“Maar dat mag toch helemaal niet gebeuren?! Dit is Nederland! Dat kan niet waar zijn!”

Een vergaderruimte. Een tafel met een koffie- en een theekan. De lamellen dicht tegen de zon, de airco aan. Een aantal mannen in pak. Misschien ook een vrouw in pak, maar in mijn gedachten zijn het mannen. Een stapel dossiers op tafel die besproken dienen te worden. En een vrouw die notuleert wat die mannen-in-pak zeggen.

Dat beeld heb ik in mijn hoofd. De afgelopen week heb ik aan niets anders kunnen denken. Die mannen-in-pak gaan namelijk vanmiddag beslissen over mijn toekomst. Of ik in de toekomst samen kan blijven met mijn kinderen. Want als die mannen-in-pak besluiten dat mijn geval niet schrijnend genoeg is voor een urgentieverklaring, dan ben ik door alle opties heen. Dan weet ik echt niet meer wat ik nog kan doen om ervoor te zorgen dat ik mijn kinderen bij me kan houden. Want zonder dak boven mijn hoofd moeten mijn kinderen bij hun vader gaan wonen, en mag ik me aanmelden bij de daklozenopvang. Zo simpel is het. Zo zijn de regels in Nederland.

“Maar waarom moet je dan je huidige woning uit?”
Het koophuis waarin we nu nog wonen, het huis waar mijn ex mede-eigenaar van is, wordt verkocht. In het scheidingsconvenant staat dat ik hier nog 2 jaar mocht blijven wonen, en die 2 jaar zijn bijna om. Ik ben dan ook al 1,5 jaar hard op zoek naar woonruimte voor mijzelf en mijn twee kinderen, tot op heden zonder resultaat. De situatie wordt echter steeds nijpender, want de verkoop komt nu wel erg dichtbij.

“Waarom lukt het je niet iets anders te vinden dan?”
Om een lang verhaal kort te maken, komt het erop neer dat verhuurders niet willen verhuren aan iemand met een tijdelijke uitkering (een WIA-uitkering om precies te zijn).

Voor degenen die voor het eerst een blog van mij lezen: ruim 5 jaar geleden, op 29 december 2011, raakte ik buiten mijn schuld betrokken bij een zwaar verkeersongeval, wat resulteerde in een gebroken heiligbeen (onderrug), een gebroken bekken, wat kleiner letsel en een zware hersenkneuzing met traumatisch hersenletsel als gevolg. Daarnaast zorgde het ongeval voor een posttraumatische stressstoornis (PTSS) en een zware depressie. Mijn leven verliep tot op het moment van het ongeluk voorspoedig: ik was een hoogopgeleide, hardwerkende, goed functionerende en gezonde vrouw die een week na het ongeluk haar studie communicatie zou afronden en zou starten in haar nieuwe functie bij GGZ Rivierduinen. Ik sportte graag en was druk met mijn 2 kleine kinderen en een goed gevuld sociaal leven. En toen sloeg het onheil toe…
Het herstel duurde veel langer dan ikzelf had verwacht. En elke keer wanneer het iets beter leek te gaan, ging er iets goed mis. Mijn liefste vriendin overleed bijvoorbeeld. Daarnaast had mijn echtgenoot het heel erg moeilijk met ons nieuwe leven en zijn nieuwe rol. Ik was er niet voor hem: ik was veel te druk met mezelf, mijn herstel en het gevecht tegen mijn depressie. Na een heel zware en nare tijd hebben we moeten besluiten een punt achter onze relatie te zetten. En dan nu mijn dreigende dakloosheid…

Mijn WIA-uitkering maakt namelijk dat ik niet alleen geen hypotheek kan krijgen, maar ook dat ik niet kan huren bij particuliere-woningverhuurders als Van ‘t Hof Rijnland, Vesteda of Interhouse. Ik heb gebeld, gesmeekt, gehuild, getweet en geblogd, maar het helpt niet: met mijn tijdelijke uitkering word ik niet geaccepteerd als huurder. Een tijdelijke uitkering maakt dat je een potentiele wanbetaler bent, ook al heb ik nog nooit huur of hypotheek te laat betaald, en heb ik op de hypotheek na, verder nog nooit schulden gehad. Bovendien stellen alle particuliere verhuurders de eis dat je minimaal 4 keer bruto de huur moet verdienen. Dat betekent dat je voor een woning van 900 euro dus minimaal 3600 euro bruto per maand moet verdienen, op één salaris. Dat red ik niet met mijn uitkering, maar zelfs zonder uitkering is dat een redelijk onmogelijke opgave. En van de week bleek dat zelfs de lokale huisjesmelker een lange wachtlijst heeft.

