31 dagen clean

antidepressants, antidepressiva, antidepressivum, seroxat, paroxetine, paxil

Gevangen in een lijf dat niet kan wat ik wil. Gevangen in een leven dat opeens radicaal anders is dan het leven dat ik had. Gevangen in een versie van mezelf die ik helemaal niet leuk vond. Dat overkwam me na het verkeersongeval. Ik vroeg me af waarom ik was blijven leven. Waarom was ik niet gewoon gestorven, ter plekke? Want zo wilde ik niet verder. De enige reden waarom ik er nog was, waren mijn monsters. En ik kon niet eens meer de moeder zijn die ik was en wilde zijn. Ze moesten continu rustig zijn, geen lawaai maken, rekening houden met mij, met een moeder die amper aandacht aan ze kon besteden, en dat verdienden ze niet. Ze verdienen zo veel meer.

Ik werd depressief, zelfs suïcidaal, en begon na lang aandringen met het slikken van een antidepressivum: paroxetine in een lage dosering van 20 mg. Het hielp me om de scherpe kantjes eraf te halen. Let wel: antidepressiva zijn geen happy pills. Het zorgde er bij mij voor dat de dalen net even iets minder diep waren, en net even iets behapbaarder. En ik wist dat het maar tijdelijk zou zijn; ik zou immers binnen niet al te lange tijd weer beter zijn, nietwaar?

Twee jaar later ging het echter nog minder goed met me, en ik eindigde op een verlaten treinstation midden in de nacht. Mijn vriendin was overleden, mijn huwelijk liep op de klippen, en ik was nog steeds niet beter. Ik wilde niet meer verder, zo simpel was het. Maar ik kwam er die nacht achter dat een einde aan mijn leven maken voor mij wel een wens was, maar geen optie: ik ben een mama. Ondanks het feit dat ik van mezelf vind dat ik faal als moeder, kon ik het niet over mijn hart verkrijgen om ze aan hun lot over te laten. Dus de dosering van het antidepressivum ging met 10 mg omhoog.

Maar al die jaren heb ik geloofd dat ik ooit weer zonder antidepressivum zou kunnen leven. En ik geloof dat het tijd is voor een verandering. Die medicijnen hebben me waarschijnlijk het leven gered, en waren er toen ik ze hard nodig had, maar ik besef nu dat ik mezelf ook heb gered.
Depressie is verraderlijk, en het besluipt je. Het kruipt je leven in op het moment dat je het meest kwetsbaar bent, en plant zijn zaadjes in je geest. Het doet net alsof het je vriend is, en laat je elke leugen geloven die het je vertelt. Maar ik wil die leugens niet meer. Ík heb de keuze gemaakt om te leven. Ík heb de keuze gemaakt om door te gaan. Ik deed het, helemaal alleen, en het is tijd dat ik mezelf een beetje meer krediet geef.

En daarom stopte ik exact een maand geleden met de antidepressiva. Vandaag ben ik 31 dagen clean.

Eerdere pogingen had ik voortijdig moeten afbreken, maar dit keer dacht ik goed voorbereid te zijn. Ik had bedacht te stoppen in de zomervakantie, wanneer mijn monsters 3 weken lang bij hun vader zouden zijn. Op die manier zouden zij de minste hinder hebben van mijn ontwenningsverschijnselen, want stoppen met antidepressiva is zwaar, verdomde zwaar. Dat ik uiteindelijk zelfs mijn vakantie heb moeten laten schieten, heb moeten besluiten dit jaar niet naar Lowlands te gaan, en dat ik nu nog steeds aan het afkicken ben, daar had ik niet op gerekend.

Zo snel als mijn huisarts zijn receptenblokje tevoorschijn haalde om me aan die pillen te krijgen, zo moeilijk deed hij toen ik vertelde dat ik wilde stoppen. Hij raadde me aan te blijven slikken ‘omdat dat makkelijker was’, en dat schijnt een vaak gehoord advies te zijn. De apotheek en de huisarts waren het er wel over eens dat, wanneer ik toch zo nodig wilde stoppen, ik van 30 mg moest afbouwen naar 20 mg (wat ik 3 maanden terug deed) en de rest ‘cold turkey’. Geloof me, cold turkey is een extreem slecht plan en ik raad het je sterk af nu ik het zelf heb gedaan. Wat ik je wel aanraad is om het heel langzaam af te bouwen. Ik heb artikelen gelezen via Google waarin aanbevolen wordt om per 3 tot 6 weken (steeds kijken hoe je je voelt) 5 tot 10 procent te minderen met het middel. Paroxetine is verkrijgbaar in poeder- en vloeibare vorm, dus laat je niet wijsmaken door je apotheker dat dat niet mogelijk is.

