Maar verder ben ik gewoon nog helemaal dezelfde

Wat is nou een achternaam? Laat een achternaam zien wie je bent? Hoe je diep vanbinnen bent of hoe je in het leven staat? Laat je achternaam zien welke wijze lessen je al hebt mogen leren in je leven? Of kun je eraan aflezen hoe goed je bent als moeder of hoe goed je bent in je werk? Het antwoord is nee. En toch vind ik het heel erg moeilijk om mijn achternaam te wijzigen. Te wijzigen in mijn meisjesnaam. Want dat hoort nu eenmaal wanneer je gaat scheiden.

Het probleem zit bij mij vooral in mijn meisjesnaam. En nee, dat is geen uitermate vreemde naam waarvoor ik me schaam, dat is het probleem niet. Maar wel in het feit dat ik totaal geen binding heb met mijn meisjesnaam.

Lang, lang geleden werd ik geboren als Chantal Monique Willemsen, met de achternaam van mijn vader. Alleen die vader verdween al snel uit mijn leven. Zo snel dat ik me hem niet eens kan herinneren. Vervolgens kwam er een stiefvader die de vaderlijke taken op zich nam. En om die reden adopteerde hij mij rond mijn achtste en kreeg ik zijn achternaam: De Vries. De stiefvader scheidde 10 jaar later van mijn moeder en verdween ook uit mijn leven; ik heb hem al zeker 20 jaar niet meer gezien.

Het aannemen van de achternaam van mijn ex vond ik dan ook geen moeilijke keuze; ik vond het heerlijk om weer ergens bij te horen én dezelfde achternaam te dragen als mijn kinderen. Je kunt je misschien uit bovenstaande voorstellen dat er perioden zijn geweest in mijn jonge jaren waarin iedereen in mijn gezin een andere achternaam droeg. En toentertijd was dat heel verwarrend bij het aannemen van de vaste telefoon: ‘nee, hoor, u bent niet verkeerd verbonden’ (mobiele telefoons bestonden toentertijd nog niet, dat had het leven een stuk eenvoudiger gemaakt). Dus veranderde ik bij mijn trouwen weer van achternaam: Verhulst.

Maar nu? Bij een scheiding is het toch echt de bedoeling dat je je meisjesnaam weer aanneemt. Het is voor de buitenwereld al verwarrend genoeg dat mijn ex en ik nog steeds samen dingen ondernemen en nog steeds de beste vrienden zijn, dus om dan ook nog zijn achternaam te blijven dragen… dat is vreemd. Dus nu moet het maar weer De Vries worden. Dat betekent dat ik dus druk ben met het wijzigen van e-mailadressen, Twitter-handles, Facebooknaam, mijn naam op LinkedIn, alles. Groot bijkomend nadeel is dat er een overschot is aan Chantal de Vries’en in deze wereld.

Mocht je je dus de komende tijd afvragen wie die Chantal M. de Vries nu is (enige specificatie was dus nodig tussen alle Chantal de Vries’en, vandaar de M), dat ben ik dus, voorheen bekend onder de naam Chantal Verhulst.

Maar verder ben ik gewoon nog helemaal dezelfde.

naam, achternaam, meisjesnaam

Ik ben dus stiekem wel zo’n moeder

‘Mam!’ riep hij, en hij dook onstuimig op de bank in mijn armen. Hij hield me vast alsof hij me al weken niet had gezien en begroef zijn neus in mijn nek. Ik snufte wat, knipperde met mijn ogen de tranen weg – want dat emotionele gedoe kan echt niet meer bij mijn zoon van 10 – en hield hem nog steviger terug vast. En zo knuffelden we elkaar nog veel langer, genietend van ons samenzijn. Ik had hem gemist, mijn held, mijn bikkel, mijn boef. Meer dan ooit.

Over het algemeen beschouw ik mezelf niet als zo’n moeder-mama, zo eentje die de hele dag bezig is met het welzijn van haar kinderen, en ook eigenlijk geen minuut zonder ze kan. Die, wanneer de kinderen een nachtje elders logeren, voor mijn gevoel continu in gedachten – en vaak ook hardop – zich afvragen hoe het met hun kroost is, of ze het wel goed hebben en naar hun zin, en die zich ontredderd voelen wanneer het nageslacht niet in de buurt is. Ik vind het altijd wel lekker wanneer ze ergens logeren: ik weet dat ze het daar goed hebben, dat ze het naar hun zin hebben, én ik kan heerlijk mijn eigen gang gaan. Of het nu ongestoord bankhangen is (en ongestoord naar de wc of douchen: zo fijn!), of een lange nacht doorhalen buiten de deur (zonder je zorgen te hoeven maken over de oppas of hoe vroeg het gespuis weer op je bed zal staan springen in de ochtend), ik geniet ervan. Met volle teugen. Het enige moment waarop ik dan even moeite heb, is bij mijn avondritueel: iedere avond voor ik ga slapen, loop ik nog even hun kamer in om ze weer recht in hun bed te leggen, de dekens (die ze standaard van zich af schoppen) weer over hun heen te trekken, en ze een kusje te geven, terwijl ik fluister dat ik van ze hou. Dat gaat nu eenmaal niet wanneer ze er niet zijn.

Maar gisteren was mijn oudste voor het eerst op kamp. Slechts een nachtje, aansluitend aan een voetbaltoernooi op zijn eigen club. Hij had er zin in toen hij vertrok, met een grote tas gevuld met luchtbed en slaapzak, snoep en een zaklamp. Ik zwaaide hem weemoedig uit en merkte dat ik het maar helemaal niets vond: mijn kleine man op kamp, zonder een van zijn ouders erbij. Wat nu als hij het eng zou vinden? Of het midden in de nacht koud zou krijgen? Of dat er iets zou gebeuren en ik er niet snel genoeg bij kon zijn? En ik lachte om mezelf. Ik ben dus stiekem wel zo’n moeder.

Vannacht deed mijn zoon weer een grote stap in zijn eigen leven, een leven los van zijn ouders. Ik had het er best wel een beetje moeilijk mee, maar vooral ben ik supertrots op zijn stappen de grote wereld in. Mijn kleine kanjer is een grote man aan het worden.
Maar bovenal genoot ik vanochtend met volle teugen van dat lange lijfje tegen me aan en de lange knuffel, zijn blijdschap om me weer te zien en de woorden dat hij me had gemist. Ik mag hem gelukkig nog een paar jaartjes langer bij me houden, als het lot dat toestaat.

son growing up, zoon, groot, opgroeien