“Maar waarom wil je dan gelijk een groot huis, en zoek je niet iets kleiners?
Het maakt me niet uit hoe groot of hoe klein we gaan wonen, al zal het een uitdaging zijn om mijn puber van 12 en zijn kleine zusje van 8 een kamer te laten delen. Maar kleinere woonruimte (dan maar met z’n drieën in een studio of zomerhuisje) mag weer niet bewoond worden door meer dan 1 (werkend) persoon. Dat is een standaard eis. En anti-kraak is ook geen optie, want daar mogen geen kinderen wonen. Nederland bestaat uit regeltjes. Geloof me, ik heb ondertussen alle mogelijkheden onderzocht.

“En sociale huur? Lukt dat niet?”
Nee, ook sociale huur lukt niet. Ik stond jarenlang ingeschreven, zelfs toen ik al met mijn gezin in deze koopwoning woonde, maar tijdens mijn ziekbed zijn veel financiële zaken blijven liggen, waaronder de betaling aan Woonzicht in 2012. Ik heb het ruim een maand te laat betaald en ben daardoor uitgeschreven. Door mijn ziekte en de gevolgen ervan ben ik dus zelfs mijn puntenopbouw bij Woonzicht (nu WoningNet Holland Rijnland) kwijtgeraakt. De wachtlijst bedraagt zo’n 15 jaar hier in de regio, en ik bungel nu dan ook ergens onderaan de lijst.

“Tijdelijk bij je ouders wonen? Of bij vrienden?”
Dat lukt niet. Ik heb geen naaste familie meer, en mijn vrienden zijn aardig uitgedund in de afgelopen 5 jaar. De lieve mensen die ik nog om me heen heb, kunnen in ieder geval niet nog een gezin van 3 erbij huisvesten.

“Kan de gemeente niets doen? Of zijn er instanties die je kunnen helpen?”
De gemeente vond mijn situatie schrijnend, maar kon niets voor me betekenen. Ze verwezen me door naar de woningstichting. Overige instanties, zoals maatschappelijk werk of de sociale dienst, kunnen ook geen woning voor me regelen. Via een lieve vriendin kwam ik in contact met een wethouder uit een aangrenzende gemeente, die ons uitnodigde voor een gesprek. Dankzij hem heb ik nu in ieder geval de steun van het sociaal team in de regio.

“En nu? Wat nu dan?”
Mijn prachtige, sensitieve en pientere kinderen hebben in de afgelopen 5 jaar te veel ellende meegemaakt. Hun wereldje is al zolang onstabiel en onveilig. En ze willen niets liever dan blijven waar ze zich thuis voelen, in dit dorp, in een veilige woonruimte, en bij hun moeder. Dus daarom ging ik begin dit jaar aan de slag met een urgentie-verzoek. Het duurde 3 maanden voordat ik alle gevraagde stukken bij elkaar had, waarbij ik in het staartje van dit traject de steun kreeg van het sociaal team. En daar ben ik heel blij mee, want het aanvragen van een urgentie is een hel.

“Waarom is het urgentie-traject zo zwaar dan?”
De lijst van benodigde stukken voor een urgentie-aanvraag is lang, heel lang. En de gewenste stukken zijn ook best wel confronterend, wat het mentaal nogal pittig maakt. Instanties werken ook niet mee: zo moest ik bijvoorbeeld bewijzen dat de kinderen bij mij staan ingeschreven en dat ik kinderbijslag ontvang. Het SVB heeft daar dus niet een standaard uittreksel voor beschikbaar. Dat heeft ruim een maand, een aantal mailtjes en nog meer telefoontjes gekost voor ik dat in huis had.