De eerste 2 dagen had ik nog nergens last van. En toen begon de ellende van de ontwenningsverschijnselen:

  • Brain zaps: een gevoel alsof er stroomstoten door je hersenen gaan. Bij mij kwamen ze in setjes van 2, meerdere keren per dag. Nu, na een maand, voel ik ze gelukkig bijna niet meer, en heb ik alleen af en toe nog een soort plopjes in mijn oren.
  • Labiel: huilen tot je een ons weegt, oncontroleerbaar, onophoudelijk. De eerste weken waren het ergst, maar ook vandaag lijk ik weer niet te kunnen stoppen.
  • Duizelig: maar dan ook extreem duizelig. Zo duizelig dat ik over de vloer kroop naar de keuken of de wc omdat ik echt niet kon lopen. Alles draaide, zodra ik mijn hoofd maar een klein beetje bewoog. Bij mij waren de eerste 2 weken het ergst, maar nog steeds kan ik me behoorlijk draaierig voelen.
  • Misselijk en braken: ik kon absoluut geen eten binnenhouden en leefde de eerste 2 weken op water en komkommer. Nog steeds ben ik iedere dag misselijk en heb ik weinig eetlust. Ik ontdekte trouwens dat het essentieel is gluten te eten wanneer je afkickt van de antidepressiva; het maakt dat je je wat stabieler voelt. Maar dat lukt pas wanneer de ergste misselijkheid voorbij is.
  • Diarree: de hele dag door sleepte ik me van de bank naar de wc. Het kwam eruit als water, en pas in de vierde week kreeg het een iets meer substantiële vorm.
  • Paniekaanvallen: hevige zweetaanvallen, extreme hartkloppingen (ik dacht meerdere keren dat ik ter plekke zou sterven aan een hartaanval), hyperventilatie en zo ontzettend bang en onrustig. Vannacht had ik ze nog steeds, dus ook na een maand is het nog aanwezig. Gelukkig neemt de frequentie af van tientallen per dag, naar een per dag.
  • Vermoeidheid: ik was zo extreem moe dat ik voortdurend wilde slapen, maar ik kon echt niet slapen. Ik sleepte me van mijn bank naar mijn bed en weer terug. En nog steeds ben ik zo verdomde moe, en lag ik vannacht bijna de hele nacht weer wakker. Totaal gebrek aan energie. Het schijnt te maken te hebben met het gebrek aan serotonine, nu ik gestopt ben met de antidepressiva, en het duurt even voordat mijn lijf dat weer gaat aanmaken. En dan zijn er nog de levendige dromen wanneer je wel slaapt, levendig en zo naar, dat je jezelf wakker gilt.
  • Hoofdpijn: niet vergelijkbaar met de migraines die ik heb sinds het ongeluk, maar wel het gevoel alsof mijn hoofd elk moment uit elkaar kan barsten. Nog steeds voelt het alsof de watten in mijn hoofd van beton zijn gemaakt en alleen maar groeien en groeien en groeien….

Hoelang het allemaal gaat duren? Ik heb geen idee. Zelfs de artikelen op internet spreken elkaar tegen. Natuurlijk is het afhankelijk van hoelang je antidepressiva hebt geslikt, en in welke dosering. Paroxetine blijkt een van de moeilijkste antidepressiva te zijn om mee te stoppen, dus dat werkt ook niet mee. De nieuwste onderzoeken wijzen uit dat de ontwenningsperiode veel langer duurt dan de artsen in eerste instantie dachten, en dat je het starten en het stoppen met antidepressiva serieus moet overdenken. De meeste ervaringsdeskundigen hebben het over maanden, en ik houd me nu vast aan de richtlijn dat het 90 dagen duurt om volledig te herstellen.

