat dàt de reden is van het niet kunnen doorslapen. En dat mijn slaapje in de middag nodig is om de overprikkeling tegen te gaan, omdat ik anders doordraai tegen de middag van de onrust in mijn hoofd. En toch deed ik alsof er niets aan de hand is.

Ik wil niets liever dan beter of beter-der zijn. Ik wil niets liever dan gewoon mijn leven kunnen leiden zonder alle geneuzel, zonder verantwoording te hoeven afleggen aan artsen, behandelaars en vooral aan het UWV en de juristen van de tegenpartij. Ik wil niets liever dan weer een studie kunnen oppakken, want verdomme, wat baal ik ontzettend van het feit dat ik een week na mijn ongeluk mijn mondelinge examen niet heb kunnen doen. Of van het feit dat alle cijfers ondertussen zijn komen te vervallen, dus dat ik de studie weer helemaal overnieuw mag gaan doen. En ja, ik wil verdomde graag weer gaan werken. Niets liever dan dat. Gewoon weer Chantal zijn, zonder gezeik en gezeur, zonder ziekte en beperkingen. Met collega’s om me heen, en na een dag werken vermoeid thuis komen, of chagrijnig omdat het een drukke rotdag was. Dat zou ik zo veel liever willen dan hier thuis tegen de muren opvliegen.

En toch was ik daar deze ochtend niet open over. Waarom? Is dat masker veiliger voor me? Zelfs als dat waarschijnlijk gaat betekenen dat ik binnenkort goedgekeurd word, terwijl ik weet dat ik fysiek nog niet zover ben? Dat mijn lijf echt nog wel een jaartje nodig heeft? Waarom verschuilde ik me vanochtend achter dat masker? Het was zo essentieel om het nou eens te laten zakken! En toch weerhield die vreemde man, met zijn vragenlijstje, die ik na een uurtje toch nooit meer zou zien, me ervan om open te zijn. Om eerlijk te zijn. Om te vertellen dat het eigenlijk stiekem best wel kut gaat…

“Want met mij gaat alles best goed.”

Advertenties

4 gedachtes over ““Want met mij gaat alles best goed”

  1. Tja de mens zit raar in elkaar. Aan de ene kant heb je die kerel nodig om nog een jaar op te kunnen knappen en aan de andere kant gaat het hem idd helemaal niets aan wat ie van je wil weten. Ik hoop dat ie door je masker heen heeft kunnen kijken…

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s