“Hebben de kinderen geen inspraak dan?”
Uiteindelijk kon ik op 11 april mijn stukken voor de aanvraag indienen bij de woningstichting. Een medewerker van het sociaal team ging met me mee voor support. Gelukkig maar, want in dat gesprek werd erg stellig en behoorlijk afschrikwekkend verteld dat scheiden en gedwongen verkoop van de woonruimte geen reden tot urgentie geven. Op basis van acute dakloosheid kom ik niet in aanmerking voor een urgentieverklaring. Waarom niet? Omdat mijn kinderen bij hun vader kunnen wonen. Die een kleine 150 km verderop woont. Zelfs wanneer kinderen aangeven dat ze niet bij hun vader zouden willen wonen, of wanneer hun vader hen niet in huis zou willen nemen, vormt dat geen bezwaar voor de woningstichting. “Zo zijn de regels, mevrouw.” Ik verliet huilend het gesprek, en mijn begeleider stond met open mond. Ze geloofde niet wat er zojuist was gebeurd, en vooral niet hoe uitermate onvriendelijk het was meegedeeld.

“Dat meen je niet! Dat kan toch niet?!”
Mijn urgentie-aanvraag is niet op basis van acute dakloosheid, maar op psychosociale grond, dus we hebben nog een beetje hoop. Een heel klein sprankje, meer is het niet. Dus toen begin mei een brief kwam voor een gesprek met de MO Zaak, die door de urgentiecommissie was gevraagd om advies, was dat in ieder geval al beter dan een directe afwijzing. Op 1 juni zat ik met mijn begeleider van het sociaal team in de wachtruimte van de vergaderruimte gehuurd door de MO Zaak. En er kwam niemand. Helemaal niemand. We konden ook niemand telefonisch te pakken krijgen. De dag erop bleek dat de MO Zaak een week eerder failliet was verklaard. En dat zelfs de urgentiecommissie daar niet van op de hoogte was.

“Maar hoe nu verder dan?”
De dames van het sociaal team zijn vorige week als een gek aan het bellen geweest met de urgentiecommissie. Voor het aanvragen van een urgentie staat 6 tot 8 weken. Mijn aanvraag deed ik al 7 weken voor het adviesgesprek met de MO Zaak. Na het advies van de MO Zaak zou de urgentiecommissie nog steeds die 6 tot 8 weken nodig hebben om tot een besluit te komen. En nu moest ik eigenlijk eerst wachten op de doorstart van de MO Zaak, dan het adviesgesprek aangaan, en dan wachten op de urgentiecommissie. Dat betekent dat het hele traject voor mij zo’n half jaar zou duren. Hoe urgent is een urgentie? Maar gelukkig heb ik de dames van het sociaal team die voor mij in de bres springen. Ik moet er niet aan denken dat ik dit deel ook in mijn uppie had moeten doen. Vanmiddag komt de urgentiecommissie bijeen, en bespreken ze onder andere mijn casus. Zonder advies van de MO Zaak, wat het wel nog spannender maakt voor me.

“Maar wat als je geen urgentie krijgt?”
Wanneer de urgentiecommissie vanmiddag besluit dat ik niet in aanmerking kom voor een urgentie, dan betekent dat dat ik afscheid moet gaan nemen van mijn kinderen. Mijn kinderen die voor mij de reden van mijn bestaan zijn. Mijn kinderen voor wie ik terug kwam uit mijn bijnadoodervaring. Mijn kinderen voor wie ik sterk genoeg was het de afgelopen jaren vol te houden, ondanks een heel zware depressie. Mijn kinderen moeten dan verplicht bij hun vader gaan wonen en ik mag me dan aanmelden bij de daklozenopvang in Leiden. Ook al heb ik gewoon geld om te huren. Niet de 1500 euro per maand die voor een woning in de particuliere huur wordt gevraagd, dat is waar. Maar 700 euro per maand exclusief vaste lasten lukt. Maar schijnbaar is dat niet genoeg. Niet genoeg om een gezin bij elkaar te houden.