Ik weet dat als het me lukt om hier doorheen te komen, ik alles aankan. En ik ben verdorie al voorbij het zwaarste stuk. Ik ga dit volhouden, dat is een ding dat zeker is. Ik ben niet voor niets al 31 dagen clean.

Festival-fever, en waarom ik niet naar Lowlands ga

music-festival

Waarom ga ik als chronisch-ziek-persoon naar meerdaagse muziekfestivals? Die vraag krijg ik vaak gesteld. Hoe vind ik de energie om me overeind te houden in de waanzin en de drukte van een festival? Energie is iets dat bij mij extreem schaars is sinds het ongeval, dus waarom doe ik het mezelf aan en hoe weet ik het vol te houden?

En dan leg ik uit dat zo goed mogelijk voor mezelf zorg, dat ik veel slaap, dat ik tussendoor dutjes doe, dat ik voor de muziek ga, en niet voor de alcohol en de andere pleziertjes, dat ik geen feestbeest ben die de hele nacht doorgaat, dat ik na de headliner gewoon mijn tentje in kruip om te slapen. Maar dat de vermoeidheid en de uitputting opwegen tegen de mentale energie die een festival me geeft, de “lust for life”. Want dat is wat ik nodig heb: lust for life. Na het ongeval ben ik alleen maar aan het vechten en het knokken tegen alle instanties die wat van me willen: de verzekeringsmaatschappij van de tegenpartij, het UWV, de externe instantie die mijn ex-werkgever in dienst heeft genomen om mij het leven zuur te maken, en vooral aan het knokken met mijn eigen beperkingen.
Drie dagen lang met vrienden in de zon genieten van fijne muziek – mijn passie – laat me zien waar ik het allemaal voor doe, dat ik nog niet afgeschreven ben (zoals ik me vaak wel voel), maar vooral dat het leven ook nog een beetje leuk is. Want over het algemeen vind ik mijn leven niet leuk. Drie dagen festival geven me een ontsnapping aan dat niet-leuke leven, en dat is hard nodig.

Maar ik geloof dat ik na een week van wikken en wegen zojuist definitief de beslissing heb genomen om niet naar Lowlands te gaan dit jaar. Down the Rabbit Hole was in juni geen succes. Naast het feit dat ik me alleen voelde (niet zo raar wanneer je solo naar een festival gaat, maar wat was dat een enorme overwinning!), wogen de plussen niet tegen de minnen op: alles wat ik wilde zien was op dezelfde dag en tegelijkertijd geprogrammeerd, het slechte weer en het drassige terrein maakten dat ik niet mijn Lamzac kon opwerpen om even een dutje te doen tussen twee acts in, en ik heb zeker 2 weken nodig gehad om fysiek te herstellen. Het was het niet waard.

Mijn belangrijkste doelen voor de korte termijn zijn fysiek sterker worden en meer (quality) tijd doorbrengen met mijn monsters. Lowlands zal mijn lijf weer een ontzettende terugslag geven (zeer waarschijnlijk heftiger dan voorheen, omdat ik gestopt ben met medicatie en daar nog van aan het herstellen ben), waardoor ik fysiek dus niet aansterk, en ik ook nog eens minder tijd kan doorbrengen met mijn monsters (want mama is moe). En ik voel me al zo’n ongelooflijk slechte moeder.
Dus wat is nu belangrijker? Waar liggen mijn prioriteiten? Bij de quick fix om even alle zorgen te vergeten? Of bij mijn lichamelijke herstel en mijn kinderen?

Het voelt vreselijk volwassen, dit besluit. Het kleine meisje in me is aan het stampvoeten dat het niet eerlijk is, en dat ze het leuk wil hebben. Maar rust is belangrijker op het moment. Ik wil beter-der worden, en dat bereik ik niet door naar Lowlands te gaan. Maar fuck, wat is dit een gevecht met mezelf.

De les van de dochter met het ochtendhumeur

‘Goedemorgen, lieverd! Tijd om wakker te worden! Je mag vandaag weer naar school!’ zeg ik deze ochtend tegen mijn dochter van bijna 7, terwijl ik haar rolgordijn omhoog trek. De zon schijnt vandaag en dat stemt me blij, maar dat vroege opstaan op een maandag is altijd weer even wennen.

