Ik ben dus stiekem wel zo’n moeder

‘Mam!’ riep hij, en hij dook onstuimig op de bank in mijn armen. Hij hield me vast alsof hij me al weken niet had gezien en begroef zijn neus in mijn nek. Ik snufte wat, knipperde met mijn ogen de tranen weg – want dat emotionele gedoe kan echt niet meer bij mijn zoon van 10 – en hield hem nog steviger terug vast. En zo knuffelden we elkaar nog veel langer, genietend van ons samenzijn. Ik had hem gemist, mijn held, mijn bikkel, mijn boef. Meer dan ooit.

Over het algemeen beschouw ik mezelf niet als zo’n moeder-mama, zo eentje die de hele dag bezig is met het welzijn van haar kinderen, en ook eigenlijk geen minuut zonder ze kan. Die, wanneer de kinderen een nachtje elders logeren, voor mijn gevoel continu in gedachten – en vaak ook hardop – zich afvragen hoe het met hun kroost is, of ze het wel goed hebben en naar hun zin, en die zich ontredderd voelen wanneer het nageslacht niet in de buurt is. Ik vind het altijd wel lekker wanneer ze ergens logeren: ik weet dat ze het daar goed hebben, dat ze het naar hun zin hebben, én ik kan heerlijk mijn eigen gang gaan. Of het nu ongestoord bankhangen is (en ongestoord naar de wc of douchen: zo fijn!), of een lange nacht doorhalen buiten de deur (zonder je zorgen te hoeven maken over de oppas of hoe vroeg het gespuis weer op je bed zal staan springen in de ochtend), ik geniet ervan. Met volle teugen. Het enige moment waarop ik dan even moeite heb, is bij mijn avondritueel: iedere avond voor ik ga slapen, loop ik nog even hun kamer in om ze weer recht in hun bed te leggen, de dekens (die ze standaard van zich af schoppen) weer over hun heen te trekken, en ze een kusje te geven, terwijl ik fluister dat ik van ze hou. Dat gaat nu eenmaal niet wanneer ze er niet zijn.

Maar gisteren was mijn oudste voor het eerst op kamp. Slechts een nachtje, aansluitend aan een voetbaltoernooi op zijn eigen club. Hij had er zin in toen hij vertrok, met een grote tas gevuld met luchtbed en slaapzak, snoep en een zaklamp. Ik zwaaide hem weemoedig uit en merkte dat ik het maar helemaal niets vond: mijn kleine man op kamp, zonder een van zijn ouders erbij. Wat nu als hij het eng zou vinden? Of het midden in de nacht koud zou krijgen? Of dat er iets zou gebeuren en ik er niet snel genoeg bij kon zijn? En ik lachte om mezelf. Ik ben dus stiekem wel zo’n moeder.

Vannacht deed mijn zoon weer een grote stap in zijn eigen leven, een leven los van zijn ouders. Ik had het er best wel een beetje moeilijk mee, maar vooral ben ik supertrots op zijn stappen de grote wereld in. Mijn kleine kanjer is een grote man aan het worden.
Maar bovenal genoot ik vanochtend met volle teugen van dat lange lijfje tegen me aan en de lange knuffel, zijn blijdschap om me weer te zien en de woorden dat hij me had gemist. Ik mag hem gelukkig nog een paar jaartjes langer bij me houden, als het lot dat toestaat.

son growing up, zoon, groot, opgroeien

Advertenties

2 gedachtes over “Ik ben dus stiekem wel zo’n moeder

  1. Mooi en herkenbaar. Doet me denken aan de eerste keer dat ik alleen een paar dagen op wintersport was geweest en terugkwam. Dat was op een doordeweekse dag en ik ging de toen 5 jarige Tobi uit school ophalen. ’s Avonds zei hij verbaasd tegen mama: ‘papa tilde mij vanmiddag op toen hij me uit school haalde’ (doet hij anders nooit)😄 Ik hoop ook nog heel veel jaren van zijn aanwezigheid te mogen genieten…

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s