“En als je je kinderen nu even bij hun vader laat wonen, tot jij woonruimte hebt gevonden?”
Mijn kinderen zijn geen meubilair. Wanneer ze moeten verhuizen naar Brabant, en daar naar school gaan, sporten en vrienden maken, dan kan ik ze toch niet weer na een jaar terugvragen? Ik doe dit hele traject niet voor mezelf, maar voor mijn kinderen. Zij zijn het allerbelangrijkst. Ik wil dat het hen goed gaat. En dat betekent dus niet dat ze maar heen en weer moeten blijven verhuizen van provincie naar provincie, van ouder naar ouder, omdat dat hun ouders beter uitkomt. Wanneer ze bij hun vader moeten gaan wonen, dan blijven ze daar. En dan zie ik ze voortaan om het weekend, hoe moeilijk ik dat ook vind. Want geloof me, ik wil niet zonder mijn kinderen. Nooit. Maar ze hebben het al zwaar genoeg gehad de laatste jaren. Ze hebben rust en stabiliteit nodig.

“Maar dat mag toch helemaal niet gebeuren?! Dit is Nederland! Dat kan niet waar zijn!”
Het is echt waar. En ik heb er heel wat slapeloze nachten van. Ik hoop dat ik sterk genoeg ben dit aan te kunnen, mocht het zover komen. Maar ik ben bang. Doodsbang.

Ik heb nog nooit eerder om hulp gevraagd en vind het dan ook ontzettend moeilijk om dat nu wel te doen. Zonder woning krijg ik niet de stabiliteit, de veiligheid, om verder aan mezelf te werken. Ik ben vol vertrouwen dat het me gaat lukken om weer te werken en het is iets dat ik zo ontzettend graag wil. Het gaat steeds beter met mijn lijf, al zal ik nooit meer pijnvrij worden. En geestelijk gaat het zo veel beter. Ik durf zelfs hardop te zeggen dat ik op dit moment niet meer depressief ben. Een vakantie met mijn monsters is geboekt, en ik heb ook nog eens verliefde kriebels in mijn buik. Ik wil niets liever dan een dikke vette streep onder de afgelopen 5 jaar trekken. Genoeg is genoeg. Maar alle regels in Nederland zorgen ervoor dat ik maar niet uit deze vicieuze cirkel, deze neerwaartse spiraal, kom. Ik wil zo graag weer een kans in het leven, voor mij en mijn monstertjes. Een kans. Een woning en werk, dat is alles wat ik nodig heb. Zodat mijn monstertjes eindelijk de stabiliteit krijgen die ik ze zo graag wil geven, naast alle liefde in mijn hart.

Dus duim voor me. Duim dat de urgentiecommissie me de urgentie toekent. En dat er dan ook nog een woning vrij komt in mijn dorp in de komende 4 maanden. Duim. Alsjeblieft.

 

UPDATE (14 juni, 14.30 uur)

De urgentiecommissie heeft besloten dat zij eerst meer advies moeten inwinnen voor zij een beslissing willen nemen. Ik heb dus geen urgentie gekregen, maar het is ook nog niet helemaal afgelopen. Wel moet ik nog heel veel langer wachten.

Nadat er niemand kwam opdagen bij mijn gesprek met de MO Zaak, zijn mijn begeleiders van het sociaal team regio Teylingen gaan bellen met de urgentiecommissie van WoningNet Holland Rijnland. Zij hebben veel contact gehad met de secretaris van de urgentiecommissie. Deze secretaris had toegezegd mijn zaak te bespreken tijdens het overleg op dinsdag. Vanmiddag bleek, nadat mijn begeleiders van het sociaal team zelf maar zijn gaan bellen, dat de secretaris ziek is. Ze heeft dus niet mijn casus kunnen toelichten tijdens de vergadering van de urgentiecommissie. Daarom heeft de commissie mijn casus op de standaard manier behandeld en besloten dat ze alsnog meer informatie nodig hebben voor zij een besluit kunnen nemen. Wanneer ik een afspraak heb hiervoor, en met welke partij, is nog niet duidelijk. Dat wordt door de secretaris geregeld. De MO Zaak schijnt een doorstart te gaan maken, dus waarschijnlijk moet ik daar op gaan wachten. Nadat ik dan een gesprek met hen heb gehad, zullen zij hun advies indienen bij de urgentiecommissie, die dan vervolgens mijn casus weer zal bespreken. Dus eigenlijk begin ik weer van voor af aan…

Het positieve nieuws is dus dat mijn urgentie-verzoek nog niet is afgewezen. Maar hoe lang het allemaal nog gaat duren, geen idee. En geloof me, het gaat me niet in mijn koude kleren zitten…

Wordt vervolgd.