Dat vinden ook mijn monsters, want terwijl zoonlief voor dood speelt en net doet alsof hij niets hoort, hoor ik aan mijn dochters gemompel van onder haar dekbed vandaan dat ze er vandaag totaal geen zin in heeft. Twee monsters met een ochtendhumeur, en dat terwijl ik zelf al 20 minuten te lang ben blijven liggen… Dit wordt een uitdaging, besef ik me. Oeps.

Ik zet de radio hard aan, zodat de monsters niet weer in slaap vallen, en begin aan mijn ochtendrituelen. Ik leg hun kleren klaar, omdat vandaag overduidelijk zo’n dag is waarop ze daar niet zelf aan toe zullen komen, pak hun gymtassen in (ja, dat had ik gisteravond al moeten doen, I know!), en vouw mezelf onder een snelle douche. Terwijl ik me afdroog, hoor ik heel veel boos gemopper uit de kamer van het jongste grut vandaan komen. Ze zit boos op de grond, want ze is het niet eens met mijn kledingkeuze voor haar vandaag. Ze is het ook niet eens met het feit dat ze vandaag niet mag thuisblijven, en ze wil ook niet gymmen. Eigenlijk wil ze helemaal niets, bijt ze me met vuurspuwende ogen toe. Ik laat haar maar even mokken en kleed me verder aan.

Zoonlief krijg ik na een kieteldood eindelijk uit zijn hoogslaper en onder de douche, weliswaar met een gezicht op standje onweer, maar er zit in ieder geval beweging in. Mijn dochter zit nog steeds te mokken op de vloer van haar kamer, haar armen om haar opgetrokken knieën gevouwen, en met een dreigend gezicht. Ik begin mijn geduld te verliezen. ‘Nu is het klaar!’ zeg ik haar boos. ‘Hup! Aankleden jij! Als je kleren je niet bevallen, dan kies je iets anders uit, dat weet je. Daar heb je ruim de tijd voor gehad. Ophouden met dat gezeur en opschieten!’ Natuurlijk heeft dat niet het gewenste resultaat. En dat laat ze duidelijk merken ook, met gestamp van de voeten, armen voor haar borst gekruist, en een grote mond.
Maar wat had ik dan verwacht, vraag ik me af. Dat ze opeens zou gaan doen wat ik wil, zonder morren? Mijn dochter en niet-morren is sowieso al een onmogelijke combinatie, besef ik me lachend. Maar hoe los ik dit op? En ik probeer me in haar te verplaatsen (niet zo heel erg moeilijk, want ze heeft enkele pittige karaktertrekken niet van een vreemde). Zou ik het fijn vinden wanneer er zo tegen me gesproken wordt? Zou ik het waarderen wanneer er tegen me geschreeuwd wordt, laat staan wanneer ik last heb van een ochtendhumeur? No way! Maar waar zou ik dan wel behoefte aan hebben op dat moment? En ik besef me dat het antwoord heel eenvoudig is: liefde. Liefde voor mij én mijn ochtendhumeur. Hoe vaak moet ik niet vertederd lachen om mijn pittige dochter met haar even pittige ochtendhumeur? Want dat heeft ze, en het maakt haar alleen maar nog meer haar; het mooie, kleine, perfecte persoontje dat ze is.

Ik ga op mijn knieën voor haar zitten en spreid mijn armen. ‘Kom maar,’ zeg ik. ‘Kom maar, en dan zal ik je helpen. Maar eerst een lange knuffel!’ Ze kruipt in mijn armen en knuffelt me zo hard als ze kan. En geloof me, er is niets lekkerder dan de dag te beginnen met een paar van die kleine armpjes om je heen. Aankleden is daarna zo gepiept, tandenpoetsen gaat al bijna zonder tegengas, en terwijl ik een staart in haar haar knutsel, verschijnt er al een lach op haar gezicht.

Mijn les van deze ochtend: verplaats je eens in een ander. Hoe zou jij willen worden behandeld op dat moment? Hoe zou jij je voelen wanneer jij die ander was, en hoe zou iemand je op dat moment kunnen helpen? Want uiteindelijk zijn we allemaal hetzelfde, nietwaar?
Wat een drama had kunnen worden deze ochtend bij mij thuis, kon ik op deze manier ombuigen tot een fijne en waardevolle ochtend. Een prachtig begin van deze dag.

Wat is er mis met stilstand?

Mijn leven was een leven van eindeloze beweging, van voortdurende verandering. Tot het ongeluk. De eindeloze beweging kwam abrupt tot een einde, op een wel heel radicale manier. Vanaf dat moment was ik gedwongen tot een leven van stilstand.
De afgelopen vier jaar heb ik gevochten tegen die stilstand; ik wilde door, ik wilde verder, ik wilde harder. Maar mijn lijf weigerde. Pertinent, met chronische pijn als antwoord. En wanneer ik desondanks echt te hard was gegaan, werd ik met een ruk teruggeroepen door een lijf dat in staking ging met killing migraines die vaak wel een week duurden.
Stilstand had voor mij een negatieve klank. Maar waarom? Wat is er mis met stilstand?

Het antwoord begint me steeds meer te dagen. Stilstand dwingt mij stil te staan bij mezelf. Stil te staan bij de herinneringen aan een verleden dat ik liever vergeet. Stil te staan bij emoties waar ik door continu in beweging te zijn voor vluchtte. Zolang ik maar druk bezig was met nieuwe projecten, vrienden, werk, studie, reizen en sporten; zolang ik maar bezig was, had ik geen tijd om stil te staan bij gevoelens die ik liever niet wilde voelen. Vluchtgedrag; een overlevingsmechanisme.

Mijn lijf is mooie stappen aan het maken nu; ik ben zo trots als een pauw dat ik nu niet alleen mijn huis helemaal zelf kan poetsen, maar ook dat ik het vaker niet dan wel in etappes hoef te doen. Waar een mens al niet blij mee kan zijn. Maar nu is het dus tijd om ook met de emoties aan de slag te gaan. Met een fantastische coach ben ik begonnen aan het proces van traumaverwerking: het trauma van het ongeluk, en de oude trauma’s die als dominostenen zijn meegenomen in mijn figuurlijke en letterlijke val.

Het is zwaar en het is ontzettend confronterend, al helemaal op de dagen waarop het, na een paar goede dagen, allemaal weer mis lijkt te gaan. Op die dagen wil ik eigenlijk gewoon niet meer, en verstop ik me het liefst in een hoekje. Jullie kennen ze, die dagen, de dagen waarop ik me helemaal terugtrek, en niets meer van me laat horen. Op die dagen vocht ik het hardst om weer overeind te komen, de stof van mijn knieën te kloppen en weer door te gaan. Nu wil ik dat anders gaan doen: niet meer doorgaan, maar stilstaan. Stilstaan bij het proces, stilstaan bij de emoties, stilstaan bij mezelf. Ik sta nog maar aan het begin, maar ik ben hoopvoller dan nooit tevoren. Ik kom er wel; ik heb alleen nog wat meer tijd en veel meer stilstand nodig.

I still have a long way to go but I'm already so far from where i used to be and I'm proud of that

 

Kleiner

Sinds een jaar schrijf ik elke avond een paar zinnen in mijn digitale dagboek; over hoe mijn dag was, hoe ik me voel, en hoe mijn lijf voelt. Ik moet continu vragen van de therapeuten hierover beantwoorden, en vaak weet ik echt niet meer hoe ik vorige week of twee weken geleden op een behandeling reageerde. Dit is de oplossing voor mij; nu kan ik alles terugzoeken.

Vanavond schreef ik op:
“Het was een redelijk goede dag, met een paar zware momenten, maar vooral veel fijne gesprekken met lieve en leuke mensen. Ik heb het idee dat de dip minder groot wordt.”

Terwijl ik die laatste woorden in de app klopte (dat klinkt jammer genoeg echt minder poëtisch dan ‘op papier zetten’), vroeg ik me af waarom ik het juist op die manier noteerde. Waarom schreef ik ‘minder groot’, en niet ‘kleiner’? In principe kun je ze door elkaar vervangen in die zin, en toch voelde het anders. In dit geval had het woord kleiner voor mij een veel positievere klank.

Mijn dip wordt kleiner…

Ik herhaalde die zin nog een keertje hardop voor mezelf en besefte me dat het uitspreken van die woorden me een blij gevoel gaf en een grote glimlach op mijn gezicht. Want mijn dip is echt kleiner aan het worden. En kleiner is in dit geval een heel goed eind de juiste kant op.