Vicieuze cirkel

Ik ben het zo zat mezelf zo teleur te stellen. Ik ben het zo zat zo hard te falen. Ik ben geen sterke vrouw die maar blijft vechten, zo voel ik het in ieder geval niet wanneer het me wordt gezegd. Ik voel me een grote mislukking die maar niet hard genoeg doorzet zodat het nu bij deze poging of de volgende verdomme wel lukt om er weer bovenop te komen. Lichamelijk lukt het me maar niet het vol te houden en mentaal heb ik het idee dat ondertussen echt alle poten onder mijn stoel zijn weggezaagd. Tegenslag op tegenslag op tegenslag. Ik kan niet meer. Ik kan echt niet meer. En ik wil ook niet meer, zo voelt het.

“Fall down seven times, stand up eight”, is een quote die je vaak voorbij ziet komen. En ik dacht altijd dat ik dat moest blijven doen, volhouden, doorgaan, net zolang tot ik niet meer zou vallen, maar zou blijven staan. Desnoods wankel, want er zijn in het leven altijd kleine tegenslagen, dat snap ik ook wel. Maar na de afgelopen jaren ben ik knock out geslagen. Ik wil rust. Ik wil me terugtrekken om me te kunnen herpakken. En daarvoor heb ik rust nodig, zo voel ik het heel sterk. Ik loop al zo lang niet eens meer op mijn laatste tandvlees, maar op het bot. De accu is helemaal leeg. Rust. Me opladen door gewoon even niets te hoeven en te moeten. Me niet zo verdomde opgejaagd te voelen. Ik kan niet meer harder. De enige manier nu nog is rust. Laat me aansterken door complete rust. Alsjeblieft.

Maar helaas, rust zit er niet in. Nog steeds niet. En ik ben zo moe. Fulltime voor 2 kinderen zorgen vind ik gewoon veel. En het zorgt dat ik zo’n 3 uur per dag heb om iets te doen dat mijn herstel zou kunnen bevorderen. Maar helaas heb ik na fysieke inspanning nog altijd heel veel tijd nodig om te herstellen. Dat gaat tegenwoordig wel sneller dan 4 jaar geleden, of zelfs een jaar geleden, maar het duurt nog steeds lang. En toch sta ik een uur later weer op het schoolplein, of speel ik taxichauffeur. Wassen, strijken, poetsen, koken, een lieve, zorgzame, geduldige moeder zijn, ik vind het verdomde moeilijk te combineren met fysiek en mentaal herstel. Ik ben 24 uur per dag kapotdoodmoe, ik ga naar bed met pijn in mijn lijf, een zwaar hart en hier en daar een paniekaanval, en zo word ik ook weer wakker.

Tel daarbij ook nog alle zorgen op voor de nabije toekomst: het huis waar ik in woon met mijn 2 kinderen en 2 katten moet nu echt worden verkocht. Ik kan namelijk geen nieuwe hypotheek afsluiten op mijn naam (de 10 jaar is bijna bereikt) aangezien ik nog niet kan werken. Dat je wel de maandelijkse lasten kan betalen, maakt daarbij helemaal niets uit. Voor sociale huurwoningen moet ik minimaal nog 10 jaar op de wachtlijst staan wil ik in aanmerking komen voor een woning. Vandaag bleek dat ook particuliere huur niet mogelijk is, want daar eisen ze dat je bruto 4 keer de huur verdient, terwijl de goedkoopste huurwoning rond de 900 euro per maand kost. Dat red ik niet met mijn uitkering en ik vermoed dat het UWV ook niet de benodigde werkgeversverklaring zal verstrekken. En dat terwijl ik zo’n woning dus wel kan betalen. Ik heb verdomme mijn hele leven lang geen schulden gehad, op een hypotheek na. Dus ja, ik sta eerdaags op straat met mijn kinderen, maar nee, ik kan geen huis kopen en ik kan geen huis huren vanwege de regeltjes. Ik ben aardig in paniek. Gelukkig komt de zomer eraan, dus dan gaan we maar kamperen in het park. Al moet ik wel uitzoeken of dat mag zonder vergunning. En of ik nog wel recht heb op een uitkering wanneer ik geen adres meer heb.