Wat is kleiner toch eigenlijk een mooi woord!

 

You-Really-Are-Gonna-Make-It

 

Mark my words

Toen ik net de trap op rende, besefte ik me plotseling hoe ontzettend ik dit jaar vooruit ben gegaan. In de eerste drie jaar na het ongeluk van bed, naar rolstoel en rollator, van 1 minuut lopen tot een uur, van treetje voor treetje, tot soepel lopend de trap op. Het is ieder jaar een beetje verbeterd, maar nu, 2015, ben ik voor mijn gevoel nóg grotere stappen aan het maken. De trap op rénnen gaat nu bijvoorbeeld probleemloos (op wat conditie na dan, maar dat valt nog onder de noemer: werk-in-uitvoering) en ik ben zelfs een klein beetje aan het sporten. Ik heb nog heel wat te tackelen, maar ik krijg steeds meer vertrouwen in de toekomst. En dat voelt zó goed!

Ik kom er wel. Het duurt nog wel even, maar ik kom er. Mark my words.

Heel erg bang

Het is niet dat ik echt dood wil. Denk ik. Ik wil alleen niet meer voelen. En dan nog niet eens de fysieke pijn, waarvan ik het idee heb dat ik dat steeds beter onder controle heb. Die in mijn rug dan, en mijn nek en arm. Die. Niet de pijn in mijn hoofd. Maar wat ik absoluut niet meer wil voelen is de pijn in mijn buik. Het verdriet. De frustratie. De boosheid. De prikkelbare buien. De buien waarbij ik het allemaal niet meer zie zitten.

Wanneer ik dan op bed lig, fantaseer ik over grote scherpe keukenmessen die ik diep in mijn buik steek, alsof ik daarmee de pijn als een gezwel kan wegsnijden. Of dat daardoor de lichamelijke pijn de psychische pijn overheerst, waardoor ik er niet meer aan hoef te denken. Er niet meer mee geconfronteerd word. Want wat wil ik graag dat het weggaat. Het me met rust laat. Voor altijd. Ik haat die pijn. En ja, ik weet dat het erbij hoort. Dat het bij de PTSS hoort, of misschien bij de depressie. Niet dat het uitmaakt waar het bij hoort; ik wil gewoon niet dat het bij míj hoort. Het gevoel zorgt dat ik in een slachtoffer verander. Een zielig hoopje mens dat niet meer weet waar ze het zoeken moet. Het maakt dat ik niet meer wil vechten. Het maakt dat ik alleen maar in een hoekje wil wegkruipen en me wil verstoppen. Verstoppen voor de pijn, maar ook voor de hele wereld. Want deze buien maken me nou niet echt bepaald een leuk mens. Vrolijk, spontaan, liefdevol, geduldig… het is ver te zoeken. Héél ver. In zo’n bui is niemand om me heen veilig. Ik schijn je hoofd eraf te bijten, vol lelijkheid en gemene opmerkingen. En het erge is dat ik me het vaak niet eens bewust ben. Of dat ik het me wel bewust ben, maar dat ik het gevoel heb dat ik als een derde persoon naar de situatie kijk, maar er totaal geen grip op heb. Ik zie het gebeuren, als een trein die met volle vaart ontspoort, en ik kan er niets, maar dan ook niets aan doen of veranderen.

Het maakt dat ik het gevoel heb dat steeds meer mensen me gaan mijden. Wat ik overigens niet heel verwonderlijk vind; wie wil er nu bij iemand zijn die enkel negatieve energie uitstraalt? Of bij iemand die vuur spuwt wanneer je ook maar iets zegt? Iemand bij wie je continu op je hoede moet zijn? Ik snap het. Echt. Het nadeel is alleen dat ik juist nu zo graag liefde wil voelen. Het zelfs zo ontzettend hard nodig heb. Knuffels. Warme woorden van genegenheid. Een luisterend oor. Veilige verstopplekken in andermans armen. Andermans geloof in het feit dat het met me goed gaat komen. Want ik heb het niet meer.

Ik weet alleen echt niet meer hoe ik hieruit moet komen. Ik ben verdwaald en bang. Heel erg bang.