Ik weet het niet meer. Ik probeer te blijven ademen en nog harder te watertrappelen, maar eigenlijk verlang ik er steeds meer naar te stoppen met trappelen, een laatste ademteug te nemen en me dan zachtjes te laten opslokken door het water. Ik heb rust nodig. Woonruimte en een klein beetje meer tijd voor mezelf zouden al zo fijn zijn. Meer dan fijn: geweldig. Zo geweldig dat de tranen op dit moment hard over mijn wangen stromen. Ik kan niet meer. Knock out. De laatste redmiddelen lijken niet haalbaar. Geen idee waar ik woonruimte vandaan kan halen, en geen idee waar ik meer tijd voor mezelf en dus voor mijn herstel vandaan haal. En zonder mogelijkheid tot herstel blijf ik de rest van mijn leven in deze vicieuze cirkel ronddraaien, deze hel.

Ik ben zo verdomde moe.

Tattoo nr. 5: Gregjes tattoo

tatoeage, vogels, buizerds, buizerd, buzzard, buzzards, tattoo, shoulder, schouder,

Een warme nazomerdag, ergens in september. We zitten in de tuin. Jij leest een boek, ik lees mijn timeline. Af en toe praten we wat, maar onze stiltes zijn aangenaam. We hoeven niets te zeggen. Wij begrijpen elkaar, jij en ik. Met een enkele blik, met een gebaar; woorden zijn niet nodig.
Ik hoor het schelle gefluit en ik kijk op, de hemel afspeurend. Twee buizerds cirkelen hoog in de blauwe lucht, spelend met de thermiek. ‘Konden wij maar zo zweven,’ zucht ik. Jij knikt. ‘Wat zou ik dat graag willen,’ zeg je. ‘Vrij, zonder zorgen, zweven in de lucht.’ Zoals altijd snap ik precies wat je bedoelt. Geen pijn, geen beperkingen. Alleen maar je vleugels uitslaan en gedragen worden door de wind. Wat moet dat mooi zijn. ‘Dan vlieg ik naast je, net als die buizerds. Voor altijd.’

Pukkelpop 2012. Zo kort ken ik haar nog maar. Maar in dat bloedhete weekend sloot ik haar volledig in mijn hart. Wij snapten elkaar, als like minded souls, ondanks ons leeftijdsverschil, ook al kenden we elkaar nog maar een paar uur. We maakten plezier. Genoten van de muziek en de mensen om ons heen. In de schaduw van haar tent mocht ik rusten. Op mijn beurt overtuigde ik haar ervan dat ze zonder pruik nog mooier was. Bij haar mocht ik mezelf zijn; ik hoefde me even niet groot te houden. Zij begreep het. En op het moment dat zij op haar beurt in mijn armen uithuilde, voelde ik dat onze vriendschap werd geboren. Een hechte vriendschap. Tot op de dag van vandaag, voor zolang het mag duren.

Mijn 5e tatoeage is voor haar, voor mijn liefste Gregje. Een extra speciale tattoo doordat Gregje erbij kon zijn toen ik het liet zetten. Naast alle andere mooie herinneringen zal ik die blik op haar snoetje toen de tattoo klaar was, nooit meer vergeten. Vanaf nu heb ik Gregje voor altijd bij me, ook wanneer de dag komt dat ik haar niet meer kan knuffelen. Wij samen, zwevend op de thermiek, op mijn schouder. Voor altijd.

 

Friends, vriendschap, ziekte, tattoo

 

 

Je leeft maar één keer

Je leeft maar één keer. Voor zover ik weet dan. Ben jij je daarvan bewust? Dat elke hartslag, elke ademteug je dichter bij je dood brengt? En jouw dood mag dan misschien nog ver weg lijken – als je er al eens aan denkt is dat vast ergens ver weg in de toekomst, met alle kleinkinderen en achterkleinkinderen om je heen – maar besef je je ook dat een ongeluk in een klein hoekje zit? Niet alleen maar spreekwoordelijk; een ongeluk kan je echt elk moment overkomen. Misschien wel zo wanneer je naar huis rijdt, of wanneer je vanavond uit bad wil stappen. Misschien heb je de pech om een nare, gemene ziekte te krijgen, ook al komt het niet in je familie voor. En hoe goed jij ook oplet, hoe goed je ook voor jezelf zorgt, een ongeluk kan je zo overkomen. Denk je daar wel eens aan?

Wat zou je doen wanneer je erachter kwam dat morgen je laatste dag is hier op aarde? Of volgende week, misschien volgende maand? Zou je dan anders in deze dag staan? Zou je dan nog steeds doen wat je nu aan het doen bent? Werken waar je werkt? Mopperen op je kinderen omdat je zo druk bent en je helemaal geen tijd hebt voor hun geneuzel? En waarmee ben je dan zogenaamd zo druk? Is het erg belangrijk? Loont het de moeite? En luister je nu naar wat andere mensen over je zeggen? Pas je je aan naar wat ‘men’ van je verwacht? Ook al is dat misschien niet wat jou het meest gelukkig maakt? Het is goed dat je rekening met anderen houdt, maar denk jij weleens aan jezelf? Wanneer heb je voor het laatst iets gedaan wat jíj leuk vond? En natuurlijk moet er geld zijn voor de hypotheek, de boodschappen, de kleren van de kinderen, maar is het nodig daarvoor zo veel uur per week te werken? Is één vakantie per jaar met je gezin of geliefde naar een duur en exotisch oord van grotere waarde dan wat vaker doordeweeks thuis zijn? Dan wat extra aandacht voor je kinderen elke dag?

Ik sta er sinds mijn ongeluk steeds vaker bij stil. Ik wil LEVEN. En ja, dat betekent voor mij op het moment inderdaad ook dat ik klaar wil zijn met mijn revalidatie en dat ik de draad van mijn leven weer volledig kan oppakken, maar ook dat ik het leven volledig wil benutten. Genieten van elke seconde, voor zover als dat mogelijk is. Me niet meer laten afremmen omdat ‘het zo niet hoort’. Elke avond tevreden in bed liggen terwijl ik met een grote glimlach op mijn gezicht mijn dag overdenk.

Elk moment in jouw leven is belangrijk, voor jou, maar ook voor de mensen in je leven. Maak er dus het beste van! L E E F !

leef

15 redenen waarom ‘zevenendertig’ zo’n vies woord is

  1. Je ziet tegenwoordig op tegen je verjaardag, hoeveel cadeaus er ook in het verschiet liggen. Vroeger kon je niet wachten tot de grote dag.
  2. Je denkt tegenwoordig in een ‘nu’ en een ‘vroeger’, waarbij het laatstgenoemde er veel beter vanaf komt.
  3. Je realiseert je dat er slimme, volwassen mensen bestaan met 1990 als geboortejaar.
  4. Je kunt toegeven dat jij een walkman had in plaats van een iPod, een telefooncel gebruikte in plaats van een gsm en je scriptie schreef op een typemachine of ‘tekstverwerker’ in plaats van een computer.
  5. Je betrapt jezelf op de volgende uitspraak tegen jonge mensen: ‘Toen ik zo oud was als jij, was er nog geen internet.’
  6. Bij enquêtes moet je tegenwoordig het vakje ‘35 – 50 jaar’ aankruisen (oftewel het vakje ‘middelbare leeftijd’).
  7. Je mist de toegift bij een rockconcert omdat je gezelschap de drukte voor wil zijn en op een redelijk tijdstip thuis wil komen.
  8. De behandelend arts is jonger dan jij.
  9. Binnenin jou schuilt een jonger persoon, die zich afvraagt wat er in godsnaam is gebeurd.
  10. Je leeftijd wordt steeds zichtbaarder om je middel.
  11. Je zit nu in dezelfde leeftijdscategorie als mensen die naar een hobbybeurs gaan of die een olieverfschilderij met een hond erop kopen.
  12. Het ik-ben-net-wakkergezicht van je dertigste is het hele-daggezicht van je zevenendertigste.
  13. Als vrienden om halftien ’s avonds hebben gereserveerd, kun je ze wel door hun kop schieten.
  14. Je gewrichten en littekens zijn beter in het voorspellen van regen dan Buienradar.nl.
  15. Aan een compliment over je uiterlijk, wordt nu ‘voor je leeftijd’ toegevoegd. Ouch!

4 mei

Welke associaties heb jij bij 4 mei? Dodenherdenking? Oorlog? Verzet, onrecht? Trouwdag? Ja, je leest het goed: trouwdag. Zeven jaar geleden stonden Man en ik, met Zoon in de reiswieg, bij de burgerlijke stand. De datum was geen bewuste keuze, al vonden we het feit dat we voortaan de vlag halfstok mochten hangen op onze trouwdag wel komisch. Het was eenvoudigweg de eerste beschikbare dag waarop gratis getrouwd kon worden. Voor ons geen poespas, gewoon in spijkerbroek.

Het mooie van het hebben van 4 mei als trouwdatum, is dat ik op die dag naast het herdenken van de doden ook mijn huwelijk en leven overdenk. Is ‘dit’ het nog wel? Ben ik tevreden? Ben ik gelukkig? Zou ik liever ergens anders willen zijn? Wat kan ik veranderen om mijn leven beter te maken? De antwoorden op die vragen zorgen vaak voor nog meer vragen, dilemma’s en overpeinzingen. Want ja, ik zou graag ergens anders willen zijn, in een heerlijk warm land, en van hobby’s mijn beroep maken. Of de hele wereld over reizen en gaan waar de wind me heen waait. Er is nog zo veel te zien…

Er is alleen een grote ‘maar’: wel met Man, Zoon en Dochter. En die combinatie is niet realiseerbaar, nu nog niet in ieder geval.

Dat betekent natuurlijk niet dat ik bij de pakken ga neerzitten. Er zijn namelijk genoeg realiseerbare dromen te verwezenlijken. Werk, studie, muziek, schrijven, revalidatie, sporten: meer dan genoeg te doen! En af en toe droom ik stiekem even weg en bedenk ik me wat ik zou doen met de hoofdprijs van de staatsloterij…

Waar droom jij van?

LC

Vriend

Heb je weleens gehoord dat je in tijden van nood je je echte vrienden leert kennen? Nou, het is écht zo.

De mensen die er voor je zijn in het ziekenhuis. De mensen die na talloze weken nog steeds en nog een keer op ziekenbezoek komen. De mensen die bellen om te vragen hoe het met je is, ook al weten ze dat ze elke keer weer hetzelfde antwoord kunnen verwachten. De mensen die je kunt bellen op het moment dat je er even helemaal doorheen zit. De mensen met wie je ’s avonds ellenlange chat- en wappsessies hebt. De mensen die Wordfeud met je spelen. De mensen die je zoon en dochter wéér uitnodigen om bij hen te lunchen of na school te komen spelen met hun kinderen zodat jij kan rusten. De mensen die je kinderen meenemen naar de speeltuin zodat ze even uit je haren zijn. De mensen die lieve berichten voor je posten op Facebook en Twitter. De mensen die je laptop repareren wanneer die crasht. De mensen die hun dvd-collectie bij je afleveren zodat je je wat minder verveelt. De mensen die hun hulp aanbieden. De mensen die bereid zijn vrije dagen op te nemen om voor je kinderen te zorgen zodat jij dit jaar toch nog plezier kan maken op een festival. De mensen die je rolstoel duwen. De mensen die met jou in een rolstoel naar een concert gaan. De mensen die faciliteren dat je thuis je werk-e-mail kunt lezen zodat je het gevoel hebt er nog bij te horen. De mensen die vragen of je hen kunt helpen met hun werk. De mensen die een blokje met je lopen. De mensen die je helpen met alle juridische rompslomp. De mensen die al wekenlang voor je zorgen en dat nog steeds graag doen. De mensen die er nog steeds voor je zijn ook al hebben ze het zelf zo ontzettend druk. De mensen die je blijven motiveren en opbeuren. De mensen die zeggen dat ze trots op je zijn.

Die mensen noem ik vriend.

Dank jullie wel. LC

Deze blogpost is geschreven in het kader van WOT (Write on Thursday). Op het blog van Karin Ramaker lees je er